Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BY8274

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
14-01-2013
Zaaknummer
21-004025-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2010:BV0676, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Notaris veroordeeld voor valsheid in geschrift vanwege onjuist dateren overeenkomst met het oog op (voorkoming van) beslaglegging door de fiscus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-0206

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004025-10

Uitspraak d.d.: 21 december 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van

4 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

wonende te [woonplaats] , [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 december 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr A.J.M. van Roy, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 04 december 2004 in de gemeente Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of een of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, opzettelijk een koop-verkoop-overeenkomst tussen [betrokkene 1], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1]B.V. en [betrokkene 2], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 2] B.V. i.o. gedateerd 01 oktober 2004), -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken en/of dat vervalsen hierin bestaan

dat in genoemde koop-verkoop-overeenkomst is vermeld dat de overeenkomst is opgemaakt op 01 oktober 2004 en/of de levering van het verkochte en/of de betaling van de koopprijs 'heden' plaatsvindt, terwijl die overeenkomst op een latere datum is opgemaakt en/of die levering en/of betaling niet 'heden', zijnde 01 oktober 2004, heeft/hebben plaatsgevonden,

hebbende hij, verdachte, die koop-verkoop-overeenkomst voorzien van een afdruk van zijn notarisstempel en zijn handtekening, terwijl hij, notaris zijnde, een bijzondere ambtsplicht schond en/of bij het begaan van vorenomschreven strafbaar feit gebruik maakte van macht en/of gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Overweging vooraf.

De naam van de in de dagvaarding genoemde persoon [betrokkene 3] staat in de koop-verkoop-overeenkomst en in enige andere stukken ten onrechte als [betrokkene 2]. Het hof heeft dit geconstateerd, maar verbindt daar geen verdere consequenties aan voor de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen.

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bij de FIOD heeft verdachte verklaard dat [betrokkene 1] (verder: [betrokkene 1]) en [betrokkene 3] (verder: [betrokkene 3]) samen bij hem op kantoor zijn geweest op 11 november 2004.

Verdachte heeft ter terechtzitting bij het hof op 12 december 2012 verklaard dat hij de koop-verkoopovereenkomst tussen [betrokkene 1], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1]B.V. en [betrokkene 3], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 2] B.V. i.o, gedateerd 1 oktober 2004 heeft opgemaakt.

Ook heeft verdachte verklaard dat hij deze overeenkomst op 4 of 5 december 2004 heeft opgemaakt, waarna beide partijen op of omstreeks 6 december 2004 bij hem op kantoor zijn geweest om de koop-verkoopovereenkomst te ondertekenen.

De koop-verkoopovereenkomst is door [betrokkene 3] en [betrokkene 1] ondertekend, alsmede door [verdachte], die het document ook heeft voorzien van zijn notarisstempel.

Uit de documenteigenschappen van het bestand op de computer van [verdachte] volgt dat de bedoelde koop-verkoopovereenkomst op 4 december 2004 is gemaakt, waarna het document op 5 december 2004 is gewijzigd.

Op 29 november 2004 is [bedrijf 2] B.V. opgericht. Op 1 december 2004 tekent [betrokkene 3] bezwaar aan tegen de inbeslagname van de onderhavige bedrijfsinventaris op 26 november 2004 door de fiscus en op 7 december 2004 onderbouwt hij zijn bezwaarschrift met een kopie van de koop-verkoopovereenkomst en een taxatierapport.

Verdachte heeft ter zitting van het hof verklaard dat bij vergissing de datum van ondertekening 1 oktober 2004 is vermeld. [betrokkene 1] en/of [betrokkene 3] zijn op 11 november 2004 bij verdachte op kantoor geweest. [betrokkene 1] en/of [betrokkene 3] heeft/hebben tegen verdachte gezegd dat de feitelijke overdracht en betaling van de bedrijfsinventaris op 1 oktober 2004 heeft plaatsgevonden, waardoor de datum van 1 oktober 2004 valt te verklaren, aldus verdachte.

Het hof acht de verklaring van verdachte dat het een kennelijke verschrijving of vergissing betreft niet aannemelijk en overweegt als volgt.

In de koop-verkoopovereenkomst staat zowel onder artikel 1 als onder artikel 2 bij levering respectievelijk betaling vermeld dat dat ‘heden’ heeft plaatsgevonden. Hier had naar de verklaring van verdachte 1 oktober 2004 moeten staan. Ook is de overeenkomst gesloten met [bedrijf 2] B.V. i.o.. Voor de omstandigheid dat hier nog een B.V. in oprichting wordt genoemd en niet de B.V. heeft verdachte geen verklaring kunnen geven. Het hof is echter van oordeel dat áls verdachte daadwerkelijk per ongeluk het document geantedateerd heeft op 1 oktober 2004, hij had opgenomen [bedrijf 2] B.V. en niet [bedrijf 2] B.V. i.o.. Op 29 november 2004 was de B.V. immers door hem opgericht. Naar het oordeel van het hof heeft [verdachte] bewust opgenomen dat de B.V. nog in oprichting was en dat het de bedoeling was dat de overeenkomst op 1 oktober 2004 opgemaakt en getekend zou zijn. Evenmin had hij in geval van een enkele vergissing ten aanzien van de ondertekening bij levering en betaling ‘heden’ ingevuld, maar de datum die aan hem was medegedeeld, te weten 1 oktober 2004.

