Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:2639

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19-06-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
22-002001-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drieënhalve maand schuldig gemaakt aan het telen van hennepplanten in zijn woning.

Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002001-12

Parketnummer: 09-655626-11

Datum uitspraak: 19 juni 2013

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 16 april 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te district [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1974,

[adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 juni 2013.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op een ( of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 april 2011 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 176, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;


2.


hij op een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 april 2011 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 april 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) 176 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;


2.


hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 12 april 2011 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer BV.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitaantekeningen – betoogd dat de politie onrechtmatig de woning van de verdachte is binnengetreden en dat de ten gevolge daarvan verkregen bewijsmiddelen van het bewijs dienen te worden uitgesloten. De raadsman heeft daartoe aangevoerd – kort samengevat - dat niet redelijkerwijze vermoed kon worden dat in de woning van de verdachte een overtreding van de Opiumwet gepleegd werd.

Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Vooropgesteld wordt dat – naast het geval waarin sprake is van een redelijk vermoeden van schuld – ook toestemming mag worden gevraagd voor het betreden en doorzoeken van een woning indien er géén sprake is van een redelijk vermoeden van schuld (vgl. HR 18 december 2012, LJN: BY5315).

Uit het dossier (p. 12, 18, 48 en 61) blijkt dat de politie de woning van de verdachte is binnengetreden nadat de verdachte toestemming daartoe had verleend. Niet aannemelijk is geworden dat die toestemming is verleend onder druk. Nu de politie naar het oordeel van het hof mitsdien rechtmatig de woning van de verdachte is binnengetreden, wordt het verweer verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsook op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drieënhalve maand schuldig gemaakt aan het telen van hennepplanten in zijn woning. Hij heeft zich daarbij kennelijk laten leiden door financieel gewin en geen oog gehad voor de veiligheidsrisico’s die aan het onderhouden van een hennepkwekerij in een woning zijn verbonden.

Het gebruik van drugs vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en de handel in drugs brengt doorgaans andere vormen van criminaliteit met zich mee.

Tegen drugsgerelateerde delicten dient derhalve streng te worden opgetreden.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 mei 2013, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor het kweken, verkopen, aanwezig hebben en vervaardigen van softdrugs - waarbij gelet op de bij de verdachte aangetroffen hoeveelheid hennepplanten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken danwel een taakstraf van 84 uren is geïndiceerd - en op de straffen die in vergelijkbare zaken door dit hof zijn opgelegd.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser, mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. S.A.J. van 't Hul, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 juni 2013.