Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW9833

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
200.104.776/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schorsing tenuitvoerlegging ontruiming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 26 juni 2012

Zaaknummer 200.104.776/01

(zaaknummer rechtbank: 194599/KLZA 12-33)

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. [appellant 1],

wonende te [woonplaats],

2. [appellant 2],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [appelanten],

advocaat: mr.drs. H. Gase, kantoorhoudende te Almere,

die ook gepleit heeft,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. I.P. Rietveld, kantoorhoudende te Arnhem,

die ook gepleit heeft.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 27 februari 2012 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 23 maart 2012 is door [appelanten] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 10 april 2012.

De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep tevens houdende memorie van grieven luidt:

"bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 27 februari 2012 (zaaknummer/rolnummer 194599 / KL ZA 12-33), tussen appellanten als gedaagden en geïntimeerde als eiseres in Kort Geding gewezen en opnieuw rechtdoende, geïntimeerde niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering althans haar deze te ontzeggen, althans alsnog te bepalen dat appellanten de executie van het vonnis van de Voorzieningenrechter d.d. 14 juli 2012 mogen voortzetten.

met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van deze procedure."

Op de zitting van 10 april 2012 hebben [appelanten] van eis geconcludeerd overeenkomstig de appeldagvaarding.

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"het vonnis van de Voorzieningenrechter d.d. 27 februari 2012 te bekrachtigen onder aanvulling en verbetering van gronden, en appellanten te veroordelen in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep."

Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten, waarbij door de advocaat van [appelanten] pleitaantekeningen zijn overgelegd.

Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd en heeft het hof een dag bepaald waarop arrest zal worden gewezen op het pleitdossier.

De beoordeling

De feiten

1. De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 27 februari 2012 in rechtsoverweging 2 (2.1 tot en met 2.6) de feiten weergegeven die naar zijn oordeel vaststaan. Daarover bestaat tussen partijen geen geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Aangevuld met hetgeen in hoger beroep nog is komen vast te staan, gaat het om het volgende.

1.1 Op 12 mei 2011 hebben [appelanten] [geïntimeerde] doen dagvaarden in kort geding. Zij vorderen onder meer veroordeling van [geïntimeerde] tot ontruiming van de woning aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

1.2 Tijdens de mondelinge behandeling op 30 juni 2011 hebben partijen afspraken gemaakt. Deze afspraken luiden:

"1. in verband met de verkoop van de woning aan [adres] te [woonplaats], zullen de advocaten van partijen contact opnemen - zo spoedig mogelijk - met makelaar [makelaar] te Almere teneinde tot de vaststelling van de vraagprijs van de woning te komen. Partijen zullen zich verbinden aan het advies van de makelaar ten aanzien van de vraagprijs;

2. [geïntimeerde] zal meewerken aan het geven van een verkoopopdracht aan makelaardij [makelaar] voor de woning aan [adres] te [woonplaats];

3. [geïntimeerde] zal vanaf 1 augustus 2011 een gebruiksvergoeding betalen voor bovenvermelde woning ter grootte van 1/3 van de hypotheeklast op die woning zijnde 1/3 van

€ 940,- per maand;

4. [geïntimeerde] zal meewerken aan de bezichtiging van de woning. Als er een bezichtiging plaats zal vinden, zal minimaal twee dagen van tevoren daartoe een afspraak met haar worden gemaakt;

5. met de opbrengst van het bedrijfspand [adres] te [woonplaats] zullen voor zover mogelijk de hypotheek op dat bedrijfspand en de hypotheek op bovenvermelde woning betaald worden".

De [appellanten] hebben hun vordering [geïntimeerde] te veroordelen tot ontruiming gehandhaafd.

1.3 Op 30 juni 2011 zijn partijen, in aanvulling op de afspraken gemaakt ter gelegenheid van de mondelinge behandeling, nog overeengekomen dat [geïntimeerde] vanaf 1 augustus 2011 1/3 van de hypothecaire maandlast (zijnde 1/3 van € 940,- per maand) zal voldoen, tenzij [geïntimeerde] een lagere woonvergoeding ontvangt via haar uitkering. In dat geval zal die lagere vergoeding worden betaald, met een minimum van € 200,- per maand.

1.4 Bij vonnis van 14 juli 2011 is [geïntimeerde] veroordeeld om binnen drie maanden na betekening van het vonnis, de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken.

1.5 Nadien heeft de raadsman van [appelanten] bij brief van 22 juli 2011 toegezegd dat [appelanten] het vonnis niet ten uitvoer zullen leggen op voorwaarde dat:

- voor de eerste van de maand de maandelijkse bijdrage (in de hypotheeklasten)

van [geïntimeerde] is ontvangen en

- [geïntimeerde] op eerste verzoek van de verkopende makelaar meewerkt

aan bezichtigingen door potentiële kopers.

