Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW2230

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
13-04-2012
Zaaknummer
21-002560-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Megazaak “Herfst”

Verwerping verweer beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie als gevolg van de opname en vertaling van de OVC-gesprekken.

Bewijsuitsluiting van verklaringen van een tweetal getuigen.

Het hof spreekt verdachte vrij van een drietal diefstallen, waarvan twee met geweld en van vrijheidsberoving. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van opzetheling en een aantal diefstallen in vereniging, waaronder diefstallen uit woningen en een diefstal met bedreiging met geweld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002560-09

Uitspraak d.d.: 13 april 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 29 juni 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Nu verdachte is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde, kan hij in zoverre in het hoger beroep niet worden ontvangen.

De advocaat-generaal heeft bij akte intrekking hoger beroep, gedateerd 21 december 2010, het hoger beroep ingetrokken ten aanzien van feit 2. Dit feit is derhalve niet meer aan de orde.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 22 december 2010, 17 februari 2011, 13 april 2011, 14 april 2011, 15 april 2011, 28 april 2011 en 30 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr A. Boumanjal, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie c.q. bewijsuitsluiting als gevolg van de opname en vertaling van de zogenaamde OVC-gesprekken

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet kan worden ontvangen in zijn vervolging. Door de raadsman is aangevoerd dat de verwerping van het verweer met betrekking tot de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie door de rechtbank onjuist is. Naar het inzicht van de raadsman is door de met opsporing en vervolging belaste (politie)ambtenaren met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan zijn recht op een eerlijk proces tekort gedaan. De niet-ontvankelijkheid wordt op vier gronden gebaseerd, namelijk:

a. de rechtbank is niet in kennis gesteld van de slechte kwaliteit van de OVC-gesprekken;

b. de rechtbank is niet in kennis gesteld van het feit dat de vertalers bekend waren met de inhoud van het dossier;

c. door de vertalers is een interpretatie gegeven van wat tijdens de OVC-gesprekken is gezegd, en

d. er is sprake van ernstige vertaalfouten.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht om bewijsuitsluiting van de OVC-opnames en de uitwerkingen daarvan.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie wel degelijk ontvankelijk is in de vervolging en voorts dat de eerste vertaling niet behoeft te worden uitgesloten van het bewijs, maar wel dat voorzichtigheid geboden is bij het gebruik van deze vertaling voor het bewijs.

In het onderzoek is vertrouwelijke communicatie opgenomen in een arrestantenbus waarin op twee verschillende momenten twee verdachten in het onderzoek samen werden vervoerd. Ook verdachte is tweemaal op deze wijze vervoerd en aldus zijn er gesprekken van hem met andere verdachten in dit onderzoek opgenomen.

De betreffende gesprekken zijn opgenomen, uitgeluisterd, weergegeven en, waar nodig, vertaald. In eerste instantie is door verschillende tolken een transcriptie gemaakt van alle gesprekken in hun geheel, welke transcriptie vervolgens in het dossier is gevoegd. Het hof noemt die transcriptie de eerste vertaling.

De rechtbank heeft opdracht gegeven bepaalde passages uit de gesprekken opnieuw te laten vertalen door een tolk die niet betrokken is geweest bij het politieonderzoek. Onder verantwoordelijkheid van de rechter-commissaris in Utrecht heeft deze nieuwe tolk een nieuwe transcriptie gemaakt, die het hof aanmerkt als de tweede vertaling.

De rechtbank heeft de eerste vertaling uitgesloten voor het bewijs en de tweede vertaling voor het bewijs gebezigd.

Het hof heeft opdracht gegeven tot hernieuwde vertaling van een aantal gespreksfragmenten. Die fragmenten bevatten cruciale passages die door het Openbaar Ministerie van belang werden geacht voor de beantwoording van de bewijsvraag.

De verdediging heeft geen specifieke (andere) fragmenten opgegeven die zij opnieuw vertaald wilde zien, behalve dan dat zij heeft aangegeven dat zij het wenselijk achtte dat de fragmenten niet te kort zouden zijn zodat ook de lijn van het gesprek kan worden gevolgd.

