Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX8860

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
02-10-2012
Zaaknummer
200.102.095
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep van vonnis waarin de rechtbank zich relatief onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar een andere rechter niet mogelijk. Dat hoger beroep alleen de kostenveroordeling betreft, maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.102.095

(zaaknummer rechtbank 122763)

arrest van de zesde kamer van 11 september 2012

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bora Borgh Beheer B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Shotblastsupport B.V.,

beide gevestigd te Hengelo,

3. [appellant sub 3],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna: Bora c.s.,

advocaat: mr. J.H.C. van den Akker,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Kaltenbach Shotblast and Painting Systems B.V.,

gevestigd te Hengelo,

geïntimeerde,

hierna: Kaltenbach,

advocaat: mr. U.W.G. Thöle.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

9 november 2011 dat de rechtbank Almelo tussen Bora c.s. als gedaagden in de hoofdzaak, tevens eisers in de incidenten en Kaltenbach als eiseres in de hoofdzaak, tevens verweerster in de incidenten heeft gewezen.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 8 februari 2012,

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord.

2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Het gaat in deze zaak om het volgende. Bij inleidende dagvaarding van

11 augustus 2011 heeft Kaltenbach Bora c.s. gedagvaard voor de rechtbank Almelo en daarbij jegens Bora c.s. onder meer gevorderd, samengevat weergegeven, een verbod tot:

- het gebruik van het merk Gietart en daarmee (verwarringwekkend) overeenstemmende tekens;

- het gebruik van de handels- en domeinnaam Gietart en daarmee (verwarringwekkend) overeenstemmende handels- en domeinnamen;

- ‘reclame, het aanbieden en de verkoop’ van bepaalde straalinstallaties;

- iedere reclame voor de producten of diensten van Bora c.s. ‘met behulp van de tekens Gietart, original Gietart Shotblasters en Gietart, The Original of daarmee op verwarringwekkende wijze overeenstemmende tekens’;

een en ander op straffe van een dwangsom en met nevenvorderingen.

3.2 Bora c.s. hebben bij incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, tevens inhoudende een incidentele conclusie tot oproeping van derden in het geding ex artikel 118 Rv gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van de vorderingen van Kaltenbach kennis te nemen en Bora c.s. zal toestaan de in Dubai gevestigde vennootschap Gietart Middle East FCZO te dagvaarden teneinde zich te voegen aan de zijde van Bora c.s. voor het inroepen van de nietigheid van de Benelux Merkenregistraties van Kaltenbach.

3.3 Bora c.s. hebben gevorderd dat de Kaltenbach zal worden veroordeeld in de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

3.4 De rechtbank heeft bij vonnis van 9 november 2011 in het bevoegdheidsincident geoordeeld dat de rechtbank ’s-Gravenhage exclusief relatief bevoegd is kennis te nemen van het geschil (rov. 2.4). De rechtbank heeft in het bevoegdheidsincident de vordering toegewezen, in de hoofdzaak en het incident ex artikel 118 Rv. zich onbevoegd verklaard van de vorderingen kennis te nemen en de zaak verwezen naar de rechtbank ’s-Gravenhage. Daarbij heeft de rechtbank in het bevoegdheidsincident Kaltenbach veroordeeld in de kosten, welke kosten zij heeft begroot overeenkomstig het liquidatietarief.

3.5 Het hoger beroep betreft uitsluitend de kostenveroordeling. Volgens Bora c.s. had de rechtbank Kaltenbach moeten veroordelen in de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, zoals door Bora c.s. was gevorderd en met een kostenspecificatie was onderbouwd. Kaltenbach heeft verweer gevoerd.

3.6 Het hof overweegt als volgt. Het vonnis waarvan beroep is een vonnis waarin de rechtbank zich relatief onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar een andere rechter. Ingevolge artikel 110 lid 3 Rv is tegen een zodanig vonnis geen hogere voorziening toegelaten. De enkele omstandigheid dat de rechtbank in het vonnis een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken en het hoger beroep zich uitsluitend tegen die kostenbeslissing richt, maakt dit nog niet anders (vgl. HR 6 februari 2004, LJN AL7065).

De beoordeling van de kostenbeslissing in hoger beroep zal immers in de regel een (her)beoordeling van de beslissing over de toe- of afwijzing van de incidentele vordering vergen. Die beoordeling is ingevolge artikel 110 lid 3 Rv nu juist van (tussentijds) hoger beroep uitgesloten. Dat, zoals in deze zaak, uitsluitend de hoogte van de kostenveroordeling wordt bestreden met de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten artikel 1019h Rv toe te passen, is geen grond om in afwijking van artikel 110 lid 3 Rv toch hoger beroep toe te staan. De rechter naar wie wordt verwezen kan, zo artikel 1019h Rv dit vergt, de in het incident reeds toegewezen kosten aanvullen. Daarmee is de werking van het gemeenschapsrecht voldoende gewaarborgd, zonder dat afbreuk hoeft te worden gedaan aan de door artikel 110 lid 3 Rv beoogde snelle beslechting van geschillen omtrent de relatieve bevoegdheid.

4. Slotsom

Bora c.s. zijn niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep en zullen in de kosten daarvan worden veroordeeld. Nu Kaltenbach in hoger beroep geen kostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv heeft gevorderd kan in het midden blijven of het onderhavige hoger beroep in dit incident onder het toepassingsbereik van voormelde bepaling valt.

De kosten van Kaltenbach in dit hoger beroep worden begroot op:

- verschotten € 666,-

- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief:

1 punten x tarief II € 894,-.

5. Beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

- verklaart Bora c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Almelo van 9 november 2011;

- veroordeelt Kaltenbach in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Bora c.s. vastgesteld op € 666,- voor verschotten en op € 894,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

- verklaart dit arrest (voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft) uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, B.J. Lenselink en F.W.J. Meijer, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste raadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 september 2012.