Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW8936

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
20-06-2012
Zaaknummer
200.038.632/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indeling CAO-functie machinist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0600
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 19 juni 2012

Zaaknummer 200.038.632/01

(zaaknummer rechtbank: 420581 CV 08-6467)

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. G.J. Sjoer, kantoorhoudende te Ede,

tegen

[geïntimeerde] GWW B.V.,

gevestigd te Brucht, gemeente Hardenberg,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. H.J. van Kaauwen, kantoorhoudende te Beuningen.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 11 oktober 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Op 16 januari 2012 heeft de comparitie plaatsgevonden die in het tussenarrest was gelast. Ter gelegenheid van de comparitie heeft [appellant] bij akte nadere producties in het geding gebracht. Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Uit het verhandelde ter comparitie en de in dat kader nog gewisselde stukken is naar voren gekomen dat [appellant] bij [geïntimeerde] heeft gesolliciteerd op een functie ingedeeld in functiegroep B met bijpassend loon. Dit betrof het besturen en werken met een minigraver. Alle bij [geïntimeerde] in dienst zijnde machinisten werken met deze minigraver en zijn ingedeeld in functiegroep B.

2. Voor het besturen van een minigraver is geen diploma vereist. Dat geldt ook voor een grote graafmachine. Ook particulieren kunnen een dergelijke minigraver huren, doch dat geldt net zo goed voor grotere graafmachines. [appellant] heeft wel les gehad op een minigraver, doch heeft daarmee geen examen gedaan.

Voor bepaalde werkzaamheden stellen opdrachtgevers verplicht dat de machinist over een diploma beschikt. Bij de werkzaamheden die [appellant] voor [geïntimeerde] verrichtte was dat echter niet het geval.

3. De hiërarchie op de bouwplaats was de volgende:

- de uitvoerder (UTA-personeel) is de eindverantwoordelijke. Hij ziet toe op het

gehele werk en bewaakt de projectvoortgang. Hij is slechts incidenteel op het

werk aanwezig;

- de voorman (bouwplaatspersoneel) bepaalt welke werkzaamheden die dag

dienen te worden uitgevoerd en geeft hiertoe werkopdrachten aan machinist en

grondwerker. Hij hoeft niet voortdurend op het werk aanwezig te zijn;

- de machinist (bouwplaatspersoneel) voert de werkzaamheden uit volgens de

werkopdracht, waarbij hij geassisteerd wordt door de grondwerker;

- de grondwerker (bouwvakhelper) voert handmatige (grond)werkzaamheden uit

met de schop op aanwijzing en instructie van de machinist.

4. [appellant] las als machinist ook de kaarten. Volgens hem behoorde dat tot zijn taken. Volgens [geïntimeerde] is dat geen vereiste voor de functie en beheersen enkele machinisten die kunst ook niet. Dan leest hetzij de grondwerker, hetzij de voorman de kaart voor hem.

5. [geïntimeerde] heeft voorts verklaard dat de machinis[inlener]ner]. werd te werk gesteld, slechts sleuven tot 30 cm mocht graven; reeds aanwezige kabels lagen op ongeveer 60 cm diepte. Als er een kabel moest worden bijgelegd, moet de grondwerker de resterende centimeters handmatig afgraven.

Volgens [appellant] was dit de theorie en groef hij in de praktijk tot op 5 cm boven de reeds liggende kabels, dit om meer meters per dag te kunnen doen. De feitelijke diepte waarop de kabels lagen, wisselde nog wel eens.

6. Het hof oordeelt op basis van deze informatie dat de minigraver waarmee [appellant] bij [geïntimeerde] moest werken, op zich gerekend kan worden tot eenvoudig bedienbaar materieel waarvoor geen bijzondere vakopleiding is vereist. Een diploma of bijzondere vaardigheid werd door de werkgever of (feitelijk) opdrachtgever niet geëist voor de daadwerkelijk door [appellant] verrichte werkzaamheden. [appellant] heeft niet betwist dat zijn collega's - zonder diploma - hetzelfde werk deden en dat er de instructie bestond dat de machinist bij het graven naast het spoor slechts tot 30 cm diepte mocht graven, waarbij de voorman de aanwijzingen gaf wat er diende te gebeuren.

7. Deze omschrijving van de werkzaamheden die [appellant] moest verrichten stemmen op zich overeen met de functieomschrijving van functie 34 van de CAO voor het bouwbedrijf.

8. Dat [appellant] als gediplomeerd machinist mogelijk wat meer kon - en onder druk van [inlener] ook feitelijk dieper groef dan officieel was voorschreven - maakt nog niet dat daarmee zijn werkzaamheden feitelijk onder functie 95 van de toepasselijke CAO dienen te worden ondergebracht. Ook als het hof hierbij de toelichting, gegeven in bijlage VI bij de CAO (aangehaald in 1.7 van het tussenarrest) betrekt, acht het hof door [appellant] niet aangetoond dat zijn werkzaamheden voor [geïntimeerde] in functie 95, en daarmee in schaal D van de CAO hadden moeten worden ingedeeld. Categorie D wordt daarin omschreven als gespecialiseerde vakkennis aanwezig, werken zelfstandig, vaak leidinggevend. Voorbeeld: een metselaar, die zelfstandig alle soorten metselwerk, voegwerk en eenvoudig raapwerk verricht en repareert, die rioleringen legt of herstelt alsmede die tegelvloeren, wanden of pannendaken herstelt of vernieuwt.

Het hof acht in dit verband van belang dat [appellant] bij [geïntimeerde] steeds dezelfde werksoort moest doen - het graven van sleuven op het spoortalud - met dezelfde minigraver en dat het leidinggevende element in zijn werkzaamheden erg gering was.

9. Dat de nadere aanduiding bij categorie B ook niet geheel recht doet aan de werkzaamheden van [appellant], kan hier onvoldoende aan afdoen. [appellant] had wel een behoorlijke mate van zelfstandigheid, zonder dat in alle opzichten sprake was van eenvoudige herhalende werkzaamheden.

10. Wat die toelichting betreft kunnen de werkzaamheden van [appellant] nog het beste onder categorie C worden geschaard, doch de enige daarin vermelde functie die betrekking heeft op een machinist, nr. 70, ziet op een specifieke machine (kettingsleuvengraafmachine) waarover partijen het eens zijn dat die hier niet aan de orde is.

11. Het hof acht dan ook, alles afwegende, niet door [appellant] aangetoond dat hij, hoewel hij op een groep B-functie had gesolliciteerd, recht heeft op indeling in groep D, functie 95.

12. De grieven stuiten hierop af.

De slotsom

13. Het hof zal het vonnis waarvan beroep bekrachtigen en [appellant], als de in het ongelijk te stellen partij, veroordelen in de kosten van het hoger beroep, voor wat het geliquideerde salaris van de advocaat te begroten op 2 punten naar tarief III.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 262,- aan verschotten en € 2.316,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, J.H. Kuiper en

M.E.L. Fikkers en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 19 juni 2012 in bijzijn van de griffier.