Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:3821

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
09-10-2013
Zaaknummer
22-005262-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het opzettelijk gebruiken van valse of vervalste geschriften. Daarnaast heeft de verdachte zich in dit verband tevens schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-005262-12

Parketnummer: 09-665187-11

Datum uitspraak: 24 september 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 12 november 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1971,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 september 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1

primair ten laste gelegde vrijgesproken. De verdachte is ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

primair.


zij in of omstreeks de periode van 16 december 2009 tot en met 15 januari 2010 te 's-Gravenhage in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) twee, althans één of meer (medische) verklaring(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededaders toen en daar (telkens) valselijk

- die verklaring(en) opgesteld of laten opstellen in naam van [benadeelde partij 1] en/of in naam van [benadeelde partij 2] en/of - op die verklaring(en) de handtekening(en) van die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] geplaatst of laten plaatsen en/of

- op die verklaring(en) een briefhoofd en/of een stempel van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo en/of een briefhoofd van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname geplaatst en/of laten plaatsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

1

subsidiair.


zij op of omstreeks 15 januari 2010 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) (medische) verklaring(en),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of haar mededader(s) deze verklaring(en) heeft/hebben ingediend of laten indienen als stukken van overtuiging in een aanvraag voor een verblijfsvergunning en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

- die verklaring(en) valselijk zijn opgesteld in naam van [benadeelde partij 1] en/of in naam van [benadeelde partij 2] en/of

- op die verklaring(en) de handtekening(en) van die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] is/zijn geplaatst en/of

- op die verklaring(en) een briefhoofd en/of een stempel van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo en/of een briefhoofd van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname is geplaatst;

2.


zij meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 15 januari 2010 tot en met 15 september 2010 te

's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Immigratie- en Naturalisatiedienst te bewegen tot de afgifte van een verblijfsvergunning, in elk geval van enig goed, (telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van haar mededader(s), althans alleen, twee, althans een aantal valse/vervalste (medische) verklaringen heeft ingediend of laten indienen om daarmee aan te tonen dat aan medeverdachte [medeverdachte] een verblijfsvergunning verleend zou moeten worden in het belang van zijn kinderen, omdat zij in Suriname niet de voor hen noodzakelijke medische behandeling zouden kunnen krijgen, waardoor het onmogelijk zou zijn om het gezinsleven in Suriname uit te oefenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte

– overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het pleidooi van de raadsvrouw - daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

subsidiair.


zij op of omstreeks 15 januari 2010 te 's-Gravenhage opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vals(e) of vervalst(e) (medische) verklaring(en),

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte deze verklaring(en) heeft ingediend of laten indienen als stukken van overtuiging in een aanvraag voor een verblijfsvergunning en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

- die verklaring(en) valselijk zijn opgesteld in naam van [benadeelde partij 1] en in naam van [benadeelde partij 2] en

- op die verklaring(en) de handtekening(en) van die [benadeelde partij 1] en die [benadeelde partij 2] zijn geplaatst en

- op die verklaring(en) een briefhoofd en een stempel van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo en een briefhoofd van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname is geplaatst;

2.


zij in of omstreeks de periode van 15 januari 2010 tot en met 15 september 2010 te

's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door één of meer listige kunstgrepen de Immigratie- en Naturalisatiedienst te bewegen tot de afgifte van een verblijfsvergunning, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid twee valse/vervalste (medische) verklaringen heeft ingediend of laten indienen om daarmee aan te tonen dat aan medeverdachte [medeverdachte] een verblijfsvergunning verleend zou moeten worden in het belang van zijn kinderen, omdat zij in Suriname niet de voor hen noodzakelijke medische behandeling zouden kunnen krijgen, waardoor het onmogelijk zou zijn om het gezinsleven in Suriname uit te oefenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Verweren

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig de aan het proces-verbaal van de terechtzitting gehechte pleitnota, het verweer gevoerd – zakelijk weergegeven - dat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van hetgeen haar is ten laste gelegd. Hiertoe heeft de raadsvrouw betoogd dat de verdachte geen opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op het plegen van de ten laste gelegde feiten. Er bestond voor haar geen enkele aanleiding om aan de echtheid van de documenten te twijfelen. De verdachte was immers niet bekend met de in de documenten genoemde namen en zij kon derhalve niet opmerken dat deze onjuist waren gespeld. Ook de overige spel- en stijlfouten en het gebruik van hetzelfde lettertype in beide documenten hebben geen vraagtekens bij de verdachte hoeven op te roepen.

Voor wat betreft het onder feit 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen bewijs aanwezig is voor het element ‘voorgenomen misdrijf’ en ‘oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling’.

Het hof overweegt hieromtrent als volt.

