Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX7971

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
200.006.677/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Paddenstoelengroei bij biologische tuinder. Deskundigenonderzoek . Leverancier van compost is door het leveren van besmette compost tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting. Leverancier is daarom schadeplichtig. Omstandigheid dat schade niet voorzienbaar was, maakt dat niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 18 september 2012

Zaaknummer 200.006.677/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Top Compost B.V.,

gevestigd te Lelystad,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: Top Compost,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, kantoorhoudende te Arnhem,

tegen

1. [geïntimeerde 1],

gevestigd te [woonplaats],

2. [geïntimeerde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. H.M.G. van Lotringen, kantoorhoudende te Ede.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 13 september 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter uitvoering van genoemd tussenarrest heeft een deskundigenonderzoek plaatsgehad. Het deskundigenbericht is op 23 maart 2012 ter griffie van het hof ontvangen.

Vervolgens hebben beide partijen een memorie na deskundigenbericht genomen.

Ten slotte hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. [deskundige] heeft de door het hof gestelde vragen in zijn rapport onder 4 als volgt beantwoord.

Vraag 1a) Zijn de opmerkingen van [professor] inzake het proces van composteren toepasbaar op het product dat Top Compost aan [geïntimeerden] heeft geleverd, zijnde groencompost dat is bereid volgens de zogenaamde CMC methode?

Antwoord:

De opmerkingen van [professor] in processtuk 25, productie 31 zijn toepasbaar op het composteringsproces zoals dat door Top Compost volgens de zogenaamde CMC methode werd uitgevoerd.

Vraag 1b) Ontstaat door het composteringsproces volgens de CMC methode een biologisch vacuüm dat vatbaar is voor infecties van buitenaf?

Antwoord: Tijdens het composteringsproces volgens de CMC methode ontstaat geen biologisch vacuüm in de strikte betekenis van deze term. Microbiële populaties volgen elkaar op in de verschillende fases. Echter na de eerste fase van het composteringsproces is de compost vatbaar voor infecties van buitenaf die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke samenstelling van de microbiële populatie van de compost.

Vraag 1c) Acht u het waarschijnlijk dat de compost bij Top Compost besmet is geraakt met paddenstoelensporen tijdens de opslag onder TopTex bij Top Compost, of tijdens het bijvoegen of afhalen van compost bij de opgeslagen hoop/hopen?

Antwoord: Ja, de compost bij Top Compost kan besmet zijn geraakt zowel tijdens de opslag onder TopTex zowel tijdens het bijvoegen of afhalen van compost bij de opgeslagen hoop/hopen.

Vraag 1d) Had Top Compost de compost dienen dood te stomen vlak voor de leverantie daarvan aan [geïntimeerden]?

Antwoord: Neen, dit is/was niet gebruikelijk bij de levering van groencompost, zie antwoord onder 4.1a

Vraag 2a) Acht u het waarschijnlijk dat in de periode tussen het afleveren van de compost bij [geïntimeerden] en het opbrengen en inwerken daarvan externe besmetting van de compost heeft plaatsgevonden? Zo ja, kan dat een besmetting van deze omvang hebben gegeven?

Antwoord: Alhoewel de mogelijkheid tot externe besmetting van de compost in de periode tussen het afleveren van de compost op het bedrijfsterrein van [geïntimeerden] en het opbrengen en inwerken niet geheel kan worden uitgesloten is het zeer onwaarschijnlijk.

Vraag 2b) Is externe besmetting mogelijk als de compost enige tijd onafgedekt in een kas heeft gelegen?

Antwoord: Alhoewel de mogelijkheid tot externe besmetting van de in de kas opgeslagen compost in de periode tussen het afleveren van de compost op het bedrijfsterrein van [geïntimeerden] en het opbrengen en inwerken niet geheel kan worden uitgesloten, is dit zeer onwaarschijnlijk.

Vraag 3a) Acht u het waarschijnlijk dat de oorzaak van de paddenstoelengroei niet (enkel) is gelegen in de compost, maar (mede) in de grond zelf doordat deze tijdens de verbouwing van de kassen open en bloot heeft gelegen waardoor paddenstoelensporen, in de grond terecht kunnen zijn gekomen?

