Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW8654

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-06-2012
Datum publicatie
18-06-2012
Zaaknummer
21-002232-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7739, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Poging gekwalificeerde doodslag. Bewezen is dat verdachte (destijds 22 jaar) bij de uitvoering van een overval (diefstal met geweld) het (65-jarige) slachtoffer opzettelijk (meermalen) met een hamer op/tegen het hoofd heeft geslagen. (Letsel: verbrijzeld aangezichtsbeen en/of jukbeen en/of voorhoofdsbeen en/of een schedelfractuur en/of een gescheurd hersenvlies).

Verdachte werd tevens veroordeeld voor een poging diefstal met inklimming, een poging diefstal met geweld in vereniging en een diefstal met braak in vereniging.

De feiten zijn aan verdachte in enigszins verminderde mate toegerekend.

Verdachte was vele malen eerder voor vermogensdelicten en geweldsdelicten veroordeeld.

Verdachte is voor bovengenoemde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar.

Twee medeverdachten – die nauw bij de overval betrokken waren, maar verderop in hun voertuig stonden te wachten – zijn veroordeeld wegens het medeplegen van diefstal met geweld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg (en twee van de andere bovengenoemde delicten) tot zes en zeven jaar. De vordering benadeelde partij is toegewezen tot een bedrag van EUR 37.378,23, waarvan EUR 35.000 immaterieel.

Zie ook LJN BW8650 en LJN BW8652

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002232-11

Uitspraak d.d.: 18 juni 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 14 juni 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-900094-10 en

05-701954-10, 05-702371-10, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende [Pentitentaire Inrichting].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 20 september 2011, 6 december 2011 (pro forma), 27 februari 2012, 19 april 2012 (pro forma), 4 juni 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr B.J. Tieman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-900094-10:

primair:

hij op of omstreeks 21 november 2009 te Nijkerk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een plan is/zijn gekomen om die [slachtoffer 1] te overvallen, en/of dat plan met mededader(s) heeft/hebben besproken, en/of met mededader(s) naar de woonplaats en/of het woonadres van die [slachtoffer 1] is/zijn gereden, en/of opzettelijk die [slachtoffer 1] (meermalen) met een (klauw)hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, op en/of tegen het hoofd heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (doodslag) niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een overval, althans een poging overval, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiair:

hij op of omstreeks 21 november 2009 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn/haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [slachtoffer 1] meermalen met een (klauw)hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (verbrijzeld aangezichtsbeen en/of jukbeen en/of voorhoofdsbeen en/of een schedelfractuur en/of gescheurd hersenvlies) heeft bekomen;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 21 november 2009 te Nijkerk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [slachtoffer 1] meermalen met een (klauw)hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (verbrijzeld aangezichtsbeen en/of jukbeen en/of voorhoofdsbeen en/of een schedelfractuur en/of gescheurd hersenvlies) heeft bekomen;

meest subsidiair:

hij op of omstreeks 21 november 2009 te Nijkerk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, de woning van die [slachtoffer 1] is binnengegaan en/of vervolgens die [slachtoffer 1] met een (klauw)hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (verbrijzeld aangezichtsbeen en/of jukbeen en/of voorhoofdsbeen en/of een schedelfractuur en/of gescheurd hersenvlies) heeft bekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 05-701954-10 (gevoegd):

hij op of omstreeks 19 november 2009 te Amersfoort, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand ([adres bedrijfspand]) weg te nemen een hoeveelheid koper, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of inklimming, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, via een transportband en/of een schrootzuiger bij voornoemd bedrijf naar binnen is geklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 05-702371-10 (gevoegd):