Door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) zijn de bewuste fragmenten ingevolge de opdracht van het hof opnieuw uitgeluisterd, weergegeven en, waar nodig, vertaald. Het hof merkt deze vertaling aan als de derde vertaling.

De door het NFI weergegeven en vertaalde fragmenten zijn ter terechtzitting van 13 april 2011 uitgeluisterd door alle procesdeelnemers, waarbij door een ieder commentaar op de vertaling van het NFI kon worden gegeven. Dat commentaar is vervolgens voorgelegd aan ter terechtzitting aanwezige deskundigen, die op een aantal (ondergeschikte) punten hebben aangegeven dat de door de verdediging aangedragen vertaling ook mogelijk kon zijn.

De derde vertaling kon door alle procesdeelnemers worden beluisterd en besproken. De eerste vertaling is op punten onjuist gebleken, terwijl een aantal passages uit de tweede vertaling die aanvankelijk als onverstaanbaar werden aangemerkt, in de derde vertaling door het NFI onder laboratoriumomstandigheden wel verstaanbaar zijn gebleken.

Het hof is van oordeel dat de door de raadsman aangevoerde gronden, hiervoor als a tot en met d aangeduid, niet kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Deze al of niet vermeende gebreken zijn in ieder geval in hoger beroep hersteld en kunnen reeds daarom niet leiden tot de bepleite niet-ontvankelijkheid. Aan het recht van verdachte op een eerlijk proces is immers niet tekortgedaan. Zo heeft het hof zelf kennis genomen van de kwaliteit van de OVC-gesprekken door fragmenten ter terechtzitting te beluisteren. De omstandigheid dat de tolk(en) die betrokken was/waren bij de eerste vertaling bekend was/waren met de inhoud van het dossier en dat er op punten een interpretatie is gegeven, was ook de rechtbank bekend. Die omstandigheden alsmede de vertaalfouten in de eerste vertaling zijn ondervangen, doordat het hof een derde vertaling heeft laten maken.

Het hof verwerpt het primaire verweer.

Het subsidiaire verweer van de raadsman, te weten dat de OVC-opnames en de vertalingen en uitwerkingen daarvan van het bewijs dienen te worden uitgesloten, behoeft geen bespreking, nu het hof de OVC-gesprekken niet voor het bewijs zal bezigen.

Bewijsuitsluiting van de verklaringen van de gebroeders [getuigen]

De door de getuigen [getuigen] afgelegde verklaringen zijn door verdachte en zijn medeverdachten steeds betwist.

Door de advocaat-generaal is bij haar beoordeling van de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde feiten uitgegaan van de bruikbaarheid van de getuigenverklaringen, die in verschillende stadia van de opsporing en de vervolging door de gebroeders [getuigen]

zijn afgelegd.

Het hof zal deze verklaringen echter van het bewijs uitsluiten en licht dat als volgt toe.

De gebroeders [getuigen] hebben bij de politie belastende verklaringen afgelegd over de betrokkenheid van verdachte en medeverdachten bij strafbare feiten uit dit dossier.

Zij zijn hierover ook bij de rechter-commissaris gehoord.

Het hof heeft daarom pogingen in het werk gesteld om de getuigen opnieuw te horen, teneinde zich ook zelf van de (on)betrouwbaarheid van hun verklaringen te kunnen overtuigen. Die pogingen hebben echter tot niets geleid.

Bij die stand van zaken, gevoegd bij het feit dat het hof uit een mailbericht van de advocaat van een van de getuigen heeft afgeleid dat ten minste een van hen zich moedwillig aan dit voorgenomen verhoor heeft onttrokken, zelfs na een bevel medebrenging, acht het hof het onontkoombaar dat de verklaringen van de getuigen [getuigen] van het bewijs worden uitgesloten.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep-, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat:

1.

(zaak 05)

hij op of omstreeks 11 september 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], op/aan de openbare weg, het [naam plein], althans een openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] heeft gedwongen tot het ter beschikking stellen van een pincode, in elk geval van enige gegevens, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- op die [aangever 1] is/zijn afgelopen en/of een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp aan/op die [aangever 1] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of (daarbij) tegen die [aangever 1] heeft/hebben gezegd: “Meekomen we moeten het nummer hebben” en/of “werk mee vriend, dan gebeurt je niks. Nummer, ik moet nummer hebben”;

3.

