Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX4574

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-08-2012
Datum publicatie
14-08-2012
Zaaknummer
21-002291-11
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:483, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring medeplegen van moord, diefstal in vereniging en mishandeling. Verdachte wordt sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht voor alle bewezenverklaarde feiten. Anders dan de rechtbank legt het hof niet de maatregel van TBS met dwangverpleging op. Gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289, geldigheid: 2012-08-14
Wetboek van Strafrecht 300, geldigheid: 2012-08-14
Wetboek van Strafrecht 310, geldigheid: 2012-08-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002291-11

Uitspraak d.d.: 14 augustus 2012

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 23 juni 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 juli 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman,

mr G.J. Gerrits, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/43 LBD 7) en/of autosleutels en/of autopapieren en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader de woning van die [slachtoffer B] zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) een hoeveelheid (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (cocaine en/of tramadol en/of Oxazepam en/of een of meer andere soortgelijke middelen) in [slachtoffer B]s drank (bier) heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer B] (vervolgens) van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bewusteloos en/of bedwelmd is geraakt.

2 primair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer B] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, [slachtoffer B] bedwelmd heeft/hebben en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna [slachtoffer B] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of die [slachtoffer B] bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) de handen en/of polsen en/of enkels van die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer B] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in hetlichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden.

2 subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer B] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk bedwelmende medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke middelen) in de drank van die [slachtoffer B] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer B] van die drank heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s) (vervolgens) opzettelijk [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer B] (met kracht) tegen het lichaam en/of een of meer lichaamsdelen heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of [slachtoffer B] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) meegesleurd naar/in een bad en/of (vervolgens) in dit bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer B] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal (in vereniging) uit een woning, ([adres]) van een mobiele telefoon en/of een (aantal) bankpas(sen) en/of een portemonnee en/of enig geldbedrag en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of medicijnen en/of een of meer andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], althans een ander dan verdachte en/of verdachtes mededader, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

2 meer subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer B] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk [slachtoffer B] heeft/hebben bedwelmd en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of cocaine en/of oxazepam en/of een of meer andere soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna die [slachtoffer B] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer B] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of die [slachtoffer B] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) in/naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in dat bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) [slachtoffer B] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden.

2 meest subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een aantal bankpassen en/of een rijbewijs en/of een portemonnee en/of een geldbedrag en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of een hoeveelheid medicijnen en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) de woning van die [slachtoffer B]is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer soortgelijke middelen) in de drank (bier) van [slachtoffer B] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer B] van die drank met die (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) verdachte en/of verdachtes mededader(s) de handen/polsen en/of de enkels van die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer B] (met kracht) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, terwijl voormeld feit de dood van die [slachtoffer B] ten gevolge heeft gehad.

3 primair:

zij op of omstreeks 13 mei 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 13 mei 2010 tot en met 16 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer J] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die [slachtoffer J] met een (volle) bierfles tegen het hoofd heeft geslagen en/of gegooid en/of (vervolgens) met een mes, althans een soortgelijk scherp steek en/of snij voorwerp en/of een vork, althans een soortgelijk scherp voorwerp meermalen, althans eenmaal in de schouder, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden van die [slachtoffer J], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 subsidiair:

zij op of omstreeks 13 mei 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 13 mei 2010 tot en met 16 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer J]), met een (volle)bierfles tegen het hoofd heeft geslagen en/of gegooid en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp steek en/of snij voorwerp en/of een vork, althans een soortgelijk scherp voorwerp meermalen, althans eenmaal in de schouder, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Vaststaande feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die door de verdediging niet zijn betwist.

Op 13 mei 2010 werd het stoffelijk overschot aangetroffen van [slachtoffer B] in het nog met water gevulde bad in zijn woning. Bij onderzoek aan het lichaam van [slachtoffer B] werden twee steekplaatsen aangetroffen, in de baardstreek en de borst. De dood van [slachtoffer B] werd verklaard door opgetreden functieverlies van het hart in combinatie met weefselschade door zuurstoftekort ten gevolge van het bloedverlies.

Uit de verklaring van verdachte zelf komt het volgende naar voren. Op 12 mei 2010 is zij samen met [medeverdachte K] naar de woning van [slachtoffer B] gegaan. Verdachte kende [slachtoffer B], [medeverdachte K] kende [slachtoffer B] niet. De auto van [slachtoffer B] is meegenomen en geruild tegen harddrugs, die verdachte en [medeverdachte K] hebben gebruikt. Op enig moment is verdachte naar de slaapkamer van [slachtoffer B] gegaan en heeft zij [slachtoffer B] vastgebonden. Verdachte heeft [slachtoffer B] meegenomen naar de badkamer waar een met water gevuld bad stond terwijl [slachtoffer B] op dat moment nog vastgebonden was.

