Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BW0857

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
04-04-2012
Zaaknummer
P12/0046
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zonder proefverlof voorwaardelijke beƫindiging van de dwangverpleging mogelijk? Voor zover de rechtbank in haar beslissing tot uitdrukking heeft willen brengen dat een voorwaardelijke beƫindiging van de dwangverpleging slechts mogelijk is indien de terbeschikkinggestelde over een machtiging tot proefverlof beschikt, is deze opvatting onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

TBS P12/0046

Beslissing d.d. 22 maart 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

(naam terbeschikkinggestelde),

geboren te (plaats) op (datum),

verblijvende in (kliniek).

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Utrecht van 23 december 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 29 december 2011;

- de aanvullende informatie van [kliniek] d.d. 21 februari 2012 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 2011;

- de door de raadsman ter zitting van het hof overgelegde pleitnota.

Het hof heeft ter terechtzitting van 8 maart 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde met bijstand van een schrijftolk, bijgestaan door zijn raadsman, mr X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort, en de advocaat-generaal, mr J.W. Rijkers.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een vormverzuim, nu het verlengingsadvies van de inrichting niet is ondertekend door het hoofd van de inrichting. Het openbaar ministerie dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Subsidiair wordt inhoudelijk het volgende opgemerkt. De opgemaakte risicotaxatie richt zich te veel op de historische factoren, terwijl uit de klinische variabelen blijkt dat de terbeschikkinggestelde de afgelopen jaren veel vooruitgang heeft geboekt. Tevens is geen rekening gehouden met het feit dat de terbeschikkinggestelde libidoremmende medicatie gebruikt en zich begeleidbaar opstelt. Een verlenging voor de duur van twee jaren is thans niet langer proportioneel, zeker nu het aan de kliniek te wijten is dat het behandeltraject vertraging heeft opgelopen.

De raadsman heeft verzocht de maatregel van de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar, met daarbij de aanwijzing aan de inrichting dat het behandelteam binnen dit jaar op zoek zal gaan naar een passende woonvorm voor de terbeschikkinggestelde.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Met betrekking tot het door de verdediging gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer is de advocaat-generaal van oordeel dat er sprake is van een herstelbaar vormverzuim dat niet hoeft te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Uit de rapportages van de kliniek blijkt dat nog steeds sprake is van een behoorlijke problematiek bij de terbeschikkinggestelde en dat het recidiverisico nog niet voldoende terug is gebracht. De resultaten van de libidoremmende medicatie moeten eveneens worden afgewacht. Ondanks de voorzichtig positieve ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde is verdere intramurale behandeling noodzakelijk.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Anders dan door de raadsman is betoogd, is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vordering, nu het verlengingsadvies van 20 oktober 2011 is ondertekend door drs. E.A.M. Terpstra, plaatsvervangend hoofd van de inrichting en zodoende is voldaan aan de vereisten van artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaren. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Utrecht van 23 december 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr E.A.K.G. Ruys als voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr. G. Oldekamp als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en prof. dr. B.C.M. Raes als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 22 maart 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden en mr Ruys zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.