Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BZ0545

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-12-2012
Datum publicatie
05-02-2013
Zaaknummer
P12/0375
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslissing over voortzetting tenuitvoerlegging ISD-maatregel.

Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank met verbetering van het dictum in die zin dat dit gelezen wordt als: “Beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist”.

Het hof is niet bevoegd om tot aftrek van het in de strafzaak ondergane voorarrest te beslissen. Er bestaat ook geen grond voor een verrekening van de in voorarrest doorgebrachte tijd met de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ISD P12/0375

Beslissing d.d. 13 december 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [penitentiaire inrichting].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht van 3 augustus 2012, inhoudende dat wordt verstaan dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

-het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting in eerste aanleg;

-de beslissing waarvan beroep;

-de akte van beroep van de veroordeelde van 6 augustus 2012;

-het aanvullend voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD van 7 november 2012, opgemaakt door [trajectbegeleider ISD] bij [penitentiaire inrichting].

Het hof heeft ter zitting van 29 november 2012 gehoord de veroordeelde en diens raadsman,

mr B. Leemhuis, advocaat te Utrecht, en de advocaat-generaal, mr M.J.M. van der Mark.

Voorts is ter zitting als deskundige gehoord [trajectbegeleider ISD].

Overwegingen

Het standpunt van de veroordeelde en diens raadsman

De raadsman heeft erop gewezen dat bij de invulling van de ISD-maatregel door de reclassering de volgende doelen zijn gesteld: het vinden van een dagbesteding, begeleiding bij het vinden van vaste woonruimte, verslavingsbehandeling dan wel ondersteuning en behandeling voor agressief gedrag. De behandeling is echter onvoldoende van de grond gekomen en dit is volgens de raadsman niet in overwegende mate aan de veroordeelde te wijten. De ISD-maatregel duurt nog vijf maanden en niet te verwachten valt dat de verdere tenuitvoerlegging van de maatregel in deze vijf maanden de voormelde doelen zal dienen, hetgeen zal betekenen dat de ISD-maatregel niets meer is dan een verkapte gevangenisstraf. De raadsman heeft verzocht om de maatregel tussentijds te beëindigen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit het meest recente voortgangsverslag blijkt dat de kans op recidive zeer groot wordt geacht. Het beeld is somber. De veroordeelde heeft het aanbod voor behandeling radicaal van de hand gewezen en wil zijn eigen gang gaan. De samenleving dient te worden beveiligd tegen recidive door de veroordeelde. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel en tot afwijzing van het verzoek tot beëindiging.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, echter met verbetering van het dictum in die zin dat dit gelezen wordt als: “Beslist dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is vereist”.

Het verzoek van de veroordeelde om indien de beslissing van de rechtbank wordt bevestigd, daarbij te beslissen tot aftrek van het in de strafzaak ondergane voorarrest, wordt afgewezen omdat het hof niet bevoegd is omtrent dit voorarrest enige beslissing te nemen. Voor zover het verzoek moet worden verstaan als een verzoek de in voorarrest doorgebrachte tijd te verrekenen met de tenuitvoerlegging van de maatregel, beslist het hof gelet op het hierboven genoemde door het hof overgenomen oordeel van de rechtbank, dat voor een dergelijke verrekening geen grond bestaat.

Beslissing

Het hof:

bevestigt met verbetering van het dictum als voormeld de beslissing van de rechtbank Utrecht van 3 augustus 2012 met betrekking tot de [veroordeelde].

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr A.J. Smit en mr J.P. Balkema als raadsheren,

en drs. G. Mensing en drs. J. Boon als raden,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,

en op 13 december 2012 in het openbaar uitgesproken.

mr J.P. Balkema en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.