Verklaringen [medeverdachte K]

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen die zijn afgelegd door [medeverdachte K] onbetrouwbaar zijn omdat uit de audiovisuele opnames van de verhoren van [medeverdachte K] blijkt dat er tijdens de verhoren sturing heeft plaatsgevonden. Bovendien wijken de in het dossier opgenomen processen-verbaal op essentiële onderdelen af van hetgeen op de audiovisuele opnames is te zien en te horen. Daarnaast heeft [medeverdachte K] wisselende en inconsistente verklaringen afgelegd over zijn eigen aandeel en het vermeende aandeel van verdachte. Dit zou moeten leiden tot een vrijspraak voor de feiten 1 en 2.

Het hof ziet in de door de raadsman in zijn pleitnota aangehaalde voorbeelden geen aanwijzingen dat het verhoor van [medeverdachte K] op een onzorgvuldige of ontoelaatbaar sturende wijze heeft plaatsgevonden. Hoewel de schriftelijke weergave van de verhoren geen letterlijke weergave is van hetgeen tijdens de verhoren is voorgevallen ziet het hof in de door de verdediging aangehaalde voorbeelden geen onjuiste of onzorgvuldige verslaglegging van de verhoren. Ten aanzien van het verweer dat [medeverdachte K] wisselende verklaringen heeft afgelegd overweegt het hof het volgende. Het feit dat [medeverdachte K] wisselend heeft verklaard maakt naar het oordeel van het hof niet dat al zijn verklaringen als ongeloofwaardig moeten worden beschouwd. [medeverdachte K] legt enerzijds verklaringen af waarin hij zelf alle verantwoordelijkheid voor de feiten op zich neemt en anderzijds legt hij verklaringen af waarin hij verdachte aanwijst als (mede)schuldige. Die laatste verklaringen van [medeverdachte K] worden op onderdelen ondersteund door de verklaringen van verdachte zelf en door forensisch onderzoek. Zo blijkt uit een NFI rapport van 25 november 2010 dat sporen van medicijnen zijn aangetroffen op de laars van verdachte en dat dezelfde medicijnen in het lichaam van [slachtoffer B] zijn aangetroffen. Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte K] over het drogeren van [slachtoffer B].

In het licht van de hiervoor vastgestelde feiten kan door het hof dan ook een selectie worden gemaakt uit de verklaringen van [medeverdachte K] die bijdragen aan de overtuiging dat verdachte zich samen met [medeverdachte K] schuldig heeft gemaakt aan de diefstal en de daarop volgende moord op [slachtoffer B]. Het hof acht die verklaringen van [medeverdachte K] betrouwbaar. De verklaringen van [medeverdachte K] die de verdachte zouden moeten ontlasten worden niet gestaafd door enig ander bewijsmiddel. In zoverre zal het hof die onderdelen van de verklaring van [medeverdachte K] ook niet voor het bewijs gebruiken.

Het hof ziet tegen deze achtergrond geen noodzaak om, zoals voorwaardelijk verzocht door de raadsman, onderzoek te laten doen naar de betrouwbaarheid van [medeverdachte K] en [medeverdachte K] nogmaals als getuige te horen. Deze verzoeken worden afgewezen. Het hof ziet om dezelfde reden ook geen noodzaak alle DVD’s aan het procesdossier toe te voegen. Ook dat verzoek wordt afgewezen.

Diefstal in vereniging

Het hof acht op grond van de verklaring van [medeverdachte K] over de onder 1 tenlastegelegde diefstal en het technisch bewijs bewezen dat verdachte medicijnen met haar laars fijngewreven heeft om die aan [slachtoffer B] toe te dienen en het daarmee makkelijker te maken [slachtoffer B] te bestelen. Verdachte heeft verklaard dat zij samen met [medeverdachte K] is weggereden in de auto van [slachtoffer B]. Nadat verdachte en [medeverdachte K] een aantal bolletjes cocaïne hadden gehaald bij de dealer is zij met [medeverdachte K] zonder auto naar haar woning gegaan om de cocaïne op te roken. Bij de rechtbank heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte K] haar gezegd heeft dat hij de autosleutels aan de dealer had gegeven. Het hof acht medeplegen van diefstal dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Hoewel het hof aanneemt dat verdachte en [medeverdachte K] medicijnen in het bier van [slachtoffer B] hebben gedaan is het hof met de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat [slachtoffer B] hierdoor bewusteloos of bedwelmd is geraakt zodat verdachte van de geweldshandelingen zal worden vrijgesproken.