Antwoord: het is niet waarschijnlijk dat de oorzaak van de paddenstoelengroei is voortgekomen uit in de grond aanwezige paddenstoelsporen.

Vraag 3b) Wilt u bij de beantwoording van deze vraag rekening houden met het feit dat deze grond na de verbouwing van de kassen gestoomd is?

Antwoord: het wel of niet stomen van de grond is kennelijk geen factor in het later voorkomen van paddenstoelengroei na toediening van de compost.

Vraag 3c) Is een mogelijk laag stikstofgehalte van de grond daarbij van belang?

Antwoord: Een laag stikstofgehalte van de grond is een beperkende factor voor het bodemleven. De kasgrond van [geïntimeerden] voor het toedienen van de compost was geen optimaal substraat voor de groei van micro-organismen door zowel de afwezigheid van organische materiaal en vrij opneembaar stikstof.

Vraag 4a) Acht u een hoeveelheid van in totaal ongeveer 750 m³ compost voor een terrein van ongeveer 3,3 ha onder de gegeven omstandigheden te veel? Met andere woorden acht u het waarschijnlijk dat door deze hoeveelheid de paddenstoelengroei (mede) is veroorzaakt?

Antwoord: De hoeveelheid aangewende compost van 750m3 voor 3,3 ha is hoog maar niet te veel gezien het doel dat werd nagestreefd. Echter mocht de compost schadelijke componenten bevatten cq. sporen of mycelium van de betreffende paddenstoelensoorten dan draagt de hoeveelheid zeker bij tot de omvang van de schade.

Vraag 4b) Is het daarbij relevant of het gaat om gestoomde grond?

Antwoord: In pas gestoomde grond is een biologisch vacuüm aanwezig. Door toevoer van grote hoeveelheden compost zullen de daarin aanwezige organismen aanvankelijk de populatie gaan domineren totdat na enige tijd een nieuwe evenwicht ontstaat.

Vraag 4c) Zo ja, in hoeverre speelt het tijdsverloop van ongeveer zes maanden tussen het stomen van de grond en het opbrengen van de compost een rol?

Antwoord: Door herkolonisatie van gestoomde grond is na 6 maanden nog geen voldoende stabiel evenwicht opgetreden waardoor met de compost meegekomen organismen een kans krijgen zich te ontwikkelen.

Vraag 4d) Hoe verklaart u dat de paddenstoelengroei zich in casu ook op de niet gestoomde grond heeft voorgedaan?

Antwoord: Het bodemleven in de niet gestoomde grond is niet in staat geweest de ontwikkeling van de in de compost meegekomen organismen te onderdrukken.

Vraag 5a) Acht u het waarschijnlijk dat de paddenstoelengroei (mede) is veroorzaakt doordat er wellicht op verschillende plaatsen in de kas "inhomogene" hoeveelheden compost zijn opgebracht?

Antwoord: Het is niet waarschijnlijk dat de paddenstoelengroei (mede) is veroorzaakt doordat er wellicht op verschillende plaatsen in de kas "inhomogene" hoeveelheden compost zijn opgebracht.

Vraag 5b) Zo ja, zou er ingeval de compost op andere wijze was opgebracht geen paddenstoelengroei zijn opgetreden?

Antwoord: De paddenstoelengroei zou waarschijnlijk zijn opgetreden bij elke wijze van toepassing.

Vraag 6) Was naar uw oordeel het risico van overmatige paddenstoelengroei in de gegeven omstandigheden voorzienbaar voor Top Compost en/of [geïntimeerden]? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag rekening houden met de aan ieder van partijen toe te dichten specifieke deskundigheid?

Antwoord: Het toedienen van grote hoeveelheden compost kan risico's met zich meebrengen zoals Top Compost ook heeft beaamd. Deskundigheid en ervaring van de leverancier en gebruiker is essentieel om deze risico's te kunnen inschatten. Bekende risico's kunnen in kaart worden gebracht. Echter er kunnen zich altijd bijzondere omstandigheden voordoen die vooraf niet zijn te voorspellen. Ik ben van mening dat de overmatige paddenstoelengroei in de gegeven omstandigheden niet voorzienbaar was voor Top Compost en [geïntimeerden] Er is kennelijk sprake geweest van een samenloop van omstandigheden (besmetting van de compost, de juiste omstandigheden in de grond, de teelt en in de kas) die de paddenstoelengroei in de hand heeft gewerkt. De natuur heeft voor een onaangename verrassing gezorgd.

