Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:2647

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
22-003461-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 4 ten laste gelegde (opzettelijk aanwezig hebben van 326 gram henneptoppen) niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003461-12

Parketnummer: 10-750136-08

Datum uitspraak: 18 juni 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1948,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 18 juni 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging van de verdachte.

Procesgang

Bij vonnis van 1 april 2009 van de rechtbank Rotterdam is de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest.

Bij arrest van dit hof van 4 juni 2010 is de verdachte van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 36 uren, subsidiair 18 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Bij arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 26 juni 2012 is het arrest van dit hof vernietigd en verwezen naar dit hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

4.
hij op of omstreeks 28 oktober 2008 in een woning gelegen aan de [adres] te Bergen op Zoom, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, ongeveer driehonderdzesentwintig (326) gram henneptoppen, althans één of meer henneptop(pen), althans delen daarvan in elk geval één of meer hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Blijkens onder meer een proces-verbaal van Harc-Team Rotterdam, Fiod-ECD Douane met nr. AH-050a, d.d. 3 december 2008, is op 28 oktober 2008 in de woning van de verdachte een hennepkwekerij aangetroffen, waarbij een hoeveelheid van 326 gram aan henneptoppen is gevonden.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 maart 2009 verklaard dat de 326 gram henneptopjes afkomstig was van drie planten,die van hem waren.

De op het onderhavige geval toepasselijke Aanwijzing Opiumwet van 6 februari 2002, Stcrt. 2002, 46 (hierna: de Aanwijzing) dient blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad aldus te worden uitgelegd dat – behoudens door het openbaar ministerie te stellen en aannemelijk te maken bijzondere omstandigheden en mits tijdig afstand is gedaan van het in beslag genomen plantenmateriaal – met een politiesepot wordt afgedaan de teelt van niet meer dan vijf hennepplanten, ongeacht de hoeveelheid of het gewicht van de met die teelt verkregen of te verkrijgen opbrengst van voor consumptie geschikte hennep of hennepproducten (vgl. HR 26 april 2011, LJN BO4015, NJ 2012/63).

Het procesdossier bevat geen bewijsmiddelen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de bij de verdachte aangetroffen 326 gram aan henneptoppen afkomstig is van meer dan vijf hennepplanten.

Nu het openbaar ministerie de verdachte in strijd met de Aanwijzing heeft vervolgd, zal het hof – overeenkomstig de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsman - het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 4 ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,
mr. C.J. van der Wilt en mr.E.F. Lagerwerf-Vergunst, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 juni 2013.