Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2013:2456

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
26-08-2013
Zaaknummer
BK-12/00167 en 12/00168
Formele relaties
Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2012:BV3930
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

KBL-zaak. Verwijzingszaak HR 17 februari 2012, nrs. 10/05449 en 11/01414. De inspecteur heeft te kennen gegeven dat naar maatstaven van boeterecht het van hem te verlangen bewijs niet is te leveren en heeft zich daarom alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat de verhogingen en de boeten moeten vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2014/5.27.9

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-12/00167 en 12/00168

Uitspraak van 26 april 2013

in het geding tussen:

[X] te [Z], belanghebbende,

en

de directeur van de Belastingdienst Holland-Noord, de Inspecteur,

op de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur betreffende de hierna vermelde navorderingsaanslagen en beschikkingen.

Navorderingsaanslagen, kwijtscheldingsbesluiten, boetebeschikkingen en bezwaar

1.1.1. Aan belanghebbende zijn over de jaren 1994 tot en met 1997 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) en over de jaren 1995 tot en met 1998 navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd. De navorderingsaanslagen zijn opgelegd met een verhoging van 100 percent, van welke verhoging geen kwijtschelding is verleend.

1.1.2. Aan belanghebbende zijn over de jaren 1998 tot en met 2000 navorderingsaanslagen in de IB/PVV en over de jaren 1999 en 2000 navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd en bij beschikkingen boeten van 100 percent.

1.2. De navorderingsaanslagen, de kwijtscheldingsbesluiten en de boetebeschikkingen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.

Loop van het geding

2.1. Bij uitspraken van 18 november 2010, nummer 04/02835, en van 10 februari 2011, nummer 10/00885, heeft het Gerechtshof Amsterdam  voor zover hier van belang  de door belanghebbende tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de navorderingsaanslagen en de boeten verminderd en de verhogingen gedeeltelijk kwijtgescholden, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 505 en de Inspecteur gelast het griffierecht van € 37 aan belanghebbende te vergoeden.

2.2. Bij arrest van 17 februari 2012, nummers 10/05449 en 11/01414, heeft de Hoge Raad de door belanghebbende tegen de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam ingestelde beroepen in cassatie gegrond verklaard, de hofuitspraken uitsluitend wat betreft de verhogingen en de boeten vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaken met inachtneming van het arrest.

2.3. Partijen hebben zich over het arrest van de Hoge Raad (het verwijzingsarrest) uitgelaten, belanghebbende bij brieven van 14 maart 2012, 10 mei 2012 en 21 augustus 2012, de Inspecteur bij brieven van 19 maart 2012 en 4 mei 2012. Zij hebben van elkaars schrifturen, waarvan de inhoud als hier ingelast wordt beschouwd, kunnen kennis nemen.

2.4. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 12 april 2013, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen.

Beoordeling van het beroep na verwijzing

3.1. De Inspecteur heeft te kennen gegeven dat naar maatstaven van boeterecht het van hem te verlangen bewijs niet is te leveren en heeft zich daarom alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat de verhogingen en de boeten moeten vervallen.

3.2. Dat voert het Hof tot de conclusie dat het beroep gegrond is. Bijgevolg moet worden beslist zoals hierna is vermeld.

Proceskosten

Het Hof ziet reden de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende in beroep na verwijzing gemaakte proceskosten. Het Hof stelt de kosten wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.416: 2 punten à € 472 x 1,5 (gewicht). Voor een hogere of lagere vergoeding acht het Hof geen termen aanwezig.

Beslissing

Het Gerechtshof:

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar die zien op een verhoging of een boete;

  • -

    vernietigt de kwijtscheldingsbesluiten;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslagen aldus, dat telkens de verhoging vervalt;

  • -

    vernietigt de boetebeschikkingen; en

  • -

    veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten na verwijzing aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.416.

De uitspraak is vastgesteld door mrs. U.E. Tromp, J.T. Sanders en W.M.G. Visser, in tegenwoordigheid van de griffier E. Kalač. De beslissing is op 26 april 2013 in het openbaar uitgesproken.

aangetekend aan

partijen verzonden:

Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1.

Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.

2.

Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

  • -

    de naam en het adres van de indiener;

  • -

    de dagtekening;

  • -

    de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

  • -

    de gronden van het beroep in cassatie.

Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.