Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BV9251

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-02-2012
Datum publicatie
19-03-2012
Zaaknummer
TBS P11/0508
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gemaximeerde TBS? Uit het veroordelend arrest blijkt dat er sprake is geweest van een bedreiging welke vergezeld ging van niet-verbaal handelen door de terbeschikkinggestelde, welk handelen naar zijn aard agressief was jegens de bedreigden. Aldus is sprake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en dus niet van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. (Zie LJN: BQ6616)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0508

Beslissing d.d. 23 februari 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [kliniek]

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Alkmaar van 8 december 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het verlengingsadvies van [kliniek] van 6 september 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 8 december 2011;

- de aanvullende informatie van[kliniek] van 3 februari 2012, met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 3 augustus 2011 tot en met 31 januari 2012;

Het hof heeft ter zitting van 9 februari 2012 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal,

mr G.J. de Haas.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

De terbeschikkingstelling is opgelegd voor bedreiging. Gelet op recente jurisprudentie van het hof is in onderhavige zaak sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Hoewel dit voor de huidige verlengingsbeslissing geen gevolgen heeft, is dit wel van belang voor het verdere behandel- en resocialisatietraject.

Inhoudelijk wordt opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde nog maar aan het begin van zijn behandeling staat. De terbeschikkinggestelde toont wel enige inzet, maar er is thans nog maar weinig vooruitgang.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaren.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Ten aanzien van de vraag of in onderhavige zaak sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling sluit de raadsman zich aan bij het standpunt van de advocaat-generaal.

De terbeschikkinggestelde is moeilijk in gang te krijgen, maar hij zet zich wel degelijk in voor zijn behandeling. Verlenging van de terbeschikkingstelling is thans nog noodzakelijk, maar gelet op het bijzondere karakter van de zaak en het feit dat over twee jaar de terbeschikkingstelling ten einde is, is een verlenging voor een kortere duur dan twee jaar geïndiceerd.

De raadsman heeft verzocht om de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van slechts een jaar, zodat een vinger aan de pols kan worden gehouden met betrekking tot het resocialisatie- en verloftraject en na afloop van dit jaar gekeken kan worden of verlenging van de maatregel nog noodzakelijk is.

Het oordeel van het hof

Het hof zal om technische redenen de beslissing van de rechtbank vernietigen.

Voor verlenging van een TBS-maatregel die als gevolg daarvan een totale duur van vier jaren te boven zal gaan, is ingevolge artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht vereist dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De vraag of dit al dan niet het geval is dient ingevolgde artikel 359, zevende lid, Wetboek van Strafvordering, in de eerste plaats te worden beoordeeld door de rechter die de maatregel oplegt. In het veroordelend arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 mei 2009 ontbreekt een dergelijke beoordeling. De verlengingsrechter zal aldus zelf moeten vaststellen of er in casu sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling aan de hand van de bewezenverklaring en/of de in de uitspraak genoemde overwegingen en/of gebezigde bewijsmiddelen.

In onderhavige zaak is de terbeschikkingstelling opgelegd ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (meermalen gepleegd), strafbaar gesteld in artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) en belaging, strafbaar gesteld in artikel 285b, eerste lid, WvSr.

Met betrekking tot het misdrijf bedreiging is in recente jurisprudentie van het hof (30 mei 2011, LJN: BQ6616) bepaald dat er thans een meer beperkte uitleg dient te worden gegeven aan het begrip ‘een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen’, in die zin, dat het hof in het algemeen van oordeel is, dat voor het aannemen van een misdrijf als hier bedoeld, vereist is dat een dreigende uiting voorafgegaan, vergezeld, of gevolgd wordt door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde.

Het hof stelt vast dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor het feit dat de terbeschikkinggestelde:

‘op [datum] in [plaats] [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: “Ik kom jullie doodmaken. Ik kom je doodmaken”en/of “Ik kom jullie allemaal doodmaken” en “Ik steek jou ook dood, sorry [slachtoffer 2] ”en “als je vader en moeder niet stoppen met mij te treiteren, dan vermoord ik jullie allemaal “, althans woorden van gelijke aard of strekking;’

Bij het bepalen van de op te leggen straf en maatregel heeft het hof te Amsterdam vervolgens in zijn uitspraak in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:

“De verdachte heeft de moeder van zijn kind, haar vriend en hun dochter bedreigd met de dood. Verdachte stond ’s nachts rond 4.00 uur op de voordeur van de woning te bonken en te schreeuwen dat hij hen dood zou maken. De dochter, [slachtoffer 2], was wakker geworden en toen zij naar buiten keek riep verdachte: “en ik steek jou ook dood [slachtoffer 2]”.”

Gelet op voornoemde overweging van het hof Amsterdam, is het hof van oordeel dat er sprake is geweest van een bedreiging van verschillende personen welke vergezeld ging van niet-verbaal handelen door de veroordeelde, welk handelen naar zijn aard agressief was jegens de bedreigden. Aldus is er sprake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid Wetboek van Strafrecht en dus van een niet gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Uit de stukken blijkt dat de terbeschikkinggestelde leidt aan een psychotische stoornis NAO en een depressieve stoornis, thans in remissie. Voorts is sprake van een persoonlijkheids-stoornis NAO met borderline-, antisociale en schizotypische trekken en middelen-afhankelijkheid. Uit de rapportages blijkt dat de terbeschikkinggestelde moeite heeft om een dagstructuur vast te houden en dat de kliniek het programma van de terbeschikkinggestelde hierop heeft aangepast. Het recidiverisico wordt zonder het huidige TBS-kader op de (middel)lange termijn als hoog ingeschat. De klinische behandeling is gericht op transmuralisering en resocialisatie via een beschermde woonvorm. De kliniek geeft aan dat het huidige dwingende kader van de terbeschikkingstelling nog geruime tijd noodzakelijk is.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling vereist. Gelet op de hiervoor beschreven stand van zaken zal de huidige maatregel nog zeker twee jaren nodig zijn. Het hof zal de maatregel dan ook verlengen met een termijn van twee jaren.

Overigens is het in de visie van het hof van belang dat de terbeschikkinggestelde in het kader van zijn behandeling niet zal worden overvraagd, nu zijn lethargie en concentratieproblemen samen lijken te hangen met de bij hem vastgestelde psychotische stoornis en middelenafhankelijkheid.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Alkmaar van 8 december 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr E.A.K.G. Ruys en mr A.J. Smit als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en drs. R. Vecht-van den Bergh als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 23 februari 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.