Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW7257

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-06-2012
Datum publicatie
01-06-2012
Zaaknummer
21-002090-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7179, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Militaire kamer. Aanvaring Apache-helikopter met hoogspanningsleiding. Aanmerkelijke schuld? Mogelijkheid onverwacht aspect van de missie niet uit te sluiten. “Gewone” onoplettendheid te gering voor aanmerkelijke schuld. Veroordeling voor overtreding. Beperkende technische aspecten en “human factors” leiden niet tot afwezigheid van alle schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002090-11

Uitspraak d.d.: 1 juni 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de militaire kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Arnhem van 7 juni 2011 in de strafzaak tegen

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

rang: kapitein,

registratienummer: [nummer],

ingedeeld bij: THG te Rijen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 mei 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden,

mr G.G.J. Knoops en mr P.B.A. Acda, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 december 2007 in de gemeenten Gilze en Rijen en/of Maasdriel en/of Neerijnen en/of elders in Nederland, als vlieger (pilot flying/backseater), niet zijnde de gezagvoerder, van een luchtvaartuig (Apache gevechtshelikopter), zich aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat een elektriciteitswerk is vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, waardoor verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemene nutte en/of gemeen gevaar voor goederen is ontstaan, doordat hij

- alvorens met dat luchtvaartuig op te stijgen, niet, althans in onvoldoende mate, de vlieg-/stafkaarten van het gebied, dat hij wilde en/of moest overvliegen, met de daarin voorkomende hoge objecten, heeft bekeken en/of bestudeerd, en/of

- vliegende in de richting van en/of boven de rivier de Waal, niet, althans onvoldoende op de vlieg-/stafkaarten heeft gecontroleerd of dat luchtvaartuig een hoog object op de vliegroute naderde, en/of (vervolgens)

- niet of in onvoldoende mate voortdurend heeft gelet op de (hoogte) stand van de in het luchtvaartuig aangebrachte hoogtemeter(s), en/of

- niet voortdurend, althans in onvoldoende mate oplettend en/of waakzaam is geweest voor obstakels welke zich vóór dat luchtvaartuig (konden) aandien(d)en op de (beoogde) vliegroute en/of -hoogte, en/of

- vliegende boven de rivier de Waal, op de plaats waar hoogspanningsleidingen de rivier de Waal kruisen, met dat luchtvaartuig heeft gevlogen op een hoogte van ongeveer 120 voet, althans lager dan een hoogte welke benodigd was om deze hoogspanningsleidingen bovenlangs te passeren, en/of (vervolgens)

- met dat luchtvaartuig tegen de ter plaatste aanwezige hoogspanningsleidingen is aangevlogen,

tengevolge waarvan zes (6), althans één of meer hoogspanningsleidingen zijn doorgesneden, althans gebroken, en/of drie (3), althans één of meer draagarmen van de hoogspanningsmasten is/zijn verbogen en/of afgebroken,

terwijl de verhindering of bemoeilijking van stroomlevering ten algemenen nutte hieruit heeft bestaan dat ongeveer 50.000, althans een groot aantal, huishoudens en/of bedrijven van stroomvoorziening verstoken waren gedurende één of meer dagen, en/of

terwijl het ontstane gemeen gevaar voor goederen hieruit heeft bestaan dat door stroomverlies elektrische apparaten en/of van computersystemen afhankelijke systemen/apparaten beschadigd werden en/of konden worden en/of van (vries-)koeling afhankelijke goederen konden bederven;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2007 in de gemeenten Gilze en Rijen en/of Maasdriel en/of Neerijnen, en/of elders in Nederland, als vlieger (pilot flying/backseater), niet zijnde de gezagvoerder, van een luchtvaartuig (Apache gevechtshelikopter) zich aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat voormeld luchtvaartuig is vernield en/of onbruikbaar gemaakt en/of beschadigd, terwijl daardoor levensgevaar is ontstaan voor een ander, te weten voor de vlieger/gezagvoerder (pilot in command/frontseater) ([medeverdachte]), doordat hij

- alvorens met dat luchtvaartuig op te stijgen, niet, althans in onvoldoende mate, de vlieg-/stafkaarten van het gebied, dat hij wilde en/of moest overvliegen, met de daarin voorkomende hoge objecten, heeft bekeken en/of bestudeerd, en/of

- vliegende in de richting van en/of boven de rivier de Waal, niet, althans onvoldoende op de vlieg-/stafkaarten heeft gecontroleerd of dat luchtvaartuig een hoog object op de vliegroute naderde, en/of