(zaak 10)

hij op of omstreeks 30 oktober 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer portemonnee(s) en/of een of meer bankpas(sen) en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 740 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer portemonnee(s) en/of een of meer bankpas(sen) en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 740 euro, in elk geval van enig goed en/of geldbedrag, en/of het ter beschikking stellen van een of meer pincode(s), althans van enige gegevens, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [aangever 2] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of hem dreigend heeft/hebben toegevoegd: "dingen gaan fout als je nu niet meewerkt, we willen je geld en je pincode” en/of

- die [aangever 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- die [aangever 3] (met kracht) naar de grond heeft/hebben geduwd en/of gedrukt en/of hem dreigend heeft/hebben toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik je neer" en/of

- het/de hoofd(en) van die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] heeft/hebben bedekt met een handdoek en/of

- die [aangever 4] uit zijn bed heeft/hebben getrokken en/of de bril van het gezicht van die [aangever 4] heeft/hebben geslagen en/of

- die [aangever 4] met een schroevendraaier, althans met een scherp voorwerp, in zijn lichaam heeft/hebben gestoken en/of geprikt en/of

- die [aangever 4] in/tegen zijn maag, althans zijn lichaam, heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- die [aangever 4] dreigend heeft/hebben toegevoegd: "je kunt maar beter je pincode geven en niet liegen, anders maken we je dood";

4.

(zaak 10)

hij op of omstreeks 30 oktober 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4]wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk, in een woning gelegen aan de [straatnaam],

- die [aangever 2] tegen de grond gewerkt en/of hem dreigend toegevoegd: "dingen gaan fout als je nu niet meewerkt, we willen je geld en je pincode” en/of

- die [aangever 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, getoond en/of voorgehouden en/of gericht en/of

- die [aangever 3] (met kracht) naar de grond geduwd en/of gedrukt en/of hem dreigend toegevoegd: "beweeg je niet anders steek ik je neer" en/of

- het/de hoofd(en) van die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] bedekt met een handdoek en/of

- die [aangever 4] uit zijn bed getrokken en/of de bril van het gezicht van die [aangever 4] geslagen en/of

- die [aangever 4] met een schroevendraaier, althans met een scherp voorwerp, in zijn lichaam gestoken en/of geprikt en/of

- die [aangever 4] in/tegen zijn maag, althans zijn lichaam, geschopt en/of getrapt en/of

- die [aangever 4] dreigend toegevoegd: "je kunt maar beter je pincode geven en niet liegen, anders maken we je dood" en/of

- die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] (terwijl hij/zij geblinddoekt was/waren) naar een andere kamer (in die woning) gebracht en/of op de grond gegooid en/of neergelegd en/of

- in aanwezigheid van die [aangever 2] en/of [aangever 3] en/of [aangever 4] (terwijl hij/zij geblinddoekt was/waren) gezegd: “Hou ze onder schot”;

5.

(zaak 01)

hij op of omstreeks 28 april 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een (bedrijfs)pand (bakkerij [naam bakker], gelegen aan de [straatnaam] aldaar) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 5] heeft gedwongen tot de afgifte van twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- een mes en/of pistool dreigend op die [aangever 5] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- tegen die [aangever 5] heeft/hebben gezegd: “ga liggen, ga liggen”, en/of (daarbij) die [aangever 5] op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid, en/of

- die handen van die [aangever 5] achter zijn rug (met handboeien) heeft/hebben geboeid, en/of,

- (meermalen, althans eenmaal) tegen die [aangever 5] en/of binnen de gehoorafstand van die [aangever 5], heeft/hebben gezegd (zakelijk weergegeven) dat die [aangever 5] in zijn been gestoken zou worden, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- die [aangever 5] (met een tweede set handboeien) aan een verwarmingsbuis heeft/hebben vastgemaakt, en/of

- het snoer van de telefoon heeft/hebben doorgesneden of geknipt, en/of

- tegen die [aangever 5] heeft/hebben gezegd dat hij niet meteen om hulp mocht gaan roepen en/of dat hij/zij over 5 minuten nog een keer langs zouden komen, althans woorden van gelijke aard of strekking;

6.