Dit, in samenhang bezien met de incorrecte datum van ondertekening, maakt dat het naar het oordeel van het hof niet anders kan zijn dan dat verdachte opzettelijk het document valselijk heeft opgemaakt. Er is sprake van een samenloop van te veel feiten en omstandigheden waardoor van slechts een kennelijke verschrijving of vergissing zoals door verdachte is gesteld geen sprake kan zijn.

Indien de feitelijke levering en betaling al hadden plaatsgevonden, is niet vast te stellen op welk moment dat is gebeurd en het hof zal verdachte van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken. Dat de datum van ondertekening niet klopt, acht het hof wel bewezen.

Het hof acht eveneens bewezen dat er sprake is van medeplegen. Verdachte en medeverdachten hebben immers tezamen de koop-verkoopovereenkomst ondertekend terwijl zij wisten dat de daarin vermelde datum van ondertekening opzettelijk onjuist was vermeld.

Het hof zal verdachte vrijspreken van de strafverzwarende omstandigheid -kort gezegd- dat hij als notaris zijn ambtsplicht heeft geschonden, nu naar het oordeel van het hof niet is gebleken dat door het handelen van verdachte hij een bijzondere plicht heeft geschonden, welke voortvloeit uit het door hem beklede ambt.

Voorwaardelijk verzoek horen [getuige]als getuige

Voor zover de raadsman heeft gesteld, dat indien het hof de print van de agenda van verdachte d.d. 11 november 2004 (D-015) voor het bewijs bezigt, hij getuige [getuige] (klerk) wenst te horen, gaat het hof hieraan voorbij, nu D-015 niet gebezigd wordt voor het bewijs. Het verzoek behoeft derhalve geen verdere bespreking.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 04 december 2004 in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met rechtspersonen en/of natuurlijke personen, opzettelijk een koop-verkoop-overeenkomst tussen [betrokkene 1], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 1]B.V. en [betrokkene 2], handelende in de hoedanigheid van bestuurder van [bedrijf 2] B.V. i.o. (gedateerd 01 oktober 2004), -zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan dat in genoemde koop-verkoop-overeenkomst is vermeld dat de overeenkomst is opgemaakt op 01 oktober 2004 terwijl die overeenkomst op een latere datum is opgemaakt hebbende hij, verdachte, die koop-verkoop-overeenkomst voorzien van een afdruk van zijn notarisstempel en zijn handtekening.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van valsheid in geschrift.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

De rechtbank Arnhem heeft de verdachte vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door een koop-verkoopovereenkomst te antedateren. Dit document diende er toe om aan te tonen dat de inventaris van het bedrijf [bedrijf 1]B.V. op 1 oktober 2004 zou zijn verkocht aan [bedrijf 2] B.V. i.o., waardoor inbeslagname door de belastingdienst niet meer mogelijk zou zijn en de Staat derhalve benadeeld zou worden. Naast deze mogelijke benadeling van de Staat heeft verdachte ook het door anderen in hem als notaris gestelde vertrouwen geschaad, nu hij immers heeft gehandeld in zijn functie van notaris. Een notaris dient zich onkreukbaar op te stellen en ook als zodanig te handelen. De samenleving moet er op kunnen vertrouwen dat door een notaris opgemaakt stuk juist en correct is. Het in het algemeen in een notaris te stellen vertrouwen is door verdachtes handelen ernstig aangetast.

Het hof heeft acht geslagen op een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 november 2012 waaruit volgt dat verdachte aan te merken is als first-offender.

Het bewezenverklaarde feit is gepleegd op of omstreeks 4 december 2004. De rechtbank heeft bij vonnis van 4 november 2010 is verdachte vrijgesproken. De eerste terechtzitting in hoger beroep is op 12 december 2012 geweest en het arrest is op 21 december 2012 uitgesproken. Het hof overweegt dat het verloop van de zaak in eerste aanleg onwenselijk lang heeft geduurd, maar dat geen sprake is van schending van de redelijke termijn. Immers is het deels aan verdachte te wijten dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg lang heeft geduurd door het voeren van een beklagprocedure over de bij verdachte als notaris inbeslaggenomen documenten, welke procedure is geëindigd in een arrest van de Hoge Raad.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Verdachte was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten tevens notaris en hij heeft de lopende strafzaak als een last ervaren, ook ten aanzien van de bedrijfsvoering van zijn eigen notariskantoor. Op zichzelf zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in een dergelijk geval op zijn plaats zijn. Het hof is echter van oordeel dat verdachte zich bewust is van de gevolgen van deze strafzaak voor zijn dagelijkse privé- en zakelijke leven, waardoor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstrafstraf, mede gelet op het feit dat het feit in 2004 is gepleegd, niet passend is. Het hof ziet ook geen redenen om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen zoals door de advocaat-generaal is geëist, nu het hof er op vertrouwt dat verdachte niet opnieuw in de fout zal gaan, maar het hof zal wel een hogere werkstraf op leggen dan geëist door de advocaat-generaal.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 47 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr M.J. Stolwerk en mr P.L.M. van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr E.S. van Soest, griffier,

en op 21 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.