- niet of in onvoldoende mate voortdurend heeft gelet op de (hoogte) stand van de in het luchtvaartuig aangebrachte hoogtemeter(s), en/of

- niet voortdurend, althans in onvoldoende mate oplettend en/of waakzaam is geweest voor obstakels welke zich vóór dat luchtvaartuig (konden) aandien(d)en op de (beoogde) vliegroute en/of -hoogte, en/of

- vliegende boven de rivier de Waal, op de plaats waar hoogspanningsleidingen de rivier de Waal kruisen, met dat luchtvaartuig heeft gevlogen op een hoogte van ongeveer 120 voet, althans lager dan een hoogte welke benodigd was om deze hoogspanningsleidingen bovenlangs te passeren, en/of (vervolgens)

- met dat luchtvaartuig tegen de ter plaatste aanwezige hoogspanningsleidingen is aan gevlogen;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 12 december 2007 in de gemeente(n) Maasdriel en/of Neerijnen en/of elders in Nederland, als vlieger (pilot flying/backseater), niet zijnde de gezagvoerder, van een luchtvaartuig (Apache gevechtshelikopter), in elk geval als lid van de bemanning van dat luchtvaartuig, de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak heeft belemmerd en/of de veiligheid in het luchtruim en/of op de grond en/of op het water in gevaar heeft gebracht, althans dat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zulks het geval kon zijn, immers is hij met dat luchtvaartuig tegen de ter plaatste aanwezige hoogspanningsleidingen aangevlogen, waardoor

- zes (6), althans één of meer van eerdergenoemde hoogspanningsleidingen zijn doorgesneden, althans gebroken, waarna zij in het water en/of op de grond en/of over een weg zijn gevallen, en/of

- drie (3), althans één of meer draagarmen van de hoogspanningsmasten zijn verbogen en/of afgebroken, en/of

- dat luchtvaartuig (zwaar) beschadigd is geraakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Beoordeling van het onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Beoordelingskader

De onder 1, respectievelijk onder 2 primair tenlastegelegde misdrijven zijn voorzien in artikel 161ter, respectievelijk artikel 169, aanhef en onder 1° van het Wetboek van Strafrecht.

Bij de beoordeling van deze misdrijven dienen de volgende vragen onder ogen te worden gezien:

a. heeft verdachte een fout gemaakt;

b. is er voldoende oorzakelijk verband (“causaliteit”) tussen de gemaakte fout en het in de wet (en de tenlastelegging) genoemde gevolg;

c. is er sprake van schuld als genoemd in deze wetsbepalingen, dat wil zeggen: is er sprake van min of meer grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid?

Toepassing op het voorliggende geval

Ad a.

Het is niet in geschil dat verdachte een fout heeft gemaakt door, samen met zijn collega-vlieger, tegen de hoogspanningsleidingen aan te vliegen.

Ad b.

1. De hoogspanningsleidingen, zijnde “een elektriciteitswerk”, zijn inderdaad beschadigd en onbruikbaar gemaakt. Alle zes de stroomvoerende kabels zijn kapotgevlogen en drie draagarmen (“traversen”) van de hoogspanningsmasten zijn verbogen en/of afgebroken. Daardoor kwamen de Tielerwaard en de Bommelerwaard langdurig zonder stroom te zitten. Het ging daarbij om ongeveer 50.000 huishoudens ; de (mogelijke) nadelige gevolgen voor elektrische apparaten, van computersystemen afhankelijke systemen/apparaten en van (vries-)koeling afhankelijke goederen behoeven geen nadere adstructie.

2. De helikopter zelf raakte (zwaar) beschadigd. Dat levensgevaar is ontstaan voor verdachte en zijn collega-piloot behoeft eigenlijk geen betoog. Het met een helikopter tegen een hoogspanningsleiding vliegen is inherent (levens)gevaarlijk. Dat deze draadaanvaring wonderbaarlijk goed is afgelopen, dat gelukkig niemand het leven heeft gelaten kan, anders dan de verdediging heeft gesuggereerd, niet redengevend zijn voor de conclusie dat er dus geen levensgevaar is ontstaan door de onoplettende manier, waarop verdachte en zijn collega hebben gevlogen.

Het hof merkt nog op dat in deze zaak sprake is van een mono-causaal verband: de door de vliegers gemaakte fout -het vliegen op een onveilige hoogte-, en die alleen, is de oorzaak van dit ongeval. In zoverre verschilt deze zaak van die van de loadmaster en van de Groninger HIV-zaak.

Dit sluit niet uit dat allerlei factoren kunnen hebben bijgedragen aan het maken van die fout, maar dat is een kwestie die de mate van verwijtbaarheid raakt en niet de causaliteit.

