Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX3447

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-07-2012
Datum publicatie
02-08-2012
Zaaknummer
TBS P12/0192
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beslissing op vordering verlenging TBS: hof wijst de vordering van de officier van justitie af. Gelet op het delictrisico, dat niet als hoog en onmiddellijk wordt ingeschat, en ook op de reeds lange duur van de maatregel, de beginselen van proportionaliteit en van subsidiariteit, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Het hof merkt hierbij op dat bij de kliniek enige verantwoordelijkheid in het kader van de nazorg na het eindigen van de terbeschikkingstelling ligt. Het hof gaat ervan uit dat er zorg voor wordt gedragen dat betrokkene niet, na ruim 14 jaren gedwongen in diverse penitentiaire instellingen te hebben verbleven, zonder enige opvang (al dan niet in het kader van de Wet BOPZ) in vrijheid zal worden gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P12/0192

Beslissing d.d. 16 juli 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [TBS-kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 maart 2012, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het vonnis van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 3 december 1997, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;

- het verlengingsadvies van de [TBS-kliniek], van 26 oktober 2011, met daarbij de wettelijke aantekeningen over de periode van september 2011 tot en met november 2011;

- de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de officier van justitie, ingekomen op 5 december 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 29 maart 2012;

- de aanvullende informatie van de [TBS-kliniek], van 26 juni 2012, met daarbij de wettelijke aantekeningen over de periode van oktober 2011 tot en met mei 2012.

- de ter zitting van het hof door de raadsman overgelegde productie.

Het hof heeft ter zitting van 28 juni 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsman mr J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage en de advocaat-generaal mr G.J. de Haas.

Overwegingen:

Het standpunt van de kliniek

Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 26 oktober 2011 komt naar voren dat het risicomanagement van de TBS-maatregel nog noodzakelijk is en dat het belangrijk is dat het resocialisatietraject geleidelijk vorm zal worden gegeven. De kliniek adviseert verlenging van de maatregel met één jaar, opdat in dat jaar de behandeling en het doorgelopen traject zal kunnen worden geëvalueerd.

Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 26 juni 2012 blijkt dat de behandeling van betrokkene in een impasse is beland. Naar aanleiding van een multidisciplinair platform-bijeenkomst over het vormgeven van de behandeling en het toekomstperspectief van betrokkene is besloten dat de kliniek bij de volgende verlengingszitting omstreeks februari 2013 zal adviseren om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Het delictrisico wordt niet zo hoog of zo onmiddellijk ingeschat dat een terbeschikkingstelling ter afwending van dat risico noodzakelijk is en naar de inschatting van de kliniek is ook bij drugsgebruik het delictrisico op korte termijn laag. Het is wel van belang dat er voldoende omkadering is waarbij betrokkene wordt ondersteund in het uitbouwen van sociale contacten en dagbesteding, en in het op orde houden van financiën en leefomgeving en het omgaan met emoties en spanningen. Dit is van belang om het delictrisico op langere termijn laag te houden. De kliniek kan aan de hand van het verloop van komend jaar beslissen of er een rechterlijke machtiging zal worden aangevraagd.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat er al jaren over wordt gesproken of er een rechterlijke machtiging moet worden aangevraagd, zodat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. De kliniek heeft in het laatste advies aangegeven dat het recidiverisico hanteerbaar is, mits er in voldoende omkadering wordt voorzien, en heeft het voornemen in februari 2013 te adviseren om de terbeschikkingstelling niet te verlengen en een rechterlijke machtiging aan te vragen. De raadsman stelt zich op het standpunt dat hiertoe thans stappen dienen te worden genomen, en verzoekt om aanhouding, teneinde de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen de kliniek een (voorwaardelijke) rechterlijke machtiging in het kader van de Wet BOPZ aan te laten vragen.

Het standpunt van de advocaat-generaal

Primair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de terbeschikkingstelling met een jaar wordt verlengd. De advocaat-generaal kan zich vinden in het plan van de kliniek, om de komende maanden te benutten voor een naar buiten gericht programma en bij de volgende verlengingszitting te adviseren de terbeschikkingstelling niet te verlengen.

Subsidiair kan de advocaat-generaal instemmen met het voorstel van de raadsman.

De beslissing van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

In het bijzonder heeft het hof acht geslagen op de aanvullende informatie van de kliniek, waaruit blijkt dat de kliniek zelfs bij druggebruik door terbeschikkinggestelde het risico op gewelddadige recidive op korte termijn niet te hoog inschat. Het delictrisico wordt niet als hoog en onmiddellijk ingeschat.

Gelet hierop en ook op de reeds lange duur van de maatregel, de beginselen van proportionaliteit en van subsidiariteit, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.

Het hof merkt hierbij op dat bij de kliniek enige verantwoordelijkheid in het kader van de nazorg na het eindigen van de terbeschikkingstelling ligt. Het hof gaat ervan uit dat er zorg voor wordt gedragen dat betrokkene niet, na ruim 14 jaren gedwongen in diverse penitentiaire instellingen te hebben verbleven, zonder enige opvang (al dan niet in het kader van de Wet BOPZ) in vrijheid zal worden gesteld.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 maart 2012 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Wijst af de vordering van de officier van justitie.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr C. Caminada en mr J.P. Bordes als raadsheren,

en drs. R. Poll en M.G.E. Tervoort als raden,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,

en op 16 juli 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.