Vraag 7) Geeft het onderzoek nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn?

Antwoord: Het is niet duidelijk tot welke soort of-soorten de paddenstoelen behoren die de schade hebben veroorzaakt.

In processtuk 1, bijlage IX vermeldt Koch Bedomtechniek dat de paddenstoelen behoren tot het geslacht of genus Inocybe (abusievelijk is in het rapport de term soort gebruikt). Meer dan 10 verschillende soorten zijn aangetroffen.

In processtuk 1, bijlage X meldt [X.] dat het gaat om paddenstoelen behorende tot het genus Collybia. De soort Collybia dryphila wordt genoemd.

Soorten van het geslacht Inocybe zijn z.g. ectomycorrhizavormers wat betekent dat ze voor hun groei en ontwikkeling een interactie aangaan met de wortels van levende planten. Zij komen in Nederland voor bij loofbomen, soms bij naaldbomen in lanen en parken of in bossen en struwelen op voedselrijke bodem. Uit de literatuur (zie bijlage II) is bekend dat Inocybe deels als saprofyt groeit, maar dat vruchtlichaamvorming optreedt in combinatie met de levende waardplant. Waardplanten kunnen naast bomen en stuiken ook éénjarigen en sierplanten zijn.

Soorten van het geslacht Collybia zijn saprfyten wat betekent dat ze zich op dood organisch materiaal kunnen ontwikkelen. De genoemde soort Collybia dryophila komt voor op humus en grof strooisel van loofbomen (eik, beuk), zelden van naaldbomen in bossen, in parken, plantsoenen, heiden en heischrale graslanden.

In verband met de beslissing van dit geschil is het van belang erop te wijzen dat ondanks het feit dat genoemde onderzoeksinstanties niet tot een eensluidende determinatie van de schadeveroorzakende paddenstoelen zijn gekomen, soorten van beide geslachten op dood organisch materiaal kunnen leven waarbij Inocybe-soorten alleen tot paddenstoelvorming overgaan in interactie met levende planten. Soorten van beide geslachten zijn dus in staat om compost te infecteren volgens het scenario beschreven onder 4.1c. Collybia soorten zijn ook in staat om op opgeslagen compost paddenstoelen te vormen. Inocybe-soorten zullen geen paddenstoelen vormen op opgeslagen compost maar zodra de compost is toegediend aan de grond en hierop een gewas wordt geteeld kunnen ze tot paddenstoelvormig overgaan.

Voorts met betrekking tot de grieven

2. Top Compost heeft zich met de grieven II en III gericht tegen r.o. 4.6 van het vonnis van 25 januari 2006 waarin de rechtbank heeft overwogen dat Top Compost wist dan wel behoorde te weten dat de geoffreerde en vervolgens door haarzelf aangebrachte hoeveelheid compost waarschijnlijk tot problemen zou leiden en dat zij [geïntimeerden] had behoren te waarschuwen voor de risico's van compost.

3. In dit hoger beroep is komen vast te staan dat de compost niet door Top Compost is aangebracht, maar door een door [geïntimeerden] ingeschakelde loonwerker.

[geïntimeerden] hebben in hoger beroep opnieuw gesteld dat Top Compost haar heeft geadviseerd een 2,5 cm dikke laag compost aan te brengen. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat Top Compost een dergelijk advies heeft uitgebracht, maar dat Top Compost [geïntimeerden] wel had moeten waarschuwen voor de voor Top Compost voorzienbare schade die zou ontstaan ingeval de geleverde hoeveelheid compost op gestoomde grond zou worden aangebracht.

4. De deskundige heeft in antwoord op vraag 4c aangegeven dat de aangewende hoeveelheid compost van 750m3 weliswaar hoog is, maar niet te veel gezien het doel dat werd nagestreefd.

Voorts heeft de deskundige in antwoord op vraag 6 aangegeven dat de overmatige paddenstoelengroei in de gegeven omstandigheden niet voorzienbaar was voor Top Compost en [geïntimeerden] Naar zijn oordeel was er sprake van een samenloop van omstandigheden die de paddenstoelengroei in de hand heeft gewerkt en heeft de natuur voor een onaangename verrassing gezorgd.