Ad c.

Bij de beoordeling van de mate van schuld dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen, waarbij echter de ernst van de gevolgen niet redengevend is voor de mate van schuld.

De aan verdachte verweten fouten kunnen worden ingedeeld in twee categorieën:

c1. een onvoldoende voorbereiding van de vlucht (het eerste gedachtestreepje in de tenlastelegging)

en

c2. (mede daardoor) een niet adequate uitvoering van de vlucht (het tweede tot en met zesde gedachtestreepje in de tenlastelegging).

Ad c1., de voorbereiding van de vlucht

De voorbereiding van de vlucht is naar het oordeel van het hof inderdaad gebrekkig geweest. Door wisselingen in de samenstelling van de bemanning en een gewijzigd oefengebied werd het uiteindelijke vluchtplan pas ’s middags om + 16:00 uur opgesteld. Uiteindelijk vloog [medeverdachte] als frontseater/gezagvoerder met verdachte als backseater/pilot flying. De beide vliegers hebben zich te weinig tijd gegund voor een gedegen voorbereiding. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte hierover gezegd: “Als ik meer tijd had gehad dan hadden we de kaart beter bekeken.”

De (korte ) crewbriefing wordt uitsluitend gedaan aan de hand van de kaart met schaal 1:250.000 ; vooraf is niet gesproken over hoogtehazards, meer in het bijzonder ook niet over kabels en hoogspanningsmasten. Volgens de getuige-deskundige [naam] had dit wèl gemoeten: “Op lage hoogte moeten hoogtehazards besproken worden.” De majoor [naam] is dezelfde mening toegedaan: “In je vluchtvoorbereiding dien je bijzondere aandacht te hebben voor obstakels als je lager dan 500 voet gaat vliegen. [...] Het is gebruikelijk dat de obstakels die men tegen kan komen tijdens de vlucht, doorgenomen worden tussen beide vliegers tijdens de vluchtvoorbereiding.”

Alleen [medeverdachte] gaat naar de avondbriefing; hij is ook degene die de kaarten laat intekenen door de afdeling navigatie. De vliegers gaan snel eten; na terugkomst op het squadron gaat verdachte naar de helikopter om te “steppen” (het controleren van het toestel vóór het vliegen) en [medeverdachte] naar navigatie om de vliegkaarten op te halen en naar de duty officer om uit te boeken.

De door de afdeling navigatie ingetekende kaart 1:50.000 wordt, voor het instappen in de helikopter, vluchtig bekeken, maar niet op hazards.

De vraag, of deze gebrekkige voorbereiding mede aan verdachte verweten kan worden, wordt door het hof ontkennend beantwoord.

Aan het strafdossier zijn namelijk zwaarwegende argumenten te ontlenen voor de aanname, dat verdachte niet op de hoogte was van de precieze invulling van (het laatste deel van) de oefenvlucht.

In de eerste plaats zijn er de verklaringen over de deconflictie-afspraken met de andere Apache in het laagvlieggebied Maas/Waal, de Q16/Redskin 22, gevlogen door [naam] als frontseater en [naam] als backseater. [Medeverdachte] heeft hierover verklaard: “Ik weet niet op welke hoogte de redskin 22 vloog ze zaten lowlevel dus onder de 500 voet. Wij zouden niet lager vliegen dan 1000 voet. Dus deconflictie was geregeld. Verdachte zelf heeft verklaard: “De afspraak was dat wij boven de 1000 voet zouden opereren.” [Naam] en [naam] verklaren dat zij beneden de 200 voet zouden blijven en de redskin 12/Q1 daarboven.

Bovendien is er het antwoord van verdachte op de vraag of zij voor de vlucht nog obstakels hebben doorgenomen: “Dit hebben wij niet gedaan. Wij zouden op 700 voet vliegen.”

En tenslotte is er de zonderlinge communicatie tussen de beide vliegers vóórdat aan de vlucht over de Waal zou worden begonnen. [Medeverdachte] verklaart: “Ik geef [verdachte] de opdracht om via mijn LOS van hoogte en koers te veranderen richting de Waal waar we gaan sluipvliegen.” Verdachte vraagt daarop: 700 voet?”, waarop [medeverdachte] antwoordt: “Zo laag als je durft, comfort level.” De deskundige [naam] heeft weliswaar verklaard dat het stellen van een positieve vraag leidt tot duidelijke feedback op wat je doet , maar dat verklaart geenszins dat verdachte een vraag stelt die naar het oordeel van het hof volstrekt niet te rijmen is met de aanname, dat beide vliegers voorbereid zijn op vliegen “zo laag als je durft.”