Het hof heeft, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, vastgesteld dat sprake is van de volgende feiten en omstandigheden:

  • -

    verdachte heeft op of kort voor 15 januari 2010 een tweetal documenten verstrekt aan haar raadsvrouw;

  • -

    door de raadsvrouw van de verdachte zijn in het kader van de aanvraag verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ten behoeve van de partner van de verdachte, op 15 januari 2010, deze documenten doorgezonden aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND);

  • -

    deze documenten betreffen een schriftelijke ‘verklaring’ van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo d.d. 12 januari 2010 en een “brief” van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname d.d. 14 januari 2010;

  • -

    Na onderzoek door de IND is gebleken dat de instanties welke de brieven zouden hebben opgesteld c.q. de personen die deze zouden hebben getekend hebben verklaard deze brieven niet te hebben opgesteld c.q. te hebben getekend. Daarop is op 21 januari 2011 door een medewerker van de IND aangifte gedaan van valsheid in geschrifte en (poging tot) oplichting door, onder meer, de verdachte;

  • -

    de beide documenten, die van verschillende instanties afkomstig zouden zijn, hebben nagenoeg dezelfde opmaak, opbouw en lettertype en bevatten nagenoeg dezelfde korte tekst van vier zinnen. De tekstuele overeenkomsten in beide brieven betreffen: de inhoud, de bewoordingen en zinsconstructie; de volgorde waarin de medicatie en hulpmiddelen zijn genoemd; en bevatten meerdere (dezelfde) taal- en stijlfouten. Bovendien is in de brief van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname, de naam van de directeur – die de brief zelf zou hebben ondertekend - verkeerd gespeld.

Het hof gaat op grond van de aangifte van de IND en de bovengenoemde vastgestelde feiten en omstandigheden omtrent de opmaak en inhoud van de betreffende documenten en de overeenkomsten daartussen, er vanuit dat deze documenten vals/vervalst zijn.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij het initiatief heeft genomen tot het doen opvragen van deze beide documenten in Suriname en dat deze documenten van groot belang waren voor het aanvragen van een verblijfstatus van haar partner in Nederland. Voorts heeft zij verklaard dat de documenten, gedateerd 12 en 14 januari 2010, per luchtpost vanuit Suriname naar Nederland zijn verzonden en dat zij het postpakket waarin zij zich bevonden, zelf heeft opgehaald, de beide documenten onder ogen heeft gehad en deze vervolgens aan haar raadsvrouw heeft gegeven, die deze – gelet op de datering van de begeleidende brief van de raadsvrouw - op 15 januari 2010 aan de IND heeft verzonden. Zij stelt dat de – bovenvermelde - overeenkomsten en fouten in de beide documenten haar niet zijn opgevallen en dat zij nimmer vraagtekens heeft geplaatst bij de authenticiteit van deze documenten.

Het Hof acht voormelde verklaring van verdachte ongeloofwaardig en overweegt daartoe het navolgende.

Naar het oordeel van het Hof bevatten de documenten dermate in het oog springende, taal- en stijlfouten, en vertonen zij -hoewel zij afkomstig zouden zijn van geheel verschillende officiële instanties- zulke opvallende tekstuele overeenkomsten, dat niet aannemelijk is dat dit verdachte is ontgaan. Dit klemt te meer, nu de functie die verdachte bekleedt met zich brengt dat zij de Nederlandse taal (zeer) goed beheerst en ervaren is in het lezen van stukken.

Voorts is het hof van oordeel dat ook de datering van de “brief” van het Ministerie van Volksgezondheid in Suriname (14 januari 2010) bij verdachte duidelijk vragen had moeten oproepen, nu deze datum bezwaarlijk valt te rijmen met de stelling van verdachte dat het document na het opstellen daarvan per post vanuit Suriname naar Nederland zou zijn verzonden en de datum (15 januari 2010) waarop dit document vervolgens door de raadsvrouw aan de IND is verzonden.

Het hof neemt het vorenstaande in ogenschouw en stelt vast dat de verdachte kennelijk iedere vorm van controle of navraag naar de echtheid van de documenten achterwege heeft gelaten en de voor haar zo van belang zijnde documenten eenvoudigweg aan de raadsvrouw heeft overhandigd ter verstrekking aan de IND.

Met dit handelen heeft verdachte, gegeven voormelde direct in het oog springende aanwijzingen, dat deze documenten vals c.q. vervalst waren, naar het oordeel van het hof minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij gebruik zou maken van valse/vervalste documenten. Gezien het doel waartoe deze documenten werden verstrekt heeft de verdachte aldus tevens getracht de IND ten onrechte te bewegen tot de afgifte van een verblijfsvergunning ten behoeve van haar partner.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof verwerpt de verweren van de raadsvrouw.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van:

1.

Opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

en

2.

Poging tot oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan het opzettelijk gebruiken van valse of vervalste geschriften. Daarnaast heeft de verdachte zich in dit verband tevens schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Aldus handelende heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer gesteld moet kunnen worden in documenten die door c.q. aan (overheids)instanties, worden verstrekt.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 juli 2013, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof is - alles overwegende en mede gelet op de speciale en generale preventie - van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 55, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder

1

primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot

60 (

zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. A. Kuijer, mr. T.L. Tan en mr. A.E.A.M. van Waesberghe, in bijzijn van de griffier mr. S. Imami.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 september 2013.

Mr. A.E.A.M. van Waesberghe is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.