Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW6863

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
30-05-2012
Zaaknummer
24-003027-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van mensenhandel en witwassen.

Niet bewezen kan worden dat er een relatie heeft bestaan tussen de in de tenlastelegging omschreven middelen en de volgens de tenlastelegging daaraan toe te rekenen gevolgen/gedragingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-003027-10

Uitspraak d.d.: 30 mei 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 december 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

thans verblijvende in P.I. Flevoland, Huis van Bewaring te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 28 januari 2011, 14 april 2011, 12 mei 2011, 4 augustus 2011, 26 oktober 2011,

20 december 2011, 19 maart 2012 en 16 mei 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het hem onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.P. Plasman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:

1:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot 1 januari 2005 in de gemeente [gemeente 1]en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3] en/of [gemeente 4] en/of [gemeente 5] en/of/althans (elders) in Nederland

A (sub 1)

[slachtoffer] door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer] zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde en/of

B (sub 4)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit (die) seksuele handelingen van [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die [slachtoffer] zich door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding beschikbaar stelde tot het plegen van die (seksuele) handelingen en/of

C (sub 6)

[slachtoffer] door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen om hem, verdachte, uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling te bevoordelen

tengevolge waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen

bestaande dat hierboven omschreven geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of dat opzettelijk voordeel trekken en/of dat bevoordelen (telkens) hieruit dat verdachte

- met die [slachtoffer] een (liefdes)relatie is aangegaan en/of heeft onderhouden en/of

- die [slachtoffer] heeft aangezet/overgehaald om in de prostitutie te (gaan) werken en/of

- die [slachtoffer] heeft aangezet/overgehaald om (een) tatoeage(s) met zijn, verdachtes (voor)naam op haar lichaam te (laten) tatoeëren en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres, in elk geval op enig adres, heeft gehuisvest en/of ondergebracht en/of

- die [slachtoffer] naar haar (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of opgehaald en/of

- controle en/of toezicht heeft gehouden op de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en/of de aanwezigheid van die [slachtoffer] op haar werkplek en/of

- die [slachtoffer] sociaal heeft geïsoleerd en/of

- die [slachtoffer] al haar verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, aan hem verdachte, heeft laten afgeven en/of op zijn, verdachtes, bankrekening heeft laten storten, althans die [slachtoffer] geen gedeelte, althans weinig, van haar verdiensten heeft laten behouden en/of

- die [slachtoffer] angst heeft ingeboezemd en/of heeft vernederd en/of heeft geïntimideerd en/of

- tegen die (zwangere) [slachtoffer] heeft gezegd dat zij een abortus moest laten plegen en/of haar onder druk heeft gezet en/of ertoe heeft aangezet een abortus te laten plegen en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of/aldus

- heeft verhinderd dat die [slachtoffer] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou kunnen beëindigen en/of

- die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft gehouden en/of in een afhankelijke positie heeft gebracht, in elk geval één of meer (andere) handelingen heeft verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 14 december 2009 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3] en/of in [gemeente 4] en/of [gemeente 5] en/of/althans (elders) in Nederland

A (sub 1)

[slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] en/of

B (sub 4)

[slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of

C (sub 6)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer] en/of

D (sub 9)

[slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde

tengevolge waarvan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen

bestaande die hierboven omschreven dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld en/of die dreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die fraude en/of die misleiding en/of dat misbruik en/of dat opzettelijk voordeel trekken en/of dat bevoordelen (telkens) hieruit dat verdachte

- met die [slachtoffer] een (liefdes)relatie is aangegaan en/of heeft onderhouden en/of

- die [slachtoffer] heeft aangezet/overgehaald om in de prostitutie te (gaan) werken en/of

- die [slachtoffer] heeft aangezet/overgehaald om (een) tatoeage(s) met zijn, verdachtes, (voor)naam op haar lichaam te (laten) tatoeëren en/of

- die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, woon- en/of verblijfadres, in elk geval op enig adres, heeft gehuisvest en/of ondergebracht en/of

- die [slachtoffer] naar haar (prostitutie)werkplek heeft gebracht en/of opgehaald en/of

- controle en/of toezicht heeft gehouden op de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en/of de aanwezigheid van die [slachtoffer] op haar werkplek en/of