1.6 Op 28 november 2011 hebben [appelanten] het vonnis van 14 juli 2011 alsnog doen betekenen. Aan [geïntimeerde] is bevel gedaan de woning binnen drie maanden na 28 november 2011 te ontruimen, onder aanzegging van een gerechtelijke ontruiming tegen 1 maart 2012.

Het geschil en de procedure in eerste aanleg

2. In essentie vordert [geïntimeerde] in deze procedure schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 14 juli 2011, voor zover zij daarin is veroordeeld tot ontruiming van de woning aan [adres] te [woonplaats]. Zij stelt daartoe dat zij zich houdt aan de afspraken en er dus geen grond is de woning te ontruimen.

3. De [appellanten] verweren zich door te stellen, eveneens verkort weergegeven, dat [geïntimeerde] niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan de verplichting mee te werken aan bezichtigingen.

4. De voorzieningenrechter heeft in het beroepen vonnis, voor zover thans van belang, geoordeeld dat er geen stukken in het geding zijn gebracht waaruit blijkt dat [geïntimeerde] inderdaad niet heeft meegewerkt aan bezichtigingen, en dat zij hiervoor in gebreke is gesteld en in verzuim is geraakt. Om deze reden heeft de voorzieningenrechter de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 14 juli 2011 toegewezen.

De grieven

5. De grieven I en II, die met elkaar samenhangen en die het hof tezamen zal bespreken, komen op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat niet voldoende is gebleken dat [geïntimeerde] zich niet aan de gemaakte afspraken houdt met [appelanten], in het bijzonder de afspraak dat zij op eerste verzoek van de verkopende makelaar meewerkt aan bezichtigingen van de woning door potentiële kopers.

6. Tegen de in het bestreden vonnis van 27 februari 2012 onder 4.1 opgenomen overweging dat het op de weg ligt van [appelanten] om in het kader van dit kort geding aannemelijk te maken dat [geïntimeerde] de afspraken heeft geschonden op grond waarvan [appelanten] weer gebruik kunnen maken van het vonnis van 14 juli 2011 is niet gegriefd, zodat ook in hoger beroep van die overweging dient te worden uitgegaan.

7. In deze zaak gaat het uitsluitend om de vraag of [geïntimeerde] (op eerste verzoek van de verkopende makelaar) meewerkt aan bezichtigingen door potentiële kopers. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat deze afspraak gelet op de verstoorde relatie en het grote wantrouwen tussen [geïntimeerde] en [appelanten] strikt moet worden uitgelegd en weinig ruimte laat voor een bredere interpretatie. Dit betekent vooralsnog dat in deze afspraak geen verplichting voor [geïntimeerde] kan worden gelezen om de sleutel van de woning af te staan aan [appelanten] of de makelaar. In de afspraak kan evenmin een verplichting voor [geïntimeerde] worden gelezen dat zij niet alleen op verzoeken van de verkopende makelaar, maar ook op verzoeken van [appelanten] dient te reageren. Uit het niet openen van de aangetekende brieven van [appelanten] kan derhalve niet, anders dan [appelanten] betogen, geconcludeerd worden dat mevrouw de hier bedoelde afspraak niet nakomt.

8. De stelling dat [geïntimeerde] zich ook voor de makelaar onbereikbaar houdt, is door [appelanten] tegenover de betwisting daarvan door [geïntimeerde], niet voldoende aannemelijk gemaakt. Door [appelanten] zijn geen stukken (tijdig) in het geding gebracht waaruit blijkt dat de makelaar [geïntimeerde] tevergeefs heeft proberen te bereiken voor het maken van een afspraak voor een bezichtiging.

9. Tijdens de zitting heeft [geïntimeerde] bevestigd dat zij bereid is haar medewerking te verlenen aan de bezichtigingen van de woning en die bezichtigingen te bespoedigen door een sleutel van de woning af te geven aan de buurman van [adres] te [woonplaats]. Zij heeft tevens het voorstel gedaan - teneinde te communicatie te bespoedigen - dat de makelaar voor het maken van een afspraak voor bezichtiging eerst contact met haar advocaat opneemt, die bereid is het een en ander vervolgens in goede banen te leiden.

10. Op grond van het hiervoor overwogene, in het bijzonder de concrete toezeggingen van [geïntimeerde] ten aanzien van haar medewerking aan bezichtigingen, ziet het hof onvoldoende aanleiding om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 14 juli 2011 ongedaan te maken. De grieven falen mitsdien.

Slotsom

13. De slotsom luidt als volgt. Het appel faalt. Het beroepen vonnis zal worden bekrachtigd. Gelet op de relatie tussen partijen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

Het gerechtshof:

- bekrachtigt het vonnis van 27 februari 2012;

- compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in de zin dat iedere

partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mrs. R.E. Weening, voorzitter, J.H. Kuiper en A.M. Koene en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op

26 juni 2012 in bijzijn van griffier.