5. [geïntimeerden] benadrukken dat de deskundige in dit kader heeft overwogen dat van een compostleverancier verwacht mag worden dat hij de afnemer informeert over de toepassingsmogelijkheden en beperkingen en dat het bij twijfel of te weinig ervaring zinvol zou zijn geweest dat Top Compost eerst had voorgesteld in een klein gedeelte van de kas een proef in te richten.

6. Naar het oordeel van het hof kan dit [geïntimeerden] niet baten. De deskundige heeft immers tegelijkertijd overwogen dat het voor [geïntimeerden] raadzaam zou zijn geweest om bij twijfel over en/of te weinig ervaring met de gevolgen van de toepassing van grote hoeveelheden structuurcompost op hun bedrijf, Top Compost te vragen hoe hun ervaringen waren en/of een onafhankelijke adviseur te raadplegen.

Uit de beantwoording van vraag 4c volgt bovendien dat voor zover Top Compost [geïntimeerden] al zou hebben geadviseerd de aangegeven hoeveelheid aan te brengen - hetgeen Top Compost betwist - Top Compost naar het oordeel van de deskundige geen onjuist advies heeft gegeven.

Het hof, dat de bevindingen van de deskundige (ook) op dit punt deugdelijk gemotiveerd en overtuigend acht, komt op basis daarvan tot het oordeel dat de opgetreden schade niet voorzienbaar was voor Top Compost. Om die reden kan haar niet het verwijt worden gemaakt dat zij [geïntimeerden] niet heeft gewezen op het risico van het ontstaan daarvan en dat zij om die reden tekort geschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichtingen.

7. De grieven II en III treffen in zoverre doel.

8. [geïntimeerden] hebben aan hun vordering wegens toerekenbare tekortkoming zijdens Top Compost niet alleen de stelling ten grondslag gelegd dat Top Compost [geïntimeerden] onjuist heeft geadviseerd dan wel heeft nagelaten haar te waarschuwen, maar tevens de stelling dat Top Compost een ondeugdelijk product heeft geleverd, te weten compost dat micro-organismen bevatte waaruit paddenstoelen zijn gegroeid.

9. De rechtbank heeft in het midden gelaten of dat het geval was. De devolutieve werking van het appel brengt mee dat het hof, nu de grieven II en III doel treffen, alsnog dient te onderzoeken of de vordering van [geïntimeerden] op die grond kan worden toegewezen.

10. De deskundige heeft vraag 1c bevestigend beantwoord. Hij acht het waarschijnlijk dat de compost bij Top Compost besmet is geraakt tijdens de opslag en het bijvoegen en afhalen van compost bij de opgeslagen hoop/hopen. De deskundige wijst er in dat verband op dat het TopTex-doek, waarmee de compost werd afgedekt, doorlaatbaar is voor sporen van schimmels en dat dit doek bovendien werd verwijderd tijdens de bewerking van de compost.

Voorts geeft de deskundige aan dat er op de composteringslocatie bronnen voor besmetting aanwezig zijn aangezien de opslag en bewerking van basismaterialen, de opslag van uitgezeefde grond uit houtachtig basismateriaal en de diverse materiaalstromen alle op één locatie plaatsvinden. Het organisch materiaal in de uitgezeefde grond vormt een voedingsbodem voor micro-organismen, waarin mogelijk het mycelium van de paddenstoelen is gegroeid die de bron van de infectie zijn geweest.

Daarentegen acht de deskundige het blijkens zijn antwoorden op de vragen 2a en 2b zeer onwaarschijnlijk dat de besmetting van de compost heeft plaatsgehad in de periode tussen het afleveren van de compost bij [geïntimeerden] en het opbrengen en inwerken daarvan. Ook acht hij het niet waarschijnlijk dat de oorzaak van de paddenstoelengroei is voortgekomen uit in de grond bij [geïntimeerden] aanwezige paddenstoelensporen, zo blijkt uit zijn antwoord op de vragen 3a en 3b.