Medeplegen moord

Uit het dossier volgt naar het oordeel van het hof dat verdachte en [medeverdachte K] die avond en nacht gezamenlijk zijn opgetrokken en met elkaars medeweten malicieuze handelingen jegens [slachtoffer B] hebben verricht. Na het drogeren van [slachtoffer B] en de diefstal van zijn auto is verdachte met [medeverdachte K] teruggegaan naar de woning van [slachtoffer B]. Volgens verdachte hebben zij en [medeverdachte K] toen zitten praten en heeft hij tegen haar gezegd dat hij niet terug wilde naar de bak. Verdachte heeft bekend dat zij vervolgens [slachtoffer B] met medewerking van [medeverdachte K] heeft vastgebonden en hem vanuit de slaapkamer heeft meegenomen naar de badkamer terwijl hij vastgebonden was. Deze handelingen merkt het hof aan als uitvoeringshandelingen van moord. Uit het overleg, de samenwerking en de handelingen op verschillende plaatsen in de woning, met enig tijdsverloop ertussen, blijkt naar het oordeel van het hof de voorbedachte raad. Verdachte heeft zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd van het gedrag van haar medeverdachte. Nadat [slachtoffer B] is gedood nemen beide verdachten nog goederen mee uit de woning van [slachtoffer B].

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte K] de moord op [slachtoffer B] hebben medegepleegd. Wie van de verdachten uiteindelijk de messteken heeft toegebracht is naar het oordeel van het hof dan ook niet van belang.

Alternatief scenario

Verdachte heeft een alternatief scenario opgeworpen, inhoudende dat zij het slachtoffer had vastgebonden omdat zij SM-seks met hem wilde (waarbij een deel van het materiaal waarmee het slachtoffer is vastgebonden is aangereikt door [medeverdachte K]), hem vervolgens naar de badkamer heeft gebracht omdat hij moest plassen en vervolgens werd overvallen door het gewelddadige gedrag van [medeverdachte K]. Het hof overweegt allereerst dat dit scenario niet strookt met de met de verklaringen van [medeverdachte K] voor zover door het hof voor het bewijs gebezigd. Het hof vindt het scenario overigens ook volstrekt niet aannemelijk gelet op de steeds wisselende verklaringen van verdachte op dit punt en gelet op het malicieuze handelen jegens het slachtoffer eerder die avond, zoals hiervoor geschetst.

Verweer unus testis nullus testis

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de bewezenverklaring, evenals de bewezenverklaring van de rechtbank, niet in strijd is met het bepaalde in artikel 342 lid 2 Sv. Het hof overweegt hiertoe dat naast de verklaring van [medeverdachte K] er de verklaringen van verdachte zelf zijn en het technische bewijs, dat naar het oordeel van het hof het vermogen heeft om te discrimineren tussen de lezing van [medeverdachte K] en de lezing van verdachte. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank ook voldoende gemotiveerd dat aan het bewijsminimum is voldaan. Het verweer dat hierop betrekking heeft wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

zij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/43 LBD 7) en autosleutels en autopapieren toebehorende aan [slachtoffer B].

2 primair:

zij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer B] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, de handen en/of polsen van die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgebonden en die [slachtoffer B] heeft/hebben vastgepakt en (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en die [slachtoffer B] onder water heeft/hebben geduwd en (vervolgens) [slachtoffer B] meermalen, met een mes in het lichaam (o.a. in de borststreek en de keelstreek) heeft/hebben gestoken, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden.

3 subsidiair:

zij op 13 mei 2010, te Nijmegen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer J]), een (volle)bierfles tegen het hoofd heeft gegooid en met een mes, of een vork, in de schouder, heeft gestoken of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van moord.