Daar staat tegenover dat verdachte ter terechtzitting met zoveel woorden heeft gezegd, dat hij wel op de hoogte was van de precieze invulling van ook dit deel van het vluchtplan.

Verdachte kan vele redenen hebben om te verklaren zoals hij heeft gedaan, maar het hof kan zich, alles afwegende, niet heenzetten over de wat ongemakkelijke gedachte, dat verdachte dit mogelijk heeft verklaard uit solidariteit met zijn collega-vlieger, wiens verantwoordelijkheid voor een adequate voorbereiding immers navenant zou toenemen indien alleen hij op de hoogte kon zijn van de details van de vlucht. In dit verband is het bovendien een complicerende factor dat beide verdachten, die op dit punt mogelijk tegengestelde belangen hebben, worden bijgestaan door dezelfde raadslieden.

De bij het hof op dit punt bestaande twijfel wordt geenszins weggenomen, integendeel, door de bevindingen van de Onderzoeksraad voor veiligheid. Zoals de verdediging -in meer algemene zin- heeft betoogd, kunnen de resultaten van dat onderzoek weliswaar niet tot bewijs van de aan verdachte telastegelegde feiten strekken , maar dat staat geenszins eraan in de weg, dat het hof acht slaat op voor verdachte ontlastende resultaten van het onderzoek door de Raad. Zonder enige terughoudendheid formuleert de Onderzoeksraad het aldus: “[..] hij (de frontseater; hof) (had) zonder de backseater daarvan in kennis te stellen, in de communicatie over de missie bewust onderdelen [..] weggelaten om een verrassingseffect voor deze laatste te creëren. Dit met als doel het leereffect te vergroten.” Daarbij is het van belang om op te merken, dat de Onderzoeksraad over méér gegevens kon beschikken dan het hof, zoals over de wellicht cruciale opnamen van de communicatie tussen de beide vliegers.

Ad c2, de uitvoering van de vlucht

Bij de beoordeling van dit aspect van het aan verdachte gemaakte verwijt neemt het hof de taakverdeling tussen de beide piloten in aanmerking. Deze houdt in dat de frontseater de gezagvoerder is en zich bezig houdt met de bediening van de wapensystemen en de navigatie. De backseater vliegt het toestel, op aanwijzingen van de frontseater.

Verdachte vertrouwde erop dat [medeverdachte] hem zou informeren over eventuele obstakels: “Ik ga ervan uit dat dit standaard komt van de frontseater. In de trant van: Over twee mijl een toren links van ons, of zoiets.” De getuige-deskundige [naam] bevestigt dit: “Het is standaard dat obstakels door de frontseater worden aangegeven.”

Het navigeren aan de hand van de kaart 1:50.000 geschiedt door de frontseater en niet door de pilot-flying. Verdachte heeft hierover verklaard: “In principe heb ik geen 1:50.000 kaart voor me, ik kan dat detail niet zien als ik buiten kijk. Ik kan niet kaartlezen en buiten kijkend vliegen tegelijk. Ik verwacht dit van mijn frontseater.” Dit strookt met de verklaring van [medeverdachte], die niet meer zeker weet of hij een kaart aan verdachte heeft gegeven nadat hij die bij de afdeling navigatie in ontvangst heeft genomen: “Het is ook niet noodzakelijk dat [medeverdachte] er een heeft hij moet buiten kijken tijdens het vliegen [...].” [Getuige-deskundige] bevestigt de juistheid van verdachtes stelling. Obstakels worden standaard gemeld door de frontseater, zonder dat de backseater daarom hoeft te vragen.

Voor de beoordeling van de tenlastegelegde fouten betekent dit het volgende:

- het onvoldoende de kaarten controleren op hoge objecten (tweede gedachtestreepje) beschrijft een verwijt dat niet zozeer de verdachte treft, maar veeleer zijn frontseater;

- het onvoldoende letten op de stand van de hoogtemeter (derde gedachtestreepje) houdt een verwijt in dat niet redengevend is voor schuld aan het ongeval, indien mag worden aangenomen dat verdachte niet bedacht hoefde te zijn op hoge obstakels in zijn vliegroute; naar het oordeel van het hof is die aanname hier inderdaad gerechtvaardigd;

- hetzelfde geldt voor het op ongeveer 120 voet vliegen op de plaats waar de hoogspanningsleidingen de Waal kruisten (vijfde gedachtestreepje), aangezien hier de zelfde aanname kan gelden;

- het tegen de hoogspanningsleidingen aanvliegen (zesde gedachtestreepje) geeft in wezen het gevolg aan van de voorafgaand tenlastegelegde fouten en vormt zo bezien niet een zelfstandig verwijt, dat kan bijdragen tot de aan verdachte verweten aanmerkelijke schuld.