11. Het hof acht ook de hiervoor besproken bevindingen van de deskundige deugdelijk gemotiveerd en overtuigend en zal zijn oordeel daarop baseren.

Het hof is van oordeel dat door het deskundigenbericht voldoende is komen vast te staan dat de compost op het terrein van Top Compost is besmet met paddenstoelensporen. Top Compost, die besmette compost heeft geleverd, is aldus tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen.

Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis leidt in beginsel tot de verplichting de schade te vergoeden. De omstandigheid dat de schade voor Top Compost niet voorzienbaar was, maakt dat niet anders.

12. Top Compost heeft - voor het eerst bij memorie van grieven in hoger beroep - gesteld dat de compost onafgedekt op het terrein van [geïntimeerden] heeft gelegen alvorens dat op de grond is aangebracht en dat de besmetting van de compost toen kan hebben plaatsgehad.

13. [geïntimeerden] hebben een en ander uitdrukkelijk betwist. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg heeft [geïntimeerde 2] al uiteengezet dat de compost meteen in de kas werd aangebracht zodra deze was aangevoerd. [geïntimeerden] zijn vervolgens consequent bij dat standpunt gebleven.

14. Top Compost heeft haar stellingen bij haar memorie na deskundigenbericht op dit punt niet nader gepreciseerd hoewel dat naar het oordeel van het hof in het licht van de bevindingen van de deskundige wel van haar verwacht had mogen worden.

Top Compost heeft in haar memorie na deskundigenbericht immers slechts aangevoerd dat "niet duidelijk is" hoe lang de compost onafgedekt op het terrein van [geïntimeerden] heeft gelegen. Zij "meent 2,5 week", maar waarop die mening gestoeld is, geeft zij niet aan. Voorts stelt zij dat in het geheel "niet bekend is of-/ en welke besmettingsbronnen er op het terrein van [geïntimeerden] aanwezig waren".

15. Het hof is van oordeel dat dit verweer van Top Compost onvoldoende gemotiveerd is en gaat er daarom aan voorbij.

16. De deskundige heeft vastgesteld dat er op het terrein van [geïntimeerden] - anders dan op het terrein van Top Compost - geen omvangrijke externe besmettingsbronnen aanwezig waren. Voorts heeft hij overwogen dat mocht al een besmetting van verder gelegen bronnen hebben plaatsgehad, slechts de buitenste laag van de compost besmet zou kunnen zijn geraakt gezien de korte periode tussen levering en opbrengen en inwerken.

17. Als Top Compost meent dat zich op het terrein van [geïntimeerden] wel externe besmettingsbronnen bevonden waaraan de compost gedurende langere tijd is blootgesteld dan had het op haar weg gelegen duidelijk te stellen welke bronnen dat waren, waar die zich bevonden en tevens dat de compost daaraan is blootgesteld en op welke wijze. Nu Top Compost dienaangaande geen duidelijke stellingen inneemt, maar slechts volstaat met het opperen van mogelijkheden, gaat het hof aan dit verweer, als zijnde onvoldoende gemotiveerd, voorbij.

18. Top Compost heeft voorts aangevoerd dat de paddenstoelengroei ook zijn oorzaak kan hebben in de grond van [geïntimeerden] [geïntimeerden] hebben dat gemotiveerd bestreden.

Het hof acht het op grond van de bevindingen van de deskundige, die het hof ook op dit punt deugdelijk gemotiveerd en overtuigend acht, onaannemelijk dat de sporen van de paddenstoelen zich reeds in de grond van de kassen bevonden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de grond na het gereedkomen van de kassen is gestoomd, zodat eventuele besmetting via bouwverkeer daarmee is geëlimineerd. Bovendien zijn na de bouw verschillende gewassen in de kassen geteeld, zonder dat zich daarbij paddenstoelengroei heeft voorgedaan. Eerst na het aanbrengen van de compost ontstond er een explosieve groei van paddenstoelen. Het hof verwerpt dit verweer van Top Compost dan ook.

19. Uit hetgeen hiervoor in r.o. 11 tot en met 18 is overwogen vloeit voort dat de grieven IV en V - die gericht zijn tegen het oordeel van de rechtbank dat Top Compost aansprakelijk is voor de door [geïntimeerden] geleden schade - geen doel treffen. Top Compost is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen doordat zij een ondeugdelijk product heeft geleverd.

