Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW8509

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-06-2012
Datum publicatie
15-06-2012
Zaaknummer
24-002928-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

‘Steekvlees’. Economische zaak.

Vlees ongeschikt voor menselijke consumptie op grond van EG-verordening 854/2002. Categorie 3-materiaal als bedoeld in EG-verordening 1774/2002. Destructiemateriaal in de zin van artikel 4 Destructiewet. Doorverkocht als ‘humaan vlees’.

Veroordeling wegens valsheid in geschrift en overtreding Destructiewet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002928-09

Uitspraak d.d.: 5 juni 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 november 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 24 april 2012 en 22 mei 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr L.F. Jagtenberg, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) factuur, gedateerd 17 oktober 2006, met het nummer 206088 gericht aan [X], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 21.320 kg "Snippers" verkocht aan [X], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [X];

Feit 2

verdachte op of omstreeks 1 november 2006, althans in of omstreeks de maand november 2006, althans in 2006, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, een factuur met het nummer 060237 gericht aan [A] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 20.049 kg "Varkens trimming" verkocht aan [A], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan die [A], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 3

verdachte op of omstreeks 30 augustus 2007, althans in of omstreeks de maand augustus 2007, althans in 2007, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, een factuur met het nummer 070237 gericht aan [B]- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 22.899 kg "Mager Met 80/20" verkocht aan [B], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, althans een gedeelte steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan die [B], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 4

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) factuur, gedateerd 13 augustus 2007, met het nummer 207236 gericht aan [X], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 11.551 kg "Snippers" verkocht aan [X], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [X];

Feit 5

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) vrachtbrief - vervoerdocument (CMR) ten behoeve van een transport van 17 pallets frozen pork stab meat CAT3 (zijnde steekvlees) met als bestemming (zakelijk weergegeven) [C] in Slovenië, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) op dat document vermeld dat de hiervoor genoemde goederen op 27 september 2006 waren ontvangen (in Slovenië), terwijl de hiervoor genoemde goederen niet zijn getransporteerd naar [C] in Slovenië;

Feit 6

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) vrachtbrief - vervoerdocument (CMR) ten behoeve van een transport van 18 pallets frozen pork stab meat CAT3 (zijnde steekvlees) met als bestemming (zakelijk weergegeven) [C] in Slovenië, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) op dat document vermeld dat de hiervoor genoemde goederen op 13 oktober 2006 waren ontvangen (in Slovenië), terwijl de hiervoor genoemde goederen niet zijn getransporteerd naar [C] in Slovenië;

Feit 7

verdachte op of omstreeks 18 april 2007, althans in of omstreeks de maand april 2007, althans in 2007, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, een factuur met het nummer 070083 gericht aan [D]- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur (onder meer) 24.287 kg "pork trimming" verkocht aan [D] terwijl er in werkelijkheid steekvlees, althans gedeeltelijk steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [D], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 8

hij op of omstreeks 29 februari 2008, althans in of omstreeks de maand februari 2008, althans in of omstreeks het jaar 2008, in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of in de gemeente Lopik, althans in Nederland, een - zakelijk weergegeven - herkomstverklaring met daarop het nummer 20766 - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk in die herkomstverklaring vermeld dat het te leveren/geleverde product "Minerai du Boeuf, 90/10", zijnde een rund(vlees), althans een product bestaande uit rundvlees, betrof, terwijl het in werkelijkheid paardenvlees, althans een product bestaande uit paardenvlees, betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; )

Feit 9

hij in of omstreeks de periode van oktober 2006 tot en met oktober 2007, althans in of omstreeks 2006 en/of 2007, te Polsbroek, in de gemeente Lopik en/of in de gemeente Deventer en/of in de gemeente Den Bosch en/of in de gemeente Lith, althans (op een of meerdere plaatsen) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk, (telkens) steekvlees van runderen en/of varkens, zijnde destructiemateriaal, (telkens) heeft onttrokken aan verwerking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ten aanzien van het onder 5 en 6 tenlastegelegde wordt opgemerkt dat uit het dossier blijkt dat de ontvangstdata van de partijen vlees respectievelijk 27 september 2006 en 13 oktober 2006 waren terwijl de tenlastelegging de data 27 september 2007 en 13 oktober 2007 noemt. Het hof ziet dit als kennelijke verschrijvingen en leest de data verbeterd.

Ten aanzien van de onder 6 tenlastegelegde zinsnede ‘17 pallets frozen pork stab meat CAT3’ wordt opgemerkt dat het hof het getal 17 eveneens ziet als een kennelijke verschrijving, nu uit het dossier blijkt dat het hier gaat om 18 pallets.

Verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Gelijkheidsbeginsel

Verdachte heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij niet begrijpt waarom hij, als kleine afnemer van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], wel strafrechtelijk wordt vervolgd en de vele andere, grotere, afnemers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet.

Het hof vat dit verweer op als een beroep op (strijd met) het gelijkheidsbeginsel en overweegt hieromtrent als volgt.

Gelet op het opportuniteitsbeginsel, zoals is neergelegd in artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering en dat verband houdt met het vervolgingsmonopolie van het openbaar ministerie, is het aan het openbaar ministerie om te beslissen of tot vervolging van een verdachte wordt overgegaan. Het staat het openbaar ministerie derhalve in beginsel vrij om een verdachte te vervolgen. Slechts indien de vervolging in strijd is met wettelijke of verdragsbepalingen of met beginselen van een goede procesorde -waaronder het gelijkheidsbeginsel- kan er sprake zijn van een verval van het recht tot strafvordering en van een door de rechter om die reden uit te spreken niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging. Daarvan is naar het oordeel van het hof in casu geen sprake. Niet aannemelijk is geworden dat de tenlastegelegde gedragingen van verdachte in alle relevante opzichten gelijk zijn aan de - door verdachte gesuggereerde -gedragingen van de door hem - niet bij name - genoemde andere afnemers van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat de tenlastegelegde feiten zijn gepleegd door de rechtspersoon [X] en niet door verdachte zelf als natuurlijk persoon en dat, nu de strafbaarheid van de rechtspersoon niet is vastgesteld, verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Het hof verwerpt dit verweer. De mogelijkheid om een rechtspersoon te vervolgen wegens strafbare gedragingen sluit niet uit dat die gedragingen ook als strafbare gedragingen aan een natuurlijke persoon kunnen worden ten laste gelegd.

Het hof is van oordeel dat de (overige) door en namens verdachte gevoerde verweren strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde worden weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt hierbij in het bijzonder het volgende.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat het vlees dat in de tenlastelegging wordt genoemd niet ongeschikt was voor menselijke consumptie. De benaming ‘steekvlees’ betekent niet dat het altijd gaat om vlees dat niet geschikt is voor humane consumptie, dan wel categorie 3-materiaal. Voorts is aangevoerd dat categorie 3-materiaal niet per definitie destructiemateriaal is in de zin van de Destructiewet.

Het hof verwerpt dit verweer op beide punten.

Steekvlees

Op basis van artikel 6, eerste lid, van de verordening nr. 1774/2002 wordt, onder meer, onder categorie 3-materiaal verstaan:

- delen van geslachte dieren die overeenkomstig de communautaire wetgeving voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard, maar die om commerciële redenen niet voor menselijke consumptie bestemd zijn;

- delen van geslachte dieren, die voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard, maar die geen symptomen van op mens of dier overdraagbare ziekten vertonen en die afkomstig zijn van karkassen die overeenkomstig de communautaire wetgeving voor menselijke consumptie geschikt zijn verklaard;

- materiaal dat bovengenoemde dierlijke bijproducten bevat.

In bijlage I, sectie II, hoofdstuk V, onder 1 d van de EG-verordening 854/2002 staat vermeld dat vlees ongeschikt moet worden verklaard voor menselijke consumptie wanneer het is verkregen bij het wegsnijden van de steekplaats.

Verbalisanten van de Algemene Inspectiedienst hebben in het hoofdproces-verbaal een definitie gegeven van ‘steekvlees’, te weten:

‘Steekvlees is het vlees wat vrijkomt bij het slachten van runderen en varkens. Bij het slachtproces wordt een steekgat in de hals van het rund of varken aangebracht, waarna via dit gat het bloed het lichaam verlaat. Varkens worden na het verbloeden door een bak met heet water geleid, teneinde het ontharingsproces te vergemakkelijken. Hierna wordt de huid met behulp van een borstelmachine ontdaan van de haren. Doordat via dit gat het bloed het lichaam verlaat en verontreinigd warm water het steekgat binnendringt, wordt de omgeving hiervan besmeurd en verontreinigd. Dit gat met het omringende vlees wordt daarom uitgesneden. Dit stukje vlees wordt aangemerkt als destructiemateriaal, categorie 3.’

