Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BZ0551

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-12-2012
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
P12/0292
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voortzetting ISD-maatregel. Verbetering dictum.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist tot de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Daarom zal de beslissing waarvan beroep in zoverre met overneming van gronden worden bevestigd, echter met verbetering van het dictum in die zin dat dit gelezen moet worden als: “Beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ISD P12/0292

Beslissing d.d. 20 december 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats]

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 juni 2012, inhoudende dat de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet en dat de zaak in de achttiende maand van de maatregel (omstreeks de maand april 2013) wederom aan de rechtbank wordt voorgelegd teneinde de voortgang van de ISD-maatregel te toetsen.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

-het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

-de beslissing waarvan beroep;

-de akte van beroep van de betrokkene van 26 juni 2012;

-het proces-verbaal ter zitting van dit hof van 24 september 2012;

-het evaluatieverslag ISD van 14 november 2012, opgemaakt door mevrouw C.A.C.M. Reijnders, ISD-manager bij [penitentiaire inrichting]

Het hof heeft ter zitting van 6 december 2012 gehoord de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman, mr M. van Dam, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, en de advocaat-generaal, mr E.J. Julsing-Nijenhuis. Voorts is ter zitting als deskundige gehoord mevrouw C.A.C.M. Reijnders, voornoemd.

Overwegingen

Het standpunt van betrokkene en zijn raadsman

Uit de rapportages blijkt dat betrokkene de afgelopen periode veel vooruitgang heeft geboekt. Er zijn inderdaad afspraken niet nagekomen, maar niet altijd door de schuld van betrokkene. Uit de rapportages blijkt dat met name de middelenproblematiek een risicofactor is. Betrokkene is echter al geruime tijd abstinent van middelengebruik. Voorts heeft hij een stabiel netwerk, onder meer zijn vriendin en zijn familie, om hem te ondersteunen. Voortzetting van de maatregel is thans niet meer noodzakelijk, mede gelet op het feit dat hoogstwaarschijnlijk geen verdere behandeling zal plaatsvinden voor de einddatum van de maatregel. De raadsman heeft verzocht om de maatregel tussentijds te beëindigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit de rapportages blijkt dat het behandeltraject nog niet is afgerond en dat het proces met vallen en opstaan verloopt. Uit de rapportages blijkt dat betrokkene niet altijd transparant is bij het nakomen van gemaakte afspraken. Zijn middelengebruik is slechts een van de factoren die het recidiverisico beïnvloeden. Voortzetting van de maatregel is derhalve noodzakelijk, mede om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist tot de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Daarom zal de beslissing waarvan beroep in zoverre met overneming van gronden worden bevestigd, echter met verbetering van het dictum in die zin dat dit gelezen moet worden als: “Beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist”.

Voor het overige zal het hof de beslissing van de rechtbank vernietigen, nu het hof, gelet op de inmiddels verstreken tijd, een nadere ambtshalve te bepalen tussentijdse toetsing van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel niet noodzakelijk acht.

Beslissing

Het hof:

bevestigt, met verbetering van het dictum, de beslissing van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 13 juni 2012 met betrekking tot veroordeelde [naam veroordeelde], voor zover deze beslissing de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel betreft.

vernietigt de beslissing voor het overige.

Aldus gedaan door

mr G. Oldekamp als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr W.R. Rosingh als raadsheren,

en prof. dr. B.C.M. Raes en dr. A. Verheugt als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 20 december 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.