20. Top Compost heeft voor het geval het hof tot het oordeel komt de Top Compost besmette compost heeft geleverd subsidiair een beroep gedaan op eigen schuld van [geïntimeerden] Daartoe heeft zij aangevoerd dat de volgende omstandigheden, die voor risico van [geïntimeerden] komen, aan de paddenstoelengroei hebben bijgedragen:

- de grond heeft tijdens de bouw van de kassen blootgestaan aan invloeden van buitenaf;

- [geïntimeerden] heeft de compost onafgedekt opgeslagen;

- de compost is aangebracht door een loonbedrijf waardoor het risico in het leven is geroepen dat de compost niet gelijkmatig is verdeeld.

21. Het hof heeft in r.o. 18 al overwogen dat uit het deskundigenbericht volgt dat de besmetting niet is voortgekomen uit de grond, nu de grond na het gereedkomen van de kassen is gestoomd en in de eerste gewassen die nadien zijn geteeld geen paddenstoelen zijn waargenomen.

De deskundige heeft in zijn rapport bij de beantwoording van vraag 5a voorts aangegeven dat het niet waarschijnlijk is dat de paddenstoelengroei (mede) is veroorzaakt doordat er wellicht op verschillende plaatsen in de kas "inhomogene" hoeveelheden compost zijn opgebracht.

Ten aanzien van de - door [geïntimeerden] uitdrukkelijk betwiste - stelling van Top Compost dat de compost onafgedekt op het terrein van [geïntimeerden] heeft gelegen, geldt dat Top Compost deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd.

Het hof ziet dan ook geen aanleiding voor het verstrekken van een bewijsopdracht in dit kader, nog daargelaten dat Top Compost daartoe ook geen gespecificeerd aanbod heeft gedaan.

22. Uit de vorige rechtsoverweging volgt dat het beroep van Top Compost op eigen schuld aan de zijde van [geïntimeerden] niet slaagt. Dat betekent dat ook grief VI - die gericht is tegen het oordeel van de rechtbank dat de gehele schade tengevolge van de overmatige paddenstoelengroei voor vergoeding in aanmerking komt - vergeefs is voorgedragen.

23. Grief VII is gericht tegen de wijze waarop de rechtbank in haar vonnis van 10 juni 2007 de eerste vraag aan de deskundigen [deskundige 2] en [deskundige 3] heeft geformuleerd.

De grief is in zoverre terecht voorgedragen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat Top Compost de laag compost heeft aangebracht. Dit baat Top Compost echter niet omdat Top Compost hoe dan ook aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de overmatige paddenstoelengroei omdat zij de in opdracht van [geïntimeerden] door het loonbedrijf aangebrachte ondeugdelijke compost heeft geleverd.

Voor zover Top Compost in de toelichting op deze grief heeft geklaagd dat geen rekening is gehouden met de mogelijkheid dat de compost geruime tijde onafgedekt heeft gelegen en evenmin met de mogelijkheid dat de compost met inhomogene hoeveelheden op de grond is aangebracht, faalt de grief om de in rechtsoverweging 21 genoemde redenen.

24. De grieven VIII en IX vloeien blijkens hun toelichting voort uit de grieven I tot en met VII en hebben daarnaast geen zelfstandige betekenis.

Tegen de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde schadevergoeding en proceskostenveroordeling is niet inhoudelijk gegriefd.

De grieven VIII en IX falen.

Slotsom

25. De vonnissen waarvan beroep zullen onder verbetering der gronden worden bekrachtigd. Top Compost zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze worden wat het geliquideerd salaris voor de advocaat betreft tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] begroot op € 8.157,50 (2,5 punt, tarief VI).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 januari 2006, 10 januari 2007 en 19 december 2007 waarvan beroep;

veroordeelt Top Compost in de kosten van de procedure in hoger beroep, die van het deskundigenbericht daaronder begrepen en begroot deze tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] op € 2.648,- aan verschotten en op

€ 8.157,50 aan geliquideerd salaris voor de advocaat;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. M.M.A. Wind, voorzitter, M.W. Zandbergen en

I. Tubben, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 18 september 2012 in bijzijn van de griffier.