Op de internetsite van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit staat een A4-schema van afvoermogelijkheden van dierlijke bijproducten varken. Op een afbeelding van een varken wordt de plek waar het steekgat zich bevindt aangemerkt als steekvlees. Op het A4-schema staat vermeld dat steekvlees categorie 3-vlees is dat dient te worden afgevoerd naar een categorie 3-verwerker dan wel een petfoodbedrijf.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat ‘steekvlees’ de gangbare benaming is voor het vlees dat is verkregen bij het wegsnijden van de steekplaats en dat dit vlees op grond van de bepaling in de EG verordening 854/2002 altijd ongeschikt moet worden verklaard voor menselijke consumptie en derhalve als categorie 3-materiaal moet worden aangemerkt. Anders dan de raadsman heeft gesteld, behoeft bij steekvlees niet (telkens) door een dierenarts te worden verklaard dat sprake is van categorie 3-materiaal.

Dat in het onderhavige geval met ‘steekvlees’ niet iets anders is bedoeld dan het hierboven bedoelde categorie 3-vlees en dat verdachte dit wist, leidt het hof (voorts) onder meer af uit de verklaringen van:

- [E], voor zover inhoudende (dossierpagina 2233):

‘Ik verkoop varkenssteekvlees categorie 3 bestemd voor petfood aan [medeverdachte 1]/[medeverdachte 2]. [medeverdachte 1] belde op om te informeren wat de prijs was van het steekvlees categorie 3 dat hij wilde verkopen aan [F]. Als de prijs goed was, bestelde hij een hoeveelheid varkenssteekvlees categorie 3. Er is varkenssteekvlees categorie 3 dat bestemd is voor de petfood industrie geleverd aan [medeverdachte 1]/[medeverdachte 2].’

- medeverdachte [medeverdachte 1], voor zover inhoudende (dossierpagina 2408-2409):

‘Ik ben in 2005 begonnen met de handel in steekvlees categorie 3-materiaal. In eerste instantie met de eenmanszaak [G] en later onder de naam [medeverdachte 2]. Ik kocht van [H] steekvlees. Dat was in Duitsland in 2005 nog humaan. Ik denk dat begin 2006 in Duitsland de wetgeving is veranderd, waarbij het steekvlees categorie 3 werd en alleen verkocht mocht worden voor de petfoodindustrie. Ik kocht grote partijen steekvlees categorie 3 van [I] en [J] in Oost-Duitsland. Ik ben er begin 2005 mee begonnen. Ongeveer 3% van dit steekvlees categorie 3 verkocht ik aan [verdachte]. [verdachte] was op de hoogte dat mijn vlees steekvlees categorie 3-vlees was, bestemd voor petfood.’

En (p. 895 en 902):

‘Het gaat [verdachte] om de facturen. Ik moest van hem op de factuur varkenssnippers zetten omdat het dan humaan vlees is geworden.’

(Op de vraag: Ken u [F])’Dit adres is van [verdachte]. [verdachte] heeft dit adres aan mij doorgegeven. Ik heb toen dit adres doorgegeven aan [E]. [verdachte] wilde dat dit adres werd opgegeven aan de leverancier van steekvlees categorie 3, [J] in Duitsland. Dit bedrijf moest deze afnemer op de factuur zetten als categorie 3 verwerker. Ik weet dat [F] nooit steekvlees categorie 3 ontvangen heeft. Nertsen kunnen ziek worden van varkensvlees. Dus [verdachte] had deze afnemer op papier nodig om het te kunnen kopen bij [J]. In werkelijkheid werd het steekvlees categorie 3 geleverd te Lith en/of [K] te Den Bosch.’

Destructiewet

In artikel 4 van de Destructiewet (geldend tot 1 januari 2008) is bepaald dat het verboden is om destructiemateriaal aan verwerking te onttrekken.

Artikel 20 van het Destructiebesluit luidt:

‘In afwijking van artikel 1 van de Destructiewet wordt, ter uitvoering van verordening nr. 1774/2002, voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, van die wet verstaan onder:

a. destructiemateriaal: categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal of categorie 3-materiaal.

(…)’

Zoals hiervoor uiteengezet is steekvlees categorie 3-materiaal en daarmee destructiemateriaal in de zin van artikel 4 van de Destructiewet.

Valsheid in geschrift

Voorts heeft de raadsvrouw van verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde aangevoerd dat de bedoelde facturen niet valselijk zijn opgemaakt dan wel vervalst. De benamingen op de facturen dekten de lading van de vleestransporten en waren niet in strijd met de waarheid.

Ook dit verweer wordt verworpen.

