Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX7367

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
TBS P12/0241
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslissing van de rechtbank wordt vernietigd. De rechtbank heeft bij de beslissing waarvan beroep geen acht geslagen op de 6-jaarsrapportages. De 6-jaarsrapportages zijn binnengekomen na de behandeling ter zitting van de rechtbank. Het hof heeft wel acht geslagen op de inhoud van de 6-jaarsrapportages.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

TBS P12/0241

Beslissing d.d. 20 augustus 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [TBS-kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van 7 mei 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 20 april 1999, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

- het verlengingsadvies van de [TBS-kliniek] van 9 maart 2012, met daarbij de wettelijke aantekeningen over de periode van 15 december 2011 tot en met 9 maart 2012;

- de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de officier van justitie, ingekomen op 29 maart 2012;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 11 mei 2012;

- het op grond van artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte rapport pro justitia, betreffende het psychiatrisch onderzoek, opgemaakt door drs. H.A. Gerritsen op 20 april 2012;

- het op grond van artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte rapport pro justitia, betreffende het psychologisch onderzoek, opgemaakt door D. Breuker op 19 april 2012;

- de aanvullende informatie van de [TBS-kliniek] van 24 juli 2012, met daarbij de wettelijke aantekeningen over de periode van 10 maart 2012 tot en met 14 juni 2012.

Het hof heeft ter zitting van 6 augustus 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsman mr D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp en de advocaat-generaal mr G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het standpunt van de kliniek

Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 9 maart 2012 komt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een psychotische stoornis NAO, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een narcistische persoonlijkheidssstoornis. Betrokkene heeft een problematische agressieregulatie. Zijn frustratietolerantie is gering en hij is impulsief en prikkelbaar. Ook ontbreekt het hem aan sociaal-emotionele vaardigheden en probleemoplossend vermogen. Hij is sterk op zichzelf betrokken, kan zich moeilijk inleven in anderen en compenseert zijn zwakke zelfgevoel met narcistische grootheid. Het ontbreekt hem aan een adequaat functionerend geweten. Onder invloed van middelen wordt hij niet gecorrigeerd door zijn geweten. Bij oplopende spanning schiet de realiteitstoetsing van betrokkene gemakkelijk tekort. Vanuit achterdocht en woede reageert hij gemakkelijk agressief, zeker wanneer hij onder invloed is van ontremmende middelen.

Zonder het kader van de tbs-maatregel wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag door de kliniek hoog ingeschat. Het risico op terugval in seksueel gewelddadig gedrag wordt in dat geval als matig ingeschat.

De ontwikkeling van betrokkene is positief te noemen. Betrokkene is beter begeleidbaar en hij stelt zijn achterdochtige gedachten makkelijker ter discussie. Van de hem verleende verlofmogelijkheden maakt betrokkene op goede wijze gebruik. De kliniek benadrukt evenwel dat niet uit het oog dient te worden verloren dat de positieve ontwikkeling van betrokkene in sterke mate gekoppeld is aan de hulp, ondersteuning en structuur die hem door zijn begeleiders wordt geboden. Zonder deze structuur en de mogelijkheid dat hij kan terugvallen op zijn vertrouwde begeleiders, verliest betrokkene snel het overzicht. Bij toenemende spanning neigt hij tot achterdochtige inkleuring van de realiteit en dient hij te worden bijgestuurd. Voortzetting van intensieve behandeling en begeleiding in het dwingende kader van de terbeschikkingstelling is noodzakelijk ter reductie van het risico op terugval in agressief gedrag. Zou de terbeschikkingstelling thans worden beëindigd dan zal betrokkene zich niet zelfstandig maatschappelijk kunnen handhaven. De kliniek adviseert daarom de maatregel met een jaar te verlengen.

Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 24 juli 2012 blijkt dat betrokkene inmiddels toestemming heeft om buitenwerk te zoeken. In het algemene beeld van betrokkene is weinig veranderd. Hij voegt zich goed naar de aanwijzingen van zijn begeleiders. Gelet op zijn kwetsbaarheid en geringe draagkracht, neiging tot achterdocht, alsmede zijn beperkte probleemoplossende vaardigheden, is betrokkene volgens de kliniek nog steeds aangewezen op ondersteuning en begeleiding in het kader van de terbeschikkingstelling. Deze dient langzaam en gefaseerd te worden afgebouwd. De kliniek handhaaft daarom het advies om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen.

Het standpunt van de externe deskundigen

Psycholoog Breuker heeft geconstateerd dat betrokkene ten aanzien van een groot aantal risicofactoren inherent aan zijn persoonlijkheidspathologie en psychotische kwetsbaarheid, zoals met betrekking tot zijn medicatiegebruik, de aanwezigheid van structurele relationele en affectieve tekorten, als de neiging tot impulsief en antisociaal gedrag, geneigd is zichzelf te overschatten. Zijn afhankelijkheid van de kliniek en het huidige TBS-kader blijft hierdoor groot, omdat hij zonder dit kader gemakkelijk emotioneel ontregeld raakt en in conflicten met anderen terecht komt, hij geneigd is tot het nemen van impulsieve en onverantwoordelijke gedragskeuzes, waardoor de kans op delictgerelateerd gedrag kan toenemen. Het verder gaan met resocialisatie lijkt de psycholoog verantwoord zolang de kliniek op gepaste afstand blijft meekijken en bepalen. Nu de kliniek voornemens is om transmuraal verlof te gaan aanvragen, lijkt het zinvol om dit verloop en de nieuwe ontwikkelingen volgend jaar opnieuw in kaart te brengen.

