Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX1623

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
17-07-2012
Zaaknummer
AVNR 000808-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

vordering gevangenhouding na aanvang behandeling eerste aanleg; bevoegdheid; uitbreiding feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

pkn: 05-721954-11

avnr: 000808- 02

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Arnhem van 28 juni 2012, houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte alsmede toewijzing van de nadere vordering gevangenhouding.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr B.J. Schadd, advocaat te Nijmegen, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 29 juni 2012.

OVERWEGINGEN:

De raadkamer van de rechtbank heeft bij beschikking van 15 juni 2012 de bij beschikking van

22 december door de rechter-commissaris bevolen schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven, en heeft bij de voormelde bestreden beschikking de gevangenhouding bevolen. De raadsman heeft tijdens de behandeling in raadkamer van het hof betoogd dat de raadkamer van de rechtbank niet bevoegd was tot behandeling van de vordering gevangenhouding nu de behandeling van de strafzaak tegen verdachte in eerste aanleg ter terechtzitting van de politierechter al op 10 mei 2012 was aangevangen. In zijn visie was in deze situatie alleen de rechter ter terechtzitting bevoegd te beslissen.

Ingevolge artikel 21, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) geschiedt de behandeling door de raadkamer evenwel in alle gevallen waarin niet de beslissing door het rechterlijk college op de terechtzitting is voorgeschreven of aldaar ambtshalve wordt genomen. Nu de beslissing op de vordering gevangenhouding door de rechter ter terechtzitting niet is voorgeschreven in hiervoor bedoelde zin, is het hof -met de advocaat-generaal- van oordeel dat de raadkamer van de rechtbank bevoegd was. Het verweer wordt verworpen.

Het hof stelt voorts vast dat de raadkamer van de rechtbank de nadere vordering gevangenhouding van 28 juni 2012 ten onrechte heeft toegewezen, reeds nu uitbreiding van de in het bevel voorlopige hechtenis omschreven feiten nĂ  het betekenen van de dagvaarding in eerste aanleg, afstuit op het in artikel 67b lid 3 WvSv neergelegde verbod. De beschikking dient in zoverre te worden vernietigd.

Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte overigens heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank in zoverre met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 67b en 71 van het WvSv.

BESLISSING:

- Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarin is bepaald dat de voorlopige

hechtenis ook van toepassing is voor de feiten zoals omschreven in de nadere vordering tot

gevangenhouding

- Het hof bevestigt voor het overige de beschikking waarvan beroep.

Aldus gegeven op 11 juli 2012 door mrs A.W.M. Elders, voorzitter, R.W. van Zuijlen en

P. van Kesteren, raadsheren, in tegenwoordigheid van Y.E. van Dorst, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.