Gelet op het vorenstaande resteert de onder het vierde gedachtestreepje tenlastegelegde onvoldoende mate van oplettendheid of waakzaamheid. Naar het oordeel van het hof is hier inderdaad sprake van. Alle aangevoerde redenen (van technische aard en/of voortspruitende uit beperkende “human factors”) doen er naar het oordeel van het hof niet aan af, dat verdachte in het bijzonder de op de noordelijke oever staande hoogspanningsmast heeft “gemist”, terwijl hij deze bij normale oplettendheid had kunnen en ook moeten zien.

Naar het oordeel van het hof is deze enkele fout echter van onvoldoende gewicht voor het aannemen van tenminste aanmerkelijke schuld als bedoeld in de artikelen 161ter, respectievelijk 169 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit brengt met zich dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde.

Beoordeling van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde

Bewezenverklaring

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen wel de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Bij het onder 2 subsidiair tenlastegelegde gaat het immers om een overtreding waarbij – anders dan in het primair tenlastegelegde – geen subjectief bestanddeel (tenminste aanmerkelijke schuld) in de tenlastelegging is opgenomen. Het hof acht aldus bewezen dat:

hij op of omstreeks 12 december 2007 in de gemeente(n) Maasdriel en/of Neerijnen en/of elders in Nederland, als vlieger (pilot flying/backseater), niet zijnde de gezagvoerder, van een luchtvaartuig (Apache gevechtshelikopter), in elk geval als lid van de bemanning van dat luchtvaartuig, de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak heeft belemmerd en/of de veiligheid in het luchtruim en/of op de grond en/of op het water in gevaar heeft gebracht, althans dat redelijkerwijs kon worden aangenomen dat zulks het geval kon zijn, immers is hij met dat luchtvaartuig tegen de ter plaatste aanwezige hoogspanningsleidingen aangevlogen, waardoor

- zes (6), althans één of meer van eerdergenoemde hoogspanningsleidingen zijn doorgesneden, althans gebroken, waarna zij in het water en/of op de grond en/of over een weg zijn gevallen, en/of

- drie (3), althans één of meer draagarmen van de hoogspanningsmasten zijn verbogen en/of afgebroken, en/of

- dat luchtvaartuig (zwaar) beschadigd is geraakt.

Bewijsmiddelen

Het ongeval vond plaats op 12 december 2007. De kabels hingen tussen Heesselt (gemeente Neerijnen) en Hurwenen (gemeente Maasdriel). Er is levensgevaar voor mensen te duchten geweest tengevolge van het vallen van de kabels en door de (weer ingeschakelde) elektrische spanning, bijvoorbeeld voor personen die onder de kabels zouden hebben gelopen of indien een schip geraakt zou zijn door een van de kabels.

Alle zes de stroomvoerende kabels van de hoogspanningsleiding zijn kapotgevlogen en drie draagarmen (“traversen”) van de hoogspanningsmasten zijn verbogen en/of afgebroken . De helikopter zelf raakte (zwaar) beschadigd .

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als:

Als lid van de bemanning van een luchtvaartuig zich zodanig gedragen, dat de veiligheid op de grond en op het water in gevaar wordt gebracht of dat redelijkerwijze is aan te nemen, dat dit het geval kan zijn.

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 168 van het Wetboek van Militair Strafrecht.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Alle aangevoerde schuldverminderende omstandigheden (van technische aard en/of voortspruitende uit beperkende “human factors”) zijn naar het oordeel van het hof, op zich noch in hun samenhang, van zodanig gewicht dat gesproken kan worden van afwezigheid van alle schuld. Dit is door de verdediging overigens ook niet bepleit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Door de advocaat-generaal is terzake het onder 1 en onder 2 primair tenlastegelegde een werkstraf van 50 uur gevorderd, overeenkomstig de eis en de strafoplegging in eerste aanleg.

Aangezien het hof tot een geheel andere bewezenverklaring komt, zal een daaraan aangepaste straf dienen te worden opgelegd.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en artikel 168 van het Wetboek van Militair Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van 1000 (duizend) euro, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen vervangende hechtenis.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr R.H. Koning, lid, en brigade-generaal mr J.P. Spijk, militair lid,

in tegenwoordigheid van mr R. Hermans, griffier,

en op 1 juni 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.