Op de tenlastegelegde facturen stond steeds vermeld dat het ging om ‘Snippers’, ‘Varkens- (of pork) trimming’, dan wel ‘Mager Met 80/20’. In het licht van het dossier en de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke benamingen voor vlees gaat het hof er vanuit dat dit benamingen zijn voor humaan vlees, geschikt voor menselijke consumptie. In het onderhavige geval zijn de gebezigde benamingen (bewust) aan de partijen vlees toegekend, terwijl het vlees in eerste instantie (door anderen dan verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]) als niet voor humane consumptie geschikt ‘steekvlees’ was gefactureerd. Uit de omstandigheid dat de partijen vlees vervolgens als “humaan vlees” zijn doorverkocht, leidt het hof af dat de hiervoor genoemde andere benamingen zijn gebruikt met de bedoeling het vlees - in strijd met de waarheid - door te laten gaan voor vlees dat voor humane consumptie geschikt was.

Dat de partijen vlees steeds waren voorzien van EG-merktekens en derhalve naar het oordeel van de verdediging sprake was van EEG goedgekeurd vlees doet aan het voorgaande niet af, nu uit het bovenstaande en de in geval van cassatie nader uit te werken bewijsmiddelen volgt dat verdachte op de hoogte was van de omstandigheid dat het door hem ingekochte en (in de gevallen van de feiten 2 en 3) doorverkochte vlees, ging om steekvlees categorie 3-materiaal. Het hof wijst in dit verband in het bijzonder op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], voor zover inhoudende (dossierpagina 2408-2409):

‘Ongeveer 3% van het steekvlees categorie 3 verkocht ik aan [verdachte]. Inkomend heb ik dit altijd geboekt als steekvlees en verkocht als trimming, porktrimming of misschien varkenssnippers. Op de factuur paste ik dus de naam aan zodat het vlees op papier niet meer als steekvlees categorie 3 herkenbaar was. [verdachte] heeft van mij steekvlees categorie 3-materiaal gekocht. [verdachte] was op de hoogte dat mijn vlees steekvlees categorie 3-vlees was bestemd voor petfood. In overleg met [verdachte] moest ik alle partijen steekvlees categorie 3 niet onder deze naam factureren. Ik leverde dus het steekvlees categorie 3-materiaal als snippers, trimmings of varkenstrimmings. [verdachte] vertelde mij dat hij mijn steekvlees en het andere steekvlees wat hij van andere leveranciers kocht vermengde met andere soorten vlees en hiervan zogenaamd ‘Mager Met’ maakte. Hij verkocht dit ‘Mager Met’ hoofdzakelijk in Oost Europa als humaan vlees.’

Ten aanzien van het onder 8 tenlastegelegde

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte geen opzet had om de herkomstverklaring te vervalsen. Daartoe is aangevoerd dat verdachte de aanduiding ‘Minerai de Boeuf’ in opdracht van medeverdachte [medeverdachte 1] op het etiket heeft gezet, zonder dat verdachte de betekenis van deze aanduiding wist.

Het hof verwerpt dit verweer. Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat de herkomstverklaring in strijd met de waarheid is ingevuld en dat dit van de kant van verdachte willens en wetens gebeurde. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte niet wist wat de aanduiding ‘Minerai de Boeuf’ betekende.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse factuur, gedateerd 17 oktober 2006, met het nummer 206088 gericht aan [X], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 21.320 kg "Snippers" verkocht aan [X], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [X];

Feit 2

verdachte op of omstreeks 1 november 2006, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, een factuur met het nummer 060237 gericht aan [A] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 20.049 kg "Varkens trimming" verkocht aan [A], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan die [A], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 3

verdachte op of omstreeks 30 augustus 2007, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, een factuur met het nummer 070237 gericht [B] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 22.899 kg "Mager Met 80/20" verkocht aan [B]., terwijl er in werkelijkheid steekvlees, althans een gedeelte steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan die [B], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 4

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse factuur, gedateerd 13 augustus 2007, met het nummer 207236 gericht aan [X], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur 11.551 kg "Snippers" verkocht aan [X], terwijl er in werkelijkheid steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [X];

Feit 5

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse vrachtbrief - vervoerdocument (CMR) ten behoeve van een transport van 17 pallets frozen pork stab meat CAT3 (zijnde steekvlees) met als bestemming (zakelijk weergegeven) [C] in Slovenië, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) op dat document vermeld dat de hiervoor genoemde goederen op 27 september 2006 waren ontvangen (in Slovenië), terwijl de hiervoor genoemde goederen niet zijn getransporteerd naar [C] in Slovenië;