Volgens psychiater Gerritsen is bij betrokkene diagnostisch sprake van verslavingsproblematiek en een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en paranoïde trekken, psychopathische trekken en een zwakke persoonlijkheidsstructuur. Binnen de structuur van de huidige klinische voorziening en met medicatie heeft betrokkene een aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van verslavingsproblematiek, de psychosegevoeligheid en diverse persoonlijkheidsfactoren. Hij blijft volgens de psychiater echter een kwetsbare en beperkt belastbare man, die voorlopig een duidelijke externe structuur en vertrouwde omgeving nodig blijft houden om stabiel te blijven functioneren. De psychiater beoordeelt de risicoprognose van de kliniek als adequaat. Hij benadrukt dat het van belang is dat het tempo van de resocialisatie van betrokkene goed afgestemd moet blijven op de mogelijkheden en de beperkingen van betrokkene, met speciale aandacht voor zijn huidige relatie. Het ligt in de reden dat bij blijvend stabiel functioneren transmuraal verlof wordt aangevraagd.

Beide deskundigen adviseren om de maatregel met een jaar te verlengen.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat op de zitting van de rechtbank al door de vertegenwoordiger van de kliniek gesproken is over transmuraal verlof en ook over begeleid wonen op termijn, maar dat in de tussenliggende periode niets is gebeurd. Door de kliniek worden bij betrokkene verwachtingen gewekt die niet worden waargemaakt. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de reclassering moet worden ingeschakeld, zodat kan worden bezien onder welke voorwaarden het resocialisatietraject van betrokkene daadwerkelijk verder vorm kan worden gegeven. Hij verzoekt daarom om aanhouding voor het laten opmaken van een reclasseringsrapport. Tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling bestaat op zichzelf geen bezwaar.

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de beslissing van de rechtbank wordt bevestigd. Gelet op de voorhanden zijnde stukken is een stapsgewijze resocialisatie aangewezen. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat eerst transmuraal verlof gepraktiseerd moet zijn voordat aan voorwaardelijke beëindiging wordt toegekomen. Naar de mening van de advocaat-generaal is het daarom te vroeg om de reclassering een rapportage te laten opmaken.

De beslissing van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar de rechtbank bij de beslissing waarvan beroep geen acht geslagen heeft op de 6-jaarsrapportages. De 6-jaarsrapportages zijn binnengekomen na de behandeling ter zitting van de rechtbank. Het hof heeft wel acht geslagen op de inhoud van de 6-jaarsrapportages.

Indexdelict

Bij arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 20 april 1999 is de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gelast. Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de straftoemetingsoverwegingen in onderling verband en samenhang bezien is de terbeschikkingstelling opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, te weten: de voortgezette handeling van medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, medeplegen van verkrachting en diefstal met geweldpleging, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Stoornis en recidivegevaar

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Het recidiverisico wordt door de kliniek zonder het kader van de TBS-maatregel als hoog ingeschat voor wat betreft terugval in gewelddadig gedrag. Het risico van terugval in seksueel gewelddadig gedrag wordt in dat geval als matig ingeschat.

Verlenging

In het bijzonder gelet op de advisering van de kliniek en de externe deskundigen is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en dat thans verlenging met een termijn van een jaar geïndiceerd is.

Het hof heeft geconstateerd dat het hoofd behandeling van de [TBS-kliniek], ter zitting van de rechtbank op 23 april 2012 heeft verklaard dat de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met een jaar, zodat betrokkene naar het transmurale verlof kan worden geleid. Ook heeft [hoofd behandeling] verklaard dat betrokkene over enige tijd in aanmerking komt voor begeleid wonen bij SBWU, en dat in de periode juni of juli 2012 een plek zou vrijkomen. In de aanvullende informatie van de kliniek van 24 juli 2012 wordt hierover niets opgemerkt. Dit heeft het hof bevreemd.

Het hof acht het evenwel aangewezen dat de kliniek het voorgenomen resocialisatietraject voortzet en verwacht dat de kliniek dit voortvarend ter hand zal nemen. Het is naar het oordeel van het hof thans nog te vroeg om de reclassering in het resocialisatietraject te betrekken. Het verzoek om een reclasseringrapport te laten opmaken wordt daarom afgewezen.

Het hof gaat er wel van uit dat de kliniek ruim voor de volgende verlengingszitting in april 2013 de reclassering zal benaderen teneinde de reclassering te betrekken in het vervolg van het resocialisatietraject.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het laten opmaken van rapportage door de reclassering.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Leeuwarden van 7 mei 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr C. Caminada en mr G. Oldekamp als raadsheren,

en prof. dr. W.J. Schudel en dr. W. van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,

en op 20 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.