1:

hij op of omstreeks 21 november 2009 te Nijkerk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen (horloges)en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, met een plan is gekomen om die [slachtoffer 2] te overvallen, en/of dat plan met mededader(s) heeft/hebben besproken, en/of met mededader(s) naar de woning van die [slachtoffer 2] is/zijn gereden, en/of hij verdachte, met een schroevendraaier, althans een dergelijk voorwerp, naar de woning van die [slachtoffer 2] is gelopen en/of heeft aangebeld en/of op de voordeur heeft geklopt en/of aan die [slachtoffer 2] heeft gevraagd of hij even mocht bellen in verband met autopech en/of heeft gezegd: "Ik wil naar binnen [roepnaam slachtoffer 2]", althans woorden van dergelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:

hij op of omstreeks 22 november 2009 te Bunschoten-Spakenburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel [bedrijf 2] heeft weggenomen een dressuurzadel , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) met een plan is/zijn gekomen om in die winkel in te breken, en/of dat plan met mededader(s) heeft/hebben besproken, en/of met mededader(s) naar die winkel is/zijn gereden, en zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het inslaan van een etalageruit (met behulp van een hamer)).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 onder primair en in de zaak met parketnummer 05-701954-10 en in de zaak met parketnummer 05-702371-10 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-900094-10:

primair:

hij op 21 november 2009 te Nijkerk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer 1] (meermalen) met een (klauw)hamer, op en/of tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (doodslag) niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd en vergezeld van enig strafbaar feit, te weten een overval, en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren;

Zaak met parketnummer 05-701954-10 (gevoegd):

hij op 19 november 2009 te Amersfoort, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand [adres bedrijfspand] weg te nemen een hoeveelheid koper, toebehorende aan [bedrijf 1], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen door middel van inklimming, via een transportband en een schrootzuiger bij voornoemd bedrijf naar binnen is geklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 05-702371-10 (gevoegd):

1:

hij op 21 november 2009 te Nijkerk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen (horloges)en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 2], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders, een plan om die [slachtoffer 2] te overvallen heeft besproken, en met mededader(s) naar de woning van die [slachtoffer 2] is gereden, en hij, verdachte, met een schroevendraaier, naar de woning van die [slachtoffer 2] is gelopen en heeft aangebeld en op de voordeur heeft geklopt en/of aan die [slachtoffer 2] heeft gevraagd of hij even mocht bellen in verband met autopech en heeft gezegd: "Ik wil naar binnen [roepnaam slachtoffer 2]", althans woorden van dergelijke aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:

hij op 22 november 2009 te Bunschoten-Spakenburg tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkel [bedrijf 2] heeft weggenomen een dressuurzadel, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededaders een plan om in die winkel in te breken hebben besproken, en naar die winkel zijn gereden en zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak (het inslaan van een etalageruit (met behulp van een hamer)).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

Poging tot doodslag, vergezeld en gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren;

het in de zaak met parketnummer 05-701954-10 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

het in de zaak met parketnummer 05-702371-10 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, door twee of meer verenigde personen.

het in de zaak met parketnummer 05-702371-10 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Uit het NIFP-rapport blijkt dat verdachtes meervoudige pathologie, - namelijk een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) en een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, afhankelijke en narcistische trekken - , slechts in beperkte mate heeft doorgewerkt in het tenlastegelegde. Geconcludeerd kan worden dat verdachte in hoge mate verantwoordelijk kan worden gehouden voor het plegen van het tenlastegelegde. Het advies van de gedragsdeskundigen is om het tenlastegelegde, voor zover het betreft de feiten die hebben plaatsgevonden op 21 november 2009, in enigszins verminderde mate toe te rekenen. Het hof neemt die conclusie over.