Feit 6

hij op of omstreeks 12 maart 2008, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, althans in Nederland, opzettelijk voorhanden heeft gehad een valse vrachtbrief - vervoerdocument (CMR) ten behoeve van een transport van 18 pallets frozen pork stab meat CAT3 (zijnde steekvlees) met als bestemming (zakelijk weergegeven) [C] in Slovenië, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

immers was (zakelijk weergegeven) op dat document vermeld dat de hiervoor genoemde goederen op 13 oktober 2006 waren ontvangen (in Slovenië), terwijl de hiervoor genoemde goederen niet zijn getransporteerd naar [C] in Slovenië;

Feit 7

verdachte op of omstreeks 18 april 2007, te Polsbroek, in de gemeente Lopik, een factuur met het nummer 070083 gericht aan [D] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk (zakelijk weergegeven) blijkens die factuur (onder meer) 24.287 kg "pork trimming" verkocht aan [D] terwijl er in werkelijkheid steekvlees, althans gedeeltelijk steekvlees, zijnde vlees dat ongeschikt was (verklaard) voor menselijke consumptie, was verkocht aan [D], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 8

hij op of omstreeks 29 februari 2008, in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of in de gemeente Lopik, althans in Nederland, een - zakelijk weergegeven - herkomstverklaring met daarop het nummer 20766 - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk in die herkomstverklaring vermeld dat het te leveren/geleverde product "Minerai du Boeuf, 90/10", zijnde rundvlees, betrof, terwijl het in werkelijkheid paardenvlees betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 9

hij in de periode van oktober 2006 tot en met oktober 2007, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk, steekvlees van runderen en/of varkens, zijnde destructiemateriaal, heeft onttrokken aan verwerking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Het onder 2, 3, 7 en 8 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

Valsheid in geschrift.

Het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 4 van de Destructiewet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 9 wordt veroordeeld wegens valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift en medeplegen van overtreding van voorschriften van de Destructiewet tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

De rechtbank Zwolle heeft de verdachte voor de feiten 1, 2, 3, 4 en 7 vrijgesproken en voor de feiten 5, 6, 8 en 9 veroordeeld wegens valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift en overtreding van voorschriften van de Destructiewet tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 9 tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- de navolgende omstandigheden.

Anders dan de rechtbank komt het hof tot een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van facturen en het voorhanden hebben van valse vervoerdocumenten met het doel deze facturen en vervoerdocumenten zelf te gebruiken dan wel door anderen te laten gebruiken alsof die facturen en vervoerdocumenten echt waren. Verdachte heeft op aanzienlijke schaal steekvlees categorie 3, dat niet geschikt is voor menselijke consumptie, onder andere benamingen doorverkocht als vlees dat wel geschikt is voor menselijke consumptie en hiermee dit vlees onttrokken aan verwerking ter destructie. Verdachte heeft uit winstbejag gehandeld en heeft daarbij geen oog gehad voor de door hem veroorzaakte risico’s voor de volksgezondheid.

Gelet op een en ander en ook uit een oogpunt van generale preventie acht het hof – anders dan de verdediging – een forse vrijheidsstraf op zijn plaats.

Ten voordele van de verdachte heeft het hof er rekening mee gehouden dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Het hof zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, teneinde verdachte, die nog immer in de vleeshandel werkzaam is, ervan te weerhouden opnieuw een (soortgelijk) strafbaar feit te plegen.

De economische meervoudige kamer in de rechtbank Zwolle heeft vonnis gewezen op 12 november 2009. Verdachte heeft op 12 november 2009 hoger beroep aangetekend tegen dat vonnis. In hoger beroep geldt als uitgangspunt dat het geding met een einduitspraak dient te zijn afgerond binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld. In hoger beroep doet het gerechtshof einduitspraak op 5 juni 2012, dus ruim 2,5 jaar na het instellen van hoger beroep. Er zijn geen omstandigheden die een dergelijke lange duur rechtvaardigen. Het hof is van oordeel dat gelet op het tijdsverloop in hoger beroep sprake is van een schending van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM), welke bepaling ertoe strekt de berechting binnen een redelijke termijn te waarborgen. Het hof zal bij de strafoplegging met deze schending van genoemde verdragsbepaling als na te melden rekening houden.

Gelet op de ernst en omvang van het bewezenverklaarde acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, in beginsel passend en geboden. Nu echter sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM, zal het hof volstaan met oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De weging van de verschillende factoren in de zaak van verdachte en die van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft uiteindelijk geleid tot oplegging van een straf van dezelfde duur als in de zaak van [medeverdachte 1] is opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 4 van de Destructiewet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr J.D. den Hartog en mr A. van Waarden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof en B Moorlag, griffiers,

en op 5 juni 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr Van Waarden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.