- die [slachtoffer] sociaal heeft geïsoleerd en/of

- die [slachtoffer] al haar verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, aan hem verdachte, heeft laten afgeven en/of op zijn, verdachtes, bankrekening heeft laten storten, althans die [slachtoffer] geen gedeelte, althans weinig, van haar verdiensten heeft laten behouden en/of

- die [slachtoffer] angst heeft ingeboezemd en/of heeft vernederd en/of heeft geïntimideerd en/of

- tegen die (zwangere) [slachtoffer] heeft gezegd dat zij een abortus moest laten plegen en/of haar onder druk heeft gezet en/of ertoe heeft aangezet een abortus te laten plegen en/of

- die [slachtoffer] meermalen (met kracht) in/tegen haar gezicht heeft geslagen en/of gestompt en/of/althans (elders) (met kracht) tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of/aldus

- heeft verhinderd dat die [slachtoffer] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou kunnen beëindigen en/of

- die [slachtoffer] in een door verdachte gecontroleerde situatie heeft gehouden en/of in een afhankelijke positie heeft gebracht, in elk geval één of meer (andere) handelingen heeft verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [slachtoffer] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie.

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 14 december 2009, in de gemeente [gemeente 4] en/of gemeente [gemeente 5], in elk geval in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans heeft witgewassen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) een voorwerp, te weten één of meerdere geldbedrag(en) (zijnde opbrengsten/verdiensten uit seksuele handelingen/prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer]), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedrag(en), althans voorwerp(en), - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit een misdrijf.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof zal op de grondslag van de tenlastelegging bij de beoordeling van de feiten en omstandigheden in de voorliggende zaak, zoals die op basis van de voorhanden zijnde stukken en het verhandelde ter terechtzitting zijn gebleken, met het oog op de vraag of deze onder de strafbaarstelling van de artikelen 250a (oud) en 273a (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht vallen, moeten vaststellen of

I. verdachte onder gebruikmaking van de tenlastegelegde dwangmiddelen [slachtoffer] heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting;

II. verdachte onder gebruikmaking van de tenlastegelegde dwangmiddelen dusdanige gedragingen (als omschreven in de tenlastelegging) heeft verricht dat [slachtoffer] daardoor gedwongen en/of bewogen is om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling en/of handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen;

III. verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de - voor zover bewezen -uitbuiting van [slachtoffer] en

IV. verdachte onder gebruikmaking van de tenlastegelegde dwangmiddelen [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een derde.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Vaststelling van de feiten

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzittingen van het hof kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] (verder te noemen: [slachtoffer]) gedurende de ten laste gelegde perioden werkzaam is geweest in de prostitutie. [slachtoffer] heeft gedurende die gehele periode een meer dan hechte vriendschap met verdachte. Ze heeft twee tatoeages met de voornaam van verdachte aan laten brengen op haar lichaam. Ze heeft meermalen een deel van haar verdiensten uit de prostitutie afgestaan aan onder meer verdachte. Ten tijde van een aanhouding van haar in 2007 is bij haar een van bedrag van € 32.750,- aangetroffen waarop de belastingdienst beslag heeft gelegd. Ook heeft [slachtoffer] in de tenlastegelegde periode een abortus ondergaan. Er heeft onderling tussen [slachtoffer] en verdachte over en weer meermalen fysiek geweld plaatsgevonden.

[slachtoffer] heeft nimmer aangifte gedaan tegen verdachte.

Beoordeling

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksuele uitbuiting veelal onder dwang en druk ontkennen slachtoffer te zijn en op gunstige wijze verklaren over diegenen die hen aanzetten / bewegen tot het verrichten van seksuele diensten en/of het afstaan van de opbrengsten hieruit. Van enige aanwijzing in die richting in de onderhavige zaak is het hof echter niet dan wel onvoldoende gebleken.