(zaak 17)

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen een tv en/of een spelcomputer en/of een fotocamera en/of een (groot) (aantal) computerspel(len) en/of twee zonnebril(len) en/of een paspoort en/of een laptop en/of een beeldscherm en/of drie tas(sen) en/of een (groot) (aantal) dvd('s) en/of een bankpas en/of een creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6] en/of [aangever 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming en/of braak en/of verbreking van een deur van voornoemde woning;

7.

(zaak 27)

hij op of omstreeks 3 november 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam] aldaar) heeft weggenomen een laptop (merk Packard Bell) en/of een computer (merk Dell) en/of een monitor (merk Dell) en/of een betonschaar en/of 175 euro, althans een geldbedrag, en/of een mobiele telefoon (merk Nokia, type 3410 NHMZHX) en/of sleutels en/of een radio-CD-speler (merk Pioneer) en/of een boor en/of een stekker en/of een bril en/of 15, althans één of meer, CD('s) en/of een lamp en/of een digitale camera (merk Minolta) en/of (vervolgens) een personenauto (merk Volvo, met kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op/verbreking van een raam van voornoemde woning en/of (vervolgens) door middel van inklimming en/of door middel van een valse sleutel;

8.

(zaak 35)

primair

hij op of omstreeks 08 november 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een minidisc-speler en/of een of meer mobiele telefoon(s) en/of een autosleutel en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van de (tuin)deur(en) van die woning;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2007 tot en met 21 december 2007 te [plaatsnaam], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op een of meer tijdstippen, een of meer mobiele telefoon(s) en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) (telkens) wist(en), redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dit/deze door diefstal, in elk geval enig misdrijf was/waren verkregen;

9.

(zaak 41)

hij op of omstreeks 13 november 2007 te [plaatsnaam], althans in het arrondissement [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam]) heeft weggenomen een aantal dvd('s) en/of twee beeldscherm(en) en/of een mobiele telefoon en/of twee tas(sen) en/of een horloge en/of een bedrag aan geld en/of een fiets en/of autosleutels, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking van een raam van voornoemde woning en/of inklimming in voornoemde woning;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 3, 4, 5 en 8 primair

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 3, 4, 5 en 8 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Feiten 3 en 4

Voor wat betreft de vrijspraak van de feiten 3 en 4 overweegt het hof in het bijzonder als volgt.

Naar het oordeel van het hof is, om tot een veroordeling ter zake van de feiten 3 en 4 (kortweg: de zaak [zaaksnaam]) te kunnen komen, de stemherkenning door verbalisant [naam verbalisant] en een van de tolken cruciaal.

Verdachte heeft deze feiten steeds ontkend. Verdachte is bij een fotoconfrontatie ook niet herkend door één van de aangevers. Tijdens de overval is telefonisch contact geweest tussen een medeverdachte en de telefoon van diens vriendin. Op de achtergrond is een stem te horen van één van de overvallers. Door verbalisant [naam verbalisant] en door een tolk die betrokken was bij de eerste vertaling van de OVC-gesprekken is de te horen stem herkend als de stem van verdachte. Op verzoek van het hof heeft het NFI onderzoek gedaan naar het tekstfragment. Het onderzoek heeft opgeleverd dat het materiaal dat beschikbaar is, ongeschikt is om daarover enige (wetenschappelijk verantwoorde) uitspraak te doen.

De herkenning door de verbalisant [naam verbalisant] en de tolk van die stem als de stem van de verdachte heeft plaatsgevonden op het moment dat sprake was van een (min of meer) vaste groep verdachten, waarvan verdachte deel uitmaakte, waarop werd gerechercheerd in verband met de gewelddadige overvallen die plaatsvonden in de wijk [naam wijk] van [plaatsnaam]. Gelet op deze omstandigheid valt niet uit te sluiten dat de stemherkenningen beïnvloed zijn doordat zowel [naam verbalisant] als de tolk zich in meer of minder bewuste mate hebben laten leiden door de beperkte groep van personen waaruit de bezitter van de bewuste stem afkomstig zou kunnen zijn. Nu gelet op het voorgaande niet vaststaat dat de stemherkenning als betrouwbaar is aan te merken, zal het hof deze niet voor het bewijs bezigen. Op basis van het overige voorhanden bewijsmateriaal ontbreekt naar het oordeel van het hof het wettige bewijs dat verdachte beide feiten heeft begaan. Het hof spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 3 en 4 tenlastegelegde.