Verdachte is daarom strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot dezelfde straf als de rechtbank heeft opgelegd.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 1]. Verdachte is die avond samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van [slachtoffer 1] gereden. Aldaar hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verdachte naar de woning van [slachtoffer 1] gestuurd om de overval te plegen. Verdachte heeft hierbij een hamer meegenomen uit de bus van [medeverdachte 2]. In de woning van [slachtoffer 1] ontstond een schermutseling tussen [slachtoffer 1] en verdachte, waarbij verdachte [slachtoffer 1] vervolgens meermalen met de hamer op het hoofd heeft geslagen. Toen [slachtoffer 1] op de grond lag heeft verdachte het geld dat [slachtoffer 1] bij zich droeg uit de zakken van zijn kleding gehaald en heeft -met achterlating van de zwaar gewonde [slachtoffer 1] de woning verlaten. [slachtoffer 1] heeft als gevolg van deze overval zwaar hoofdletsel opgelopen en zal nooit meer de oude worden. [slachtoffer 1] is weliswaar niet overleden maar de kans op overlijden was aanvankelijk aanmerkelijk. Verdachte heeft hiermee - enkel en alleen gedreven door zijn hebzucht naar geld - een zeer zware inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Niet alleen [slachtoffer 1] is hierdoor getroffen, maar ook zijn familie. Uit de meest recente informatie van de instelling waar [slachtoffer 1] thans verblijft, volgt dat de stoornissen die [slachtoffer 1] nog ondervindt met name cognitief van aard zijn. Het korte termijn geheugen is gestoord, hij is in tegenstelling tot voorheen snel overprikkeld, ontremd en achterdochtig en is zich deels bewust van deze belastende gedragsverandering. Dit zorgt ervoor dat [slachtoffer 1] tot zijn grote verdriet en boosheid niet meer zelfstandig kan wonen en niet meer in staat is voor zijn vader te zorgen, zoals hij al jaren deed.

Bovendien hebben de verdachten tijdens hun rooftocht nog een poging diefstal met geweld en een inbraak in een winkel gepleegd. Twee dagen eerder heeft verdachte zelf een poging tot diefstal door middel van inklimming begaan.

Verdachte heeft daarbij de grootste rol vervuld. In het voordeel van verdachte heeft het hof gelet op de houding van verdachte gedurende het onderzoek. Verdachte heeft uiteindelijk volledige openheid van zaken gegeven en meegewerkt aan het politieonderzoek. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard spijt te hebben van zijn daden. In dat verband heeft het hof ook kennis genomen van een brief die verdachte aan [slachtoffer 1] heeft geschreven.

Voorts heeft het hof gelet op het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen eerder ter zake van vermogensdelicten en geweldsdelicten is veroordeeld.

Het hof oordeelt dat voor de afdoening van de onderhavige zaak - gelet op de ernst van het feit met betrekking tot slachtoffer [slachtoffer 1] en de rol van verdachte - geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Het hof acht dan ook de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van negen jaar een passende straf en zal deze straf aan verdachte opleggen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 40.153,31 waarvan een bedrag groot

€ 2.775,08 buitengerechtelijke kosten en proceskosten betreft. De immateriële schade ten bedrage van € 35.000 is gevorderd als voorschot. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 12.777,23. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De vordering is door de verdediging niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen met uitzondering van het bedrag met betrekking tot buitengerechtelijke kosten en proceskosten zoals gevorderd. Het hof heeft bij de vaststelling van de door de benadeelde partij gemaakte kosten met betrekking tot de rechtsbijstand gelet op het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 288, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 onder primair en in de zaak met parketnummer 05-701954-10 en in de zaak met parketnummer 05-702371-10 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 onder primair en in de zaak met parketnummer 05-701954-10 en in de zaak met parketnummer 05-702371-10 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer 1], terzake van het in de zaak met parketnummer 05-900094-10 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 37.378,23 (zevenendertigduizend driehonderdachtenzeventig euro en drieëntwintig cent) bestaande uit € 2.378,23 (tweeduizend driehonderdachtenzeventig euro en drieëntwintig cent) materiële schade en € 35.000,00 (vijfendertigduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 579,00 (vijfhonderdnegenenzeventig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 37.378,23 (zevenendertigduizend driehonderdachtenzeventig euro en drieëntwintig cent) bestaande uit € 2.378,23 (tweeduizend driehonderdachtenzeventig euro en drieëntwintig cent) materiële schade en € 35.000,00 (vijfendertigduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 221 (tweehonderdeenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 21 november 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr H.G.W. Stikkelbroeck, voorzitter,

mr W.R. Rosingh en mr E.G. Smedema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr B.T.H. Janssen, griffier,

en op 18 juni 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.