Het hof merkt in dit verband op dat [slachtoffer] blijkens een hoorverslag d.d. 23 april 2009 tegenover de belastingdienst, alsmede tegenover de rechter-commissaris op 1 maart 2010 heeft verklaard dat zij slachtoffer zou zijn van Oost-Europese mensenhandelaren. Tegenover haar moeder, [getuige 1], en ter terechtzitting bij zowel de rechtbank op 28 september 2010 als het hof op 20 december 2011 heeft [slachtoffer] expliciet afstand genomen van deze verklaring en uiteengezet dat zij destijds aldus heeft verklaard teneinde onder een belastingaanslag uit te komen. Het hof acht deze verklaring niet onaannemelijk. Dat ze deze verklaring zou hebben afgelegd om verdachte uit de wind te houden is niet aannemelijk geworden.

[slachtoffer] heeft van meet af aan, ook ten overstaan van het hof, uitdrukkelijk verklaard dat zij uit vrije wil, zonder enige vorm van dwang in de prostitutie werkzaam is geweest en - ook gedurende de detentie van verdachte - nog steeds is. Zij heeft verklaard dat zij gedurende de tenlastegelegde periode over eigen financiële middelen beschikte - hetgeen steun vindt in het bij [slachtoffer] aangetroffen geldbedrag van € 32.750,00 -, geen afbetalingsverplichting ten opzichte van verdachte had en volledig haar eigen agenda bepaalde. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij verdachte in de tenlastegelegde periode geld gegeven heeft, echter zonder hiertoe door verdachte op enige manier gedwongen te zijn geweest. [slachtoffer] heeft voorts - in voor verdachte belastende zin - verklaard over het fysieke geweld dat verdachte jegens haar aanwendde. Deze verklaring vindt steun in de verklaringen van verdachte zelf alsmede die van de moeder van [slachtoffer], [getuige 1], en [getuige 2]. Laatstgenoemden hebben blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer] waargenomen.

[slachtoffer] heeft ten aanzien van het uitgeoefende geweld openhartig verklaard dat zij noch verdachte geweld jegens elkaar schuwden. Ter terechtzitting van het hof verklaart [slachtoffer] hierover: "Er was wel sprake van geweld binnen onze relatie, maar dat was over en weer. Dat gebeurde als we ruzie met elkaar hadden. Het was geen mishandeling, zo was het niet. Ik ben geen gemakkelijk meisje. Ik laat mij door een kerel niet de les lezen. Ik heb een keer ruzie met [verdachte] gehad en toen geroepen: 'Krijg maar de kanker'. Omdat zijn broer net aan kanker was overleden werd [verdachte] heel kwaad. Toen heeft hij mij een klap gegeven. Ik was toentertijd jaloers als [verdachte] met een andere vrouw ging. [verdachte] stond dan te lachen. Dan ging ik uit mijn plaat.".

Verdachte heeft ten aanzien van het uitgeoefende geweld tegenover het hof verklaard: " Het klopt dat ik [slachtoffer] heb geslagen. Dat gebeurde als we ruzie hadden. Zij krabde mij en ik gaf haar wel eens een klap. Dat bleef bij één klap. Het zou best kunnen dat ze daar wel eens een blauwe plek van kreeg. Ik heb haar vast ook wel eens een trap gegeven. Dat deed ze ook bij mij. Het kwam van twee kanten. Zij ging meestal net iets te ver in een ruzie en dan moest ik wel iets doen. Zij hield mij dan bijvoorbeeld bij de keel vast en ik reageerde daar dan op. Zij was dan jaloers dat ik met een ander ging, terwijl zij zelf als prostituee het bed met verschillende mannen deelde. Mijn probleem is dat ik dan ga lachen. [slachtoffer] werd daar gek van. Ik hield ook blauwe plekken over van haar geweld naar mij toe.".

Het hof acht de verklaringen van [slachtoffer] aangaande het relationele geweld en haar eigen rol daarin geloofwaardig. Deze verklaring vindt steun in de verklaring van de moeder van [slachtoffer], [getuige 1]. [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] reeds op jonge leeftijd dominant en agressief was, geweld niet schuwde en dat zij en verdachte aan elkaar gewaagd waren. Ook uit een groot aantal politiemutaties van politie Amsterdam-Amstelland volgt dat [slachtoffer] gedurende haar werkzaamheden als prostituee, meermalen bij ruzies met klanten betrokken is geweest.