Het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte is, met instemming van de verdediging en de advocaat-generaal, onder meer gelet op de conclusies, vermeld in een psychologisch rapport pro justitia d.d. 4 oktober 2010, opgemaakt door P.G. Smits (GZ-psycholoog) en een psychiatrisch rapport pro justitia d.d. 4 oktober 2010, opgemaakt door H.T.J. Boerboom (psychiater), onder meer inhoudende als conclusie van voormelde deskundigen -zakelijk weergegeven- dat verdachte ten tijde van het plegen van de haar tenlastegelegde feiten lijdende was aan een ziekelijke stoornis in de zin van afhankelijkheid van alcohol en cocaïne, benzodiazepinenafhankelijkheid, (vermoedelijk) zwakbegaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, borderline en antisociale trekken. De psycholoog heeft zich onthouden van een beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid ten aanzien van feit 2 omdat het psychologisch onderzoek niet heeft geleid tot een aannemelijk verband tussen de geconstateerde stoornis en de tenlastegelegde moord. De psycholoog acht verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar voor de diefstal en het onder 3 tenlastegelegde. De psychiater heeft over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte voor wat betreft feit 2 geen uitspraak gedaan aangezien verdachte dit feit ontkent. Voor wat betreft de feiten 1 en 3 adviseert de psychiater om verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Het hof neemt voormelde conclusies over en maakt deze tot de zijne met uitzondering van de conclusie van de psycholoog ten aanzien van het verband tussen de stoornis en het onder 2 tenlastegelegde feit. Op grond van de door beide gedragsdeskundigen vastgestelde stoornis, de conclusies van de psycholoog en de psychiater omtrent de toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 3 alsmede de overlap (in tijd, omstandigheden, omgeving en context) van de drie bewezenverklaarde feiten, is het hof van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten (en dus ook het onder 2 bewezenverklaarde) de verdachte – in sterk verminderde mate – kunnen worden toegerekend

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft de verdachte ter zake van medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren en TBS met dwangverpleging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte, eveneens ter zake van medeplegen van moord, wordt veroordeeld tot dezelfde gevangenisstraf als in eerste aanleg is opgelegd en dat daarnaast de maatregel van TBS met dwangverpleging wordt opgelegd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich samen met haar medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de moord op [slachtoffer B]. Verdachte en haar medeverdachte zijn naar de woning van [slachtoffer B] gegaan en hebben zijn auto gestolen en verkocht voor drugs. Vervolgens zijn zij teruggegaan naar de woning en hebben het slachtoffer vastgebonden, in een volgelopen bad geduwd en hem met een mes meerdere keren gestoken waarna hij is overleden. Verdachte heeft zich daarna nog schuldig gemaakt aan mishandeling van haar huisbaas [slachtoffer J].

Aan de nabestaanden van [slachtoffer B] is onnoemelijk veel leed toegebracht. De ter zitting afgelegde slachtofferverklaring heeft nogmaals duidelijk gemaakt hoe zeer het slachtoffer gemist wordt en hoe het leven van degenen die van hem hielden onherstelbaar is veranderd. Feiten als de onderhavige schokken daarnaast de rechtsorde ernstig en brengen gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij teweeg.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat aan verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging zal worden opgelegd. De raadsman heeft verzocht om niet deze maatregel op te leggen omdat niet kan blijken dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze ingrijpende maatregel eist.

De psycholoog adviseert, omdat een verband tussen de moord en de stoornis onvoldoende psychologisch kan worden onderbouwd, maar er wel een verband is geconstateerd tussen de stoornis en de twee andere tenlastegelegde feiten, een behandeling als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel in gesloten setting, indien mogelijk langdurig en bij voorkeur in een forensisch psychiatrische kliniek. De psychiater is van oordeel dat wanneer wordt bewezen dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer de fatale messteken heeft toegebracht, TBS met dwangverpleging moet worden overwogen.

Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging bij deze verdachte niet op zijn plaats is. Afgezien van het eensluidende oordeel van sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid voor de feiten 1 en 3 komen beide gedragskundigen niet tot een congruent oordeel over de relatie tussen de stoornis en de bewezenverklaarde moord. Ook over de kans op recidive van geweldsdelicten en de beste behandelmethode zijn de adviezen niet eensluidend. Het hof komt daarom niet tot de conclusie dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de TBS-maatregel vereist. Ook is het hof niet overtuigd van de behandelbaarheid van verdachte. Veeleer is sprake van de noodzaak van vergaande structurering van het gedrag, een structuur die bij uitstek wordt geboden door een vrijheidsbeneming van lange duur.

Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat, gelet op de bijzondere grote ernst van de feiten – met name het onder 2 bewezenverklaarde – aan verdachte een aanzienlijk langere gevangenisstraf dient te worden opgelegd dan door de rechtbank werd opgelegd. In beginsel acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar passend bij de in deze zaak gepleegde feiten. Gelet echter op de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte zal het hof een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 15 jaar.

Beslag

Het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 289, 300 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK schoeisel (een laars)

- 1.00 STK schoeisel (een laars)

- 2.00 STK schoeisel (2 laarzen).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK mes.

- 1.00 STK mes.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1.00 STK (trui, kl. roze).

Aldus gewezen door

mr C. Caminada, voorzitter,

mr M. Otte en mr J.P. Bordes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr I.I.D. Leene, griffier,

en op 14 augustus 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr J.P. Bordes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.