Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW9219

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
21-002458-10 -23
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek schorsing wegens sterfgeval; bereik Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

pkn: 21-002458-10 -23

Het gerechtshof heeft te beslissen op een verzoek, vervat in een verzoekschrift van 18 juni 2012, ingekomen ter griffie van het hof op 18 juni 2012, namens de verdachte,

[verdachte],

geboren te [ ] op [ ],

verblijvende in het huis van bewaring te [ ].

tot schorsing van het tegen die verdachte rechtens gegeven en nog van kracht zijnde bevel tot voortduren van de voorlopige hechtenis.

Het hof heeft gehoord in raadkamer van heden de advocaat-generaal en gezien de mededeling in het faxbericht van de raadsman van verdachte, mr J-H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam, dat verdachte afziet van het geven van een nadere mondelinge toelichting.

OVERWEGINGEN:

De verdachte is op 2 juli 2010 door de rechtbank te Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 jaren. Hij heeft op 2 juli 2010 tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Hij verzoekt thans om schorsing van zijn voorlopige hechtenis teneinde op 21 juni 2012 de avondwake en op 22 juni 2012 de begrafenis bij te wonen van zijn vader, die op 17 juni 2012 is overleden en de dagen daarna aanwezig te zijn bij de familie ter verwerking van het verlies.

Gelet op het bepaalde in artikel 80, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) blijven de bepalingen inzake schorsing van de voorlopige hechtenis buiten toepassing in gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet. Ingevolge artikel 24 van de op die wet gebaseerde Regeling tijdelijk verlaten inrichting (Stcrt. 1998, nr. 247) kan incidenteel verlof worden verleend bij een sterfgeval. Dit verlof is ingevolge artikel 21 lid 4 van die regeling beperkt tot één dag, met uitloop tot twee dagen in verband met reistijd. Naar zijn aard valt het ingediende verzoek binnen het bereik van deze regeling. Het hof acht zich daarom niet bevoegd op het verzoek te beslissen. Dat het verzoek zich richt op meer dan twee dagen schorsing leidt niet tot een ander oordeel, nu enige redengeving voor schorsing op andere gronden ontbreekt.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 80 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof verklaart zich onbevoegd.

Aldus gegeven op 20 juni 2012 door mr P. van Kesteren, voorzitter, mr A.E. Harteveld en mr R.W. van Zuijlen, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.