Noch uit de verklaringen van [slachtoffer], noch uit de verklaringen van [getuige 2], [getuige 1], [getuige 3] en overige in het dossier aanwezige stukken, volgt dat [slachtoffer] door voornoemd geweld van de zijde van verdachte is geworven/ vervoerd/ overgebracht/ gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van seksuele uitbuiting. Evenmin volgt dat het uitgeoefende geweld door verdachte functioneel werd toegepast teneinde [slachtoffer] te bewegen / aan te zetten tot het verrichten van seksuele diensten voor een derde dan wel teneinde verdachte te bevoordelen uit de opbrengsten hiervan. De keuzevrijheid van [slachtoffer] om zich al dan niet te prostitueren dan wel om al dan niet (een deel van de) opbrengsten uit de prostitutie af te staan, is naar het oordeel van het hof door het door verdachte uitgeoefende geweld op generlei wijze beperkt dan wel ontnomen. Het uitgeoefende geweld dient naar het oordeel van het hof veeleer in het licht bezien te worden van - volgens beide betrokkenen kennelijk min of meer 'normaal' bevonden - relationeel geweld, waarvan de aanwending niet kan worden aangemerkt als 'instrumenteel' of 'functioneel' in relatie tot de door [slachtoffer] ontplooide activiteiten in de prostitutie, maar hier los van moet worden beschouwd. Hoewel ook dergelijk (niet in verband met de prostitutie staand geweld) invloed kan hebben op de vrijheid van een prostituee om de omvang van haar werkzaamheden te bepalen en zelf over het door haar verdiende geld te beschikken, is daarvan in het geval van [slachtoffer] niet gebleken.

Het hof acht voorts de verklaringen van [slachtoffer] aangaande haar keuzevrijheid om prostitutiewerkzaamheden te verrichten geloofwaardig en aannemelijk. Deze vaststelling vindt ook steun in het dossier. Illustratief is een telefoongesprek dat op 27 juni 2009 tussen verdachte en [slachtoffer] plaatsvond, waarin [slachtoffer] - tot grote ergernis van verdachte - aangeeft dat zij met de trein naar verdachte komt en geen hotel heeft genomen waardoor zij € 50,00 heeft bespaard. Hieruit kan worden afgeleid dat [slachtoffer] haar eigen agenda bepaalde en ook uit financieel oogpunt de vrijheid had en ook nam om zelfstandig bepaalde keuzes te maken, ook als deze geen genade vonden in de ogen van verdachte.

Met betrekking tot de aangebrachte tatoeages en de ondergane abortus is niet komen vast te staan dat door verdachte dwang of invloed is uitgeoefend op de beslissingen van [slachtoffer] om daartoe over te gaan.

Voornoemde omstandigheden sterken het hof in de overtuiging dat, anders dan men gebruikelijk tegenkomt in mensenhandelzaken, [slachtoffer] kan worden aangemerkt als een uitgesproken zelfstandige, zelfredzame en mondige vrouw. Het hof is dan ook van oordeel dat niet is gebleken van het werven/ vervoeren/ overbrengen/ huisvesten/opnemen met het oogmerk van uitbuiting, het dwingen of bewegen van [slachtoffer] tot prostitutie dan wel tot het bevoordelen uit de opbrengst van prostitutie door middel van (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), en/of door middel van misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie.

Voor zover de feitelijke gedragingen, zoals deze blijkens de tenlastelegging aan hem worden verweten, op onderdelen al bewezen kunnen worden verklaard, hebben deze naar het oordeel van het hof niet tot gevolg gehad dat de vrijheid van [slachtoffer] om werkzaamheden in de prostitutie de verrichten of beëindigen, dan wel dat haar vrijheid om te beschikken over de verdiensten uit prostitutie is beperkt. Evenmin is gebleken dat [slachtoffer] door middelen gedwongen of bewogen is zich de in de tenlastelegging (feit 2) genoemde gedragingen te laten welgevallen/ondergaan. Er is geen relatie tussen de in de tenlastelegging omschreven middelen en de volgens de tenlastelegging daaraan toe te rekenen gevolgen/gedragingen.

Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem onder 1 en 2 is ten laste gelegd.

Nu verdachte van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, zal het hof verdachte ook van het onder 3 ten laste gelegde dienen vrij te spreken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. G.M. Meijer-Campfens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen, griffier,

en op 30 mei 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.