Feit 5

Voor wat betreft de vrijspraak van feit 5 overweegt het hof in het bijzonder als volgt.

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, is het hof van oordeel dat er uit de stukken onvoldoende bewijs is te putten voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval op bakkerij [naam bakker]. Het hof acht in het bijzonder de zogenaamde OVC-gesprekken onvoldoende belastend voor verdachte om ten aanzien van dit feit tot het bewijs te kunnen komen.

Verdachte heeft zijn betrokkenheid voorts steeds categorisch ontkend.

Het hof spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 5 tenlastegelegde.

Bewijsoverweging feit 7 en 9

Feit 7

Met betrekking tot feit 7 heeft verdachte voor wat betreft de diefstal van de auto verklaard dat hij pas later heeft begrepen dat zijn mededaders een auto hadden meegenomen; verdachte had derhalve geen opzet op het wegnemen van de personenauto.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte is samen met anderen een woning binnengegaan en heeft daar verscheidene goederen weggenomen. Verdachte is weliswaar, naar eigen zeggen, eerder weggegaan dan zijn mededaders, maar dat laat onverlet dat hij samen met anderen de woning is binnengegaan en met betrekking tot dit feit heeft verklaard dat het binnen de groep waarin hij opereerde gebruikelijk was om, wanneer zij een auto konden stelen, dat ook te doen. Op basis van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat verdachtes (voorwaardelijk) opzet tevens gericht was op de diefstal van de auto. Het hof komt tot een bewezenverklaring van het onder 7 tenlastegelegde, ook voor zover dat feit ziet op de diefstal van een auto.

Feit 9

Met betrekking tot feit 9 heeft verdachte verklaard dat hij ten tijde van de diefstal niet wist dat de autosleutels werden weggenomen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte is samen met de medeverdachten de woning binnengegaan om, zoals verdachte heeft verklaard, spullen te pakken. Verdachte heeft verklaard dat hij en de anderen als groep naar binnen zijn gegaan en dat ze pakten wat ze pakken konden. Op basis daarvan komt het hof tot de conclusie dat verdachtes (voorwaardelijk) opzet tevens gericht was op de diefstal van de autosleutels. Dat verdachte ten tijde van het delict niet wist dat de autosleutels werden weggenomen, doet hier niet aan af. Het hof komt tot een bewezenverklaring van het onder 9 tenlastegelegde, ook voor zover dat feit ziet op de diefstal van de autosleutels.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 6, 7, 8 subsidiair en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

(zaak 05)

hij op 11 september 2007 te [plaatsnaam], op de openbare weg, het [naam plein], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), toebehorende aan [aangever 1], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- op die [aangever 1] is/zijn afgelopen en een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp aan die [aangever 1] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en gericht en (daarbij) tegen die [aangever 1] heeft/hebben gezegd: “Meekomen we moeten het nummer hebben” en “werk mee vriend, dan gebeurt je niks. Nummer, ik moet nummer hebben”.

6.

(zaak 17)

hij op 18 oktober 2007 te [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een tv en een spelcomputer en een fotocamera en een (groot) aantal computerspellen en twee zonnebrillen en een paspoort en een laptop en een beeldscherm en drie tassen en een (groot) aantal dvd's en een bankpas en een creditcard, toebehorende aan [aangever 6] of [aangever 7], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een deur van voornoemde woning.

7.

(zaak 27)

hij op 3 november 2007 te [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [straatnaam] aldaar heeft weggenomen een laptop merk Packard Bell en een computer merk Dell en een monitor merk Dell en een betonschaar en 175 euro, en een mobiele telefoon merk Nokia, type 3410 NHMZHX en sleutels en een radio-CD-speler merk Pioneer en een boor en een stekker en een bril en 15, CD's en een lamp en een digitale camera merk Minolta en (vervolgens) een personenauto merk Volvo, met kenteken [kenteken] toebehorende aan [aangever 8], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak op een raam van voornoemde woning en door middel van inklimming en door middel van een valse sleutel.

