Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW6020

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-04-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
ISD P12/0071
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen wettelijke mogelijkheid tot voorwaardelijke beëindiging ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ISD P12/0071

Beslissing d.d. 16 april 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

(veroordeelde),

geboren in (land 1) op (datum),

verblijvende in P.I. Amsterdam, HvB Tafelbergweg,

verder te noemen veroordeelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2011, inhoudende dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het uittreksel uit de justitiële documentatie, betreffende veroordeelde, gedateerd 4 juni 2009;

- het verzoek tot tussentijdse toetsing van 14 juli 2011;

- de stand van uitvoering van het verblijfsplan van 9 september 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van veroordeelde van 26 oktober 2011;

- de aanvullende informatie van de reclassering Leger des Heils van 15 maart 2012.

Het hof heeft ter zitting van 2 april 2012 gehoord veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr B.T. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, deskundige J.T.P. Oud, als programmamanager ISD verbonden aan de P.I. Amsterdam en de advocaat-generaal mr J.W. Rijkers.

Overwegingen:

Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman

Het verblijf van veroordeelde in FPA (plaats 1) verliep naar wens. Tijdens zijn verblijf is er geen diagnose vastgesteld met betrekking tot enige psychiatrische problematiek. Echter, wilde veroordeelde langer in de FPA blijven, dan diende hij medicatie te gaan gebruiken. Dat heeft veroordeelde geweigerd.

Het aanvullende rapport van de reclassering bevat summiere nieuwe informatie en staat vol onjuistheden. Als indexdelict wordt herhaaldelijk diefstal met geweld genoemd, terwijl het een eenvoudige mishandeling betrof. Ook wordt gerefereerd aan een verslaving, terwijl er alleen sprake is van middelengebruik. Het rapport legt ten onrechte de nadruk op dergelijke onjuistheden. Gelet op de formulering die de reclassering gebruikt, is er vooral sprake van aannames en speculaties.

Inmiddels zit veroordeelde drie jaar vast voor een eenvoudige mishandeling. Dat is in strijd met het rechtsbeginsel van de proportionaliteit. Verder zijn in die drie jaar geen concrete feiten of omstandigheden waargenomen die leiden tot het aannemen van een verslaving of psychiatrische problematiek.

Er is nog geen concrete invulling van het verdere traject.

Veroordeelde en zijn raadsman concluderen primair tot beëindiging van de maatregel. Subsidiair wordt verzocht de maatregel voorwaardelijk te beëindigen waarbij de voorwaarden niet in de weg staan aan een terugkeer van veroordeelde naar (land 2).

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Gelet op het uittreksel justitiële documentatie, de gronden die hebben geleid tot oplegging van de maatregel en de huidige situatie is voortzetting van de maatregel nog steeds in het belang van de veiligheid van de maatschappij.

De inrichting verricht voldoende inspanningen om de maatregel op een zinvolle manier in te vullen, ook voor het geval dat een plaatsing bij FPA (plaats 1) of FPA (plaats 2) geen doorgang vindt.

Het oordeel van het hof

Het subsidiaire verzoek van de raadsman om de maatregel onder voorwaarden te beëindigen, ziet op een mogelijkheid waarin door de wetgever niet is voorzien. Reeds hierom dient dit verzoek te worden afgewezen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met de volgende aanvulling.

De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 september 2009 opgelegd ter zake van mishandeling, meermalen gepleegd, welk vonnis bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2010 is bevestigd.

Het hof is voorts van oordeel dat het verdere traject zich dient te richten op de terugkeer van veroordeelde in de maatschappij.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2011 met betrekking tot (veroordeelde).

Aldus gedaan door

mr C. Caminada als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr J.P. Balkema als raadsheren,

en drs. R. Poll en dr. L. Kaiser als raden,

in tegenwoordigheid van mr A.H. Hettema als griffier,

en op 16 april 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.