Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BX1297

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
12-07-2012
Zaaknummer
21-002870-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002870-11

Uitspraak d.d.: 22 juni 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 12 augustus 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1988],

wonende te [woonplaats], [adres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 juni 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr J.L. Bongers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:

hij op of omstreeks 04 september 2009, te Hoevelaken, gemeente Nijkerk, althans in de gemeente Nijkerk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto Renault Kangoo, kenteken [kenteken]) zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nijkerkerstraat (ter hoogte van perceel 33), hierin bestaande dat verdachte, terwijl het op dat moment daglicht was en/of droog en helder weer en/of er geen omstandigheden waren die het uitzicht voor verdachte op enigerlei wijze belemmerden, niet, althans onvoldoende heeft gelet op het overige verkeer en/of het weggedeelte voor hem en/of zijn motorrijtuig niet, althans onvoldoende onder controle heeft gehouden, waardoor verdachte met de rechterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig in de (rechter-)berm terecht is gekomen en/of, in een poging deze stuurfout te corrigeren, (te ver) naar links heeft gestuurd en/of (vervolgens) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen en is gebotst, althans is aangereden tegen een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto Seat Ibiza, kenteken [kenteken]), en/of niet dan wel onvoldoende rechts heeft gehouden, zoals bedoeld in artikel 3 van het RVV 1990, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een of meer ander(en) ([slachtoffer] en/of [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

subsidiair:

hij op of omstreeks 04 september 2009, te Hoevelaken, gemeente Nijkerk, althans in de gemeente Nijkerk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto Renault Kangoo, kenteken [kenteken]) heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nijkerkerstraat (ter hoogte van perceel 33), waarbij verdachte, terwijl het op dat moment daglicht was en/of droog en helder weer en/of er geen omstandigheden waren die het uitzicht voor verdachte op enigerlei wijze belemmerden, niet, althans onvoldoende heeft gelet op het overige verkeer en/of het weggedeelte voor hem en/of zijn motorrijtuig niet, althans onvoldoende onder controle heeft gehouden, waardoor verdachte met de rechterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig in de (rechter-)berm terecht is gekomen en/of, in een poging deze stuurfout te corrigeren, (te ver) naar links heeft gestuurd en/of (vervolgens) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen en is gebotst, althans is aangereden tegen een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto Seat Ibiza, kenteken [kenteken]), en/of niet dan wel onvoldoende rechts heeft gehouden, zoals bedoeld in artikel 3 van het RVV 1990, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Ter beoordeling van de vraag of verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zal het hof achtereenvolgens ingaan op de vraag of en welke feitelijke gedragingen die ten laste zijn gelegd kunnen worden bewezen en of de bewezen geachte feitelijke gedragingen schuld aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) opleveren.

Op grond van de in de eventueel later op te maken aanvulling gebezigde bewijsmiddelen acht het hof het volgende wettig en overtuigend bewezen. Verdachte reed als bestuurder van een personenauto op 4 september 2009 over de Nijkerkerstraat in Hoevelaken. In een flauwe bocht naar links kwam verdachte met twee wielen in de rechterberm terecht. Van oorzaken die geen verband houden met het rijgedrag van de verdachte zelf is niet gebleken, zodat het niet anders kan zijn dan dat het aan het handelen van verdachte zelf is te wijten dat zijn voertuig in de berm terecht kwam. Vervolgens trachtte verdachte zijn stuurfout te corrigeren door naar links te sturen. Verdachte stuurde echter te ver naar links waarna hij op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terecht kwam en daar tegen een auto botste. Beide inzittenden van die auto liepen als gevolg van die botsing zwaar lichamelijk letsel op.

De vraag is vervolgens of deze feitelijke gedragingen, gegeven de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Het gedrag van verdachte moet daarvoor worden afgemeten aan dat wat van een automobilist in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. Een automobilist heeft onder meer de bijzondere zorgplicht om voldoende aandacht te houden op het overige verkeer op de weg en zijn auto onder controle te houden. Verdachte heeft deze zorgplichten, gelet op de bewezen verklaarde gedragingen, niet in acht genomen. Immers, verdachte is zonder verontschuldigbare reden in de rechterberm terechtgekomen. Deze stuurfout heeft verdachte vervolgens zodanig onvoorzichtig geprobeerd te corrigeren dat hij op de rijbaan voor het tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen. Het hof is van oordeel dat dit handelen van verdachte als aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig moet worden aangemerkt en dat hij schuld aan het verkeersongeval heeft in de zin van artikel 6 Wegenverkeersweg 1994.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 04 september 2009, te Hoevelaken, gemeente Nijkerk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto Renault Kangoo, kenteken [kenteken]) aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Nijkerkerstraat (ter hoogte van perceel 33), hierin bestaande dat verdachte, terwijl het op dat moment daglicht was en droog en helder weer en er geen omstandigheden waren die het uitzicht voor verdachte op enigerlei wijze belemmerden, onvoldoende heeft gelet op het weggedeelte voor hem en zijn motorrijtuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, waardoor verdachte met de rechterzijde van het door hem bestuurde motorrijtuig in de rechterberm terecht is gekomen en in een poging deze stuurfout te corrigeren, te ver naar links heeft gestuurd en vervolgens geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen en is gebotst tegen een op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte rijdend, toen dicht genaderd zijnde ander motorrijtuig (personenauto Seat Ibiza, kenteken [kenteken]), en onvoldoende rechts heeft gehouden, zoals bedoeld in artikel 3 van het RVV 1990, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen ([slachtoffer] en/of [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank Arnhem heeft de verdachte veroordeeld wegens het primair ten laste gelegde tot een werkstraf van 80 uur en een rijontzegging van 6 maanden voorwaardelijk.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens het primair ten laste gelegde tot een werkstraf van 60 uur en een rijontzegging van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft door zijn handelen een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Ten gevolge van dit verkeersongeval hebben twee mensen zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Uit de verklaringen van deze slachtoffers blijkt dat hun herstel maandenlang heeft geduurd en dat zij nog steeds veel hinder ondervinden van het opgelopen letsel. De vergelding van dat leed en de normbevestiging - verdachte heeft zich immers onvoorzichtig en onoplettend gedragen - vormen de grondslag voor de strafoplegging.

Daartegenover staat dat verdachte weliswaar schuld heeft in de zin van artikel 6 WVW 1994, maar dat het niet gaat om de, binnen de kaders van de geschonden norm, zwaarste vorm van schuld. Dit dient ook tot uitdrukking te komen in de strafmaat.

Bovendien zal er - hoewel het hof van oordeel is dat de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niet is overschreden - in het voordeel van verdachte rekening mee worden gehouden dat inmiddels geruime tijd is verstreken na het ten laste gelegde feit.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is het hof van oordeel dat de oplegging van een werkstraf en een rijontzegging, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. Net als de rechtbank zal het hof de rijontzegging geheel voorwaardelijk opleggen omdat aannemelijk is geworden dat verdachte bij de oplegging van een onvoorwaardelijke rijontzegging zijn baan zal kwijtraken en verdachte niet eerder door de strafrechter ter zake van een verkeersdelict is veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr P.R. Wery en mr A.G. Coumans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr W.B. Kok, griffier,

en op 22 juni 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.