8.

(zaak 35)

subsidiair

hij omstreeks de periode van 8 november 2007 tot en met 21 december 2007 te [plaatsnaam], een horloge, toebehorende aan [aangever 9], voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voormeld goed wist, dat dit door diefstal, in elk geval enig misdrijf was verkregen.

9.

(zaak 41)

hij op 13 november 2007 te [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [straatnaam] heeft weggenomen een aantal dvd's en twee beeldscherm en en een mobiele telefoon en een tas en een horloge en een bedrag aan geld en een fiets en autosleutels, toebehorende aan [aangever 10], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een raam van voornoemde woning en inklimming in voornoemde woning.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, inklimming en valse sleutels.

Het onder 8 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Opzetheling.

Het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft, op feit 2 na, alle aan verdachte ten laste gelegde feiten bewezen achtend, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren gevorderd, met aftrek van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake van het onder 1, 3, 4, 6, 7 en 9 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Van de overige feiten is verdachte vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft oplegging van zeven jaar gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest gevorderd terzake van het onder 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8 primair en 9 tenlastegelegde.

Het hof komt, zoals hiervoor vermeld, tot bewezenverklaring van het onder 1, 6, 7, 8 subsidiair en 9 tenlastegelegde, inhoudende opzetheling en een aantal diefstallen in vereniging, waaronder diefstallen uit woningen en een diefstal met bedreiging met geweld.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan woninginbraken, waarbij zij verscheidene goederen hebben weggenomen. Dergelijke feiten veroorzaken naast (financiële) schade en overlast, gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers. Zij zijn in hun privacy aangetast en voelen zich nog lange tijd onveilig in hun eigen huis.

Bij feit 1 is ook daadwerkelijk gedreigd met geweld. Het slachtoffer in deze zaak is in korte tijd blootgesteld aan het agressieve en intimiderende gedrag van verdachte en zijn medeverdachten. Het slachtoffer heeft angstige momenten moeten doorstaan, ook omdat een vuurwapen op hem gericht werd. De ervaring leert dat de slachtoffers van agressiedelicten nog geruime tijd psychische schade kunnen ondervinden in de vorm van gevoelens van onzekerheid en onveiligheid. Dergelijke feiten brengen daarnaast onrust en onveiligheidsgevoelens in de samenleving als geheel teweeg.

De ernst van de feiten rechtvaardigt een forse gevangenisstraf. Het hof neemt wel in aanmerking dat verdachte jongvolwassen was toen de feiten werden gepleegd. Het hof overweegt tot slot ten voordele van verdachte dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 27 februari 2012, nimmer is veroordeeld en dat hij, sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op 20 april 2011, inmiddels beschikt over werk, bij zijn ouders woont en niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegende, acht het hof voor de bewezen geachte feiten een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren aangewezen.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.379,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 en 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.406,99. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 en 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.504,65. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3 en 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3, 4, 5 en 8 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 6, 7, 8 subsidiair en 9 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 6, 7, 8 subsidiair en 9 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslag

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de computer, Compaq Presario

- het geld, € 500,-

- de jas, kleur beige, drie kwart jas met houtje touwtje knopen

- de tas, kleur blauw, inhoud: psp met lader, spellen, kleding, enzovoorts

- de schoenen, kleur zwart, Tommy Hilfiger, maat S

- de trainingsbroek, kleur grijs, Champion, maat S.

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de spelcomputer, Sony Playstation

- de 4 DVD's, Swordfish, Driving Miss Daisy, Trainspotting en Planet of the Apes

- het horloge, kleur zilver, Guess.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 3]

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 3], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 4]

Verklaart de benadeelde partij, [aangever 4], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

De voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr A.G. Coumans, voorzitter,

mr M.L.H.E. Roessingh-Bakels en mr E.H. Schulten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 13 april 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.