Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BY3971

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-09-2012
Datum publicatie
22-11-2012
Zaaknummer
P12/0256
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof, in beroep oordelend over de beslissing van de rechtbank op een verzoekschrift ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht, over de vraag of de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel al dan niet moet worden voortgezet, moet toetsen aan de hand van de omstandigheden die thans gelden (toetsing ex nunc).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ISD P12/0256

Beslissing d.d. 13 september 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in P.I. [P.I..] locatie [locatie].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2012, tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

-het vonnis van de rechtbank Arnhem van 21 juni 2011, waarbij de ISD-maatregel is opgelegd;

-het reclasseringsadvies van Iriszorg ten behoeve van reïntegratieplan TR van 1 november 2011;

-de rapportage van P.I. [P.I.], locatie [locatie], van 16 maart 2012;

-het concept plaatsingsbesluit en indicatiestelling van het IFZ/NIFP Arnhem van 27 maart 2012;

-het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

-de beslissing waarvan beroep;

-de akte van beroep van veroordeelde van 25 mei 2012;

-de aanvullende rapportage ten behoeve van hoger beroep van P.I.[P.I.], locatie [locatie], van 21 augustus 2012.

Het hof heeft ter zitting van 30 augustus 2012 gehoord veroordeelde en zijn raadsman,

mr P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem, en de advocaat-generaal, mr E.J. Julsing-Nijenhuis.

Overwegingen

Het standpunt van P.I. [P.I.], locatie [locatie]

De rapportage van P.I. [P.I.], locatie [locatie], van 16 maart 2012 vermeldt onder meer het volgende – zakelijk weergegeven -:

Op 21 juni 2011 is de ISD-maatregel opgelegd. Deze maatregel is onherroepelijk geworden op 6 juli 2011 en eindigt op 5 juli 2013.

Bij betrokkene is niet alleen sprake van alcoholproblematiek, maar ook van persoonlijkheidsproblematiek, het ontbreken van maatschappelijke inbedding en een groot gevoel van onrechtmatige behandeling door vooral professionals in de gezondheidszorg. Deze opsomming geeft aan dat een klinisch behandeltraject langdurig zal zijn, waarbij de vraag gesteld kan worden of betrokkene in staat zal zijn om hulp te accepteren.

Binnen de ISD-maatregel is het de bedoeling dat er een plek gezocht wordt waar betrokkene een behandeling krijgt die ervoor zorgt dat de criminogene factoren verminderen en hij hierdoor geen delicten meer pleegt of op een andere manier voor overlast zorgt. De P.I. [P.I.] adviseert om die reden de ISD-maatregel voort te zetten. In de PPC afdeling waar betrokkene op dit moment verblijft, krijgt hij de benodigde zorg en begrenzing die bij zijn problematiek past. Er wordt een behandelsetting gezocht, waar de ISD-maatregel buiten de P.I. [P.I.] een vervolg kan krijgen. Opheffing van de maatregel zal waarschijnlijk weer snel leiden tot maatschappelijke ontwrichting van betrokkene met alle negatieve gevolgen van dien.

De aanvullende rapportage van P.I. [P.I.], locatie [locatie], van 21 augustus 2012 vermeldt onder meer het volgende - zakelijk weergegeven -:

Op 23 april 2012 is betrokkene geplaatst in FPA [FPA] te [plaatsnaam]. Voor de behandeling aldaar zijn de benodigde vrijheden vereist om te kunnen deelnemen aan alle therapeutische onderdelen. Betrokkene heeft zich in korte tijd meerdere malen niet begeleidbaar opgesteld, heeft zich niet gehouden aan afspraken met betrekking tot het vrijhedenbeleid en heeft zich uiteindelijk onttrokken aan het toezicht van de kliniek. De kans dat een voortgezette behandeling in de FPA zonder problemen zou gaan verlopen, leek hierdoor gering. Dit alles heeft tot gevolg gehad dat besloten is om hem definitief terug te plaatsen naar het PPC [plaatsnaam] Op 13 augustus 2012 is een herindicatie afgegeven door IFZ/NIFP Arnhem. Betrokkene is toegeleid naar FPK [FPK] in [plaatsnaam] en kan op 7 september 2012 op intake. De P.I. [P.I.] adviseert de ISD-maatregel te continueren.

Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman

De raadsman heeft betoogd dat de beslissing van de rechtbank ex tunc moet worden getoetst. Anders had hij wel een nieuw verzoek tot tussentijdse beëindiging ingediend.

De rechtbank heeft in haar beslissing niet toegelicht waarom opheffing van de maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drank- of drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Wel is uitvoerig stilgestaan bij de noodzaak van behandeling van veroordeelde. Verzocht is de ISD-maatregel op te heffen, nu er maar bitter weinig van de grond is gekomen. Pas na indiening van het verzoek tot tussentijdse beëindiging is de plaatsing in [plaatsnaam] gerealiseerd. De veroordeelde wil het liefst behandeling in ambulante vorm. Indien mogelijk wil hij tijdens een schorsing van de maatregel zijn plaatsing in een kliniek afwachten.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Volgens de advocaat-generaal dient de rechter ex nunc te toetsen. De advocaat-generaal acht schorsing, zoals verzocht door veroordeelde, geen goed idee, gezien de te verwachten kans op overlast. Gebleken is dat veroordeelde op korte termijn voor een intake terecht kan bij [FPK], waar hij aan zichzelf kan werken. Ook indien hij niet meewerkt aan een behandeling, kan de ISD-maatregel doorlopen. Geconcludeerd is de beslissing van de rechtbank te bevestigen.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen in verband met nieuwe informatie van de Penitentiaire Inrichting/de trajectcoördinator ISD.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het hof, in beroep oordelend over de beslissing van de rechtbank op een verzoekschrift ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht, de vraag of de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel al dan niet moet worden voortgezet, dient te toetsen aan de hand van de omstandigheden die thans gelden (toetsing ex nunc).

Vast staat dat de problematiek van de veroordeelde nog niet doeltreffend is behandeld. Veroordeelde heeft ter zitting aangegeven dat hij wel behandeld wil worden. Uit de aanvullende informatie en het verhandelde ter zitting begrijpt het hof dat veroordeelde op korte termijn een intakegesprek zou hebben bij FPK [FPK], waar hij mogelijk behandeld kan worden.

Nu in het verleden het plegen van delicten in grote mate samenhing met de verslavings- en psychiatrische problematiek van veroordeelde en deze problematiek thans nog niet afdoende is behandeld, is te verwachten dat opheffing van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drank- of drugs)overlast en verloedering van het publieke domein.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is voorts niet gebleken dat verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die (overwegend) buiten de macht van veroordeelde ligt. Vanuit de penitentiaire inrichting is veroordeelde korte tijd overgeplaatst naar FPA [FPA]. Door onwil van de kant van veroordeelde is het te wijten dat het (behandel)traject aldaar niet van de grond is gekomen.

Gelet op het vorenstaande acht het hof voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders vanuit een oogpunt van beveiliging van de samenleving noodzakelijk.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2012 met betrekking tot betrokkene [veroordeelde].

Beslist dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is vereist.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr W.R. Rosingh als raadsheren,

en drs. G. Mensing en drs. M. van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,

en op 13 september 2012 in het openbaar uitgesproken.

mr E. van der Herberg en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.