Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:3745

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
11-11-2013
Zaaknummer
200.126.758/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag bewindvoerder en benoeming opvolgende bewindvoerder.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 488
Burgerlijk Wetboek Boek 1 435
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 2 oktober 2013

Zaaknummer : 200.126.758/01

Rekestnummer rechtbank : VZ VERZ 12-8339

Zaaknummer rechtbank : 1385214

[naam],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de rechthebbende,

advocaat mr. C.W.F. Jansen te Rotterdam.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[naam bedrijf],

kantoorhoudende te[plaats],

hierna te noemen: de bewindvoerder.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De rechthebbende is op 6 mei 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 15 februari 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van de rechthebbende:

- op 27 juni 2013 een brief van diezelfde datum met als bijlage een V-formulier met bijlage;

- op 22 augustus 2013 een brief van 21 augustus 2013 met bijlage;

van de zijde van de bewindvoerder:

- op 12 augustus 2013 een brief van 9 augustus 2013 met bijlage.

Naar aanleiding van de ingekomen correspondentie en het telefonisch onderhoud op
10 september 2013 tussen de griffier en de advocaat van de rechthebbende alsmede tussen de griffier en de heer[naam] namens [naam bedrijf], heeft het hof bepaald de zaak schriftelijk af te doen. De geplande mondelinge behandeling op 18 september 2013 heeft derhalve geen doorgang gevonden.

Op 16 september 2013 is bij het hof van de zijde van de rechthebbende nog een faxbericht van diezelfde datum met als bijlage een V-formulier met bijlagen ingekomen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij beschikking van 22 september 2010 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam is een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende. [naam bedrijf] is bij die beschikking tot bewindvoerder benoemd.

Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de rechthebbende om de bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1.

In geschil is het verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en de benoeming van een opvolgend bewindvoerder.

2.

De rechthebbende verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen, bij voorkeur een bewindvoerder die werkzaam is bij [naam bedrijf].

3.

De rechthebbende stelt dat de kantonrechter ten onrechte zijn verzoek om de bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen heeft afgewezen. Volgens de rechthebbende is er sprake van een geschonden vertrouwen door de bewindvoerder.[beoogde bewindvoerder] heeft zich tegenover de rechthebbende mondeling bereid verklaard de bewindvoering op zich te nemen, aldus de rechthebbende.

4.

De bewindvoerder stemt in met het verzoek van de rechthebbende. Ook naar zijn mening is de onderlinge verstandhouding verstoord.

5.

Uit de bijlage bij het door de rechthebbende op 16 september 2013 ingediende faxbericht blijkt dat vanuit[beoogde bewindvoerder] geen bereidverklaring kan worden verstrekt, behalve met instemming van de huidige bewindvoerder, na bemiddeling door de Klachtencommissie of na een verzoek van de rechtbank.

6.

Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:448 lid 1 sub e van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) eindigt de taak van de bewindvoerder onder meer door ontslag. In artikel 1:448 lid 2 BW wordt bepaald dat het ontslag kan worden verleend hetzij op verzoek van de bewindvoerder zelf, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van onder meer de rechthebbende.

7.

Uit de overgelegde stukken komt naar voren dat zowel de rechthebbende als de bewindvoerder het erover eens zijn dat hun verhouding zodanig is verstoord, dat deze niet meer tot een werkbare situatie kan leiden. Gelet hierop zal het hof de bij beschikking van 22 september 2010 van de kantonrechter te Rotterdam benoemde bewindvoerder ontslaan. Het hof zal conform artikel 1:435, derde lid, BW de beoogde bewindvoerder, te weten [naam bedrijf], tot bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende benoemen.

8.

Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

ontslaat, met ingang van heden, [naam bedrijf], gevestigd te [plaats], als bewindvoerder over de goederen die toebehoren aan [naam]

;

benoemt, met ingang van heden,[beoogde bewindvoerder], gevestigd te [plaats], tot bewindvoerder over de bij beschikking van 22 september 2010 van de kantonrechter te Rotterdam onder bewind gestelde goederen die (zullen) toebehoren aan [naam];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Van den Wildenberg en Van Montfoort,
bijgestaan door mr. Dooting als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 oktober 2013.