Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BV7571

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-03-2012
Datum publicatie
02-03-2012
Zaaknummer
21-001789-11
Rechtsgebieden
Civiel recht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gewelddadige overval

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001789-11

Uitspraak d.d.: 2 maart 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van

4 mei 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 februari 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr A.D. Kloosterman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg, tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 11 mei 2010 te Kockengen, gemeente Breukelen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld (5150 euro) en/of sieraden en/of een Sony Playstation, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

en/of

met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer 5150 euro) en/of sieraden en/of een aantal (drie) computers(laptops) en/of een aantal (zeven) telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] meermalen heeft/hebben bedreigd met een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of

- dat vuurwapen (pistool) althans een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die [benadeelde 2] heeft/hebben gezet/gehouden en/of (daarbij) gezegd: "ik ga jou vermoorden en dan ga ik naar boven en dan ga ik de rest ook vermoorden" en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of (wederom) een vuurwapen (pistool) althans een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en/of heeft/hebben gezegd "als je geen geld hebt moet je me maar betalen met sex", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood" en/of

- die [benadeelde 3] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of vervolgens die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen/opgedragen zich uit te kleden en/of (daarbij/vervolgens) heeft/hebben gezegd: "do you want me to fuck you in your ass", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "ik zal je slachten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- (vervolgens) die [benadeelde 3] de gezamenlijke ruimte in heeft/hebben geduwd (terwijl zij nog naakt was) en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gezegd: "wij beginnen bij haar en dan gaan we jullie om de beurt allemaal nemen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 1] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of geslagen in haar gezicht en/of (daarbij) tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd/geroepen: "waar is het geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of die [benadeelde 4] een shawl voor de mond heeft/hebben gebonden en/of - die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben opgesloten;

feit 2:

hij in of omstreeks periode van 11 mei 2010 tot en met 26 augustus 2010 te Kockengen, gemeente Breukelen en/of Rotterdam, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (FN model 1922), en/of munitie van categorie III, te weten scherpe patronen (kaliber .32, merk CBC), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs1

Feit 1

Inleiding

Op 11 mei 2010 zijn [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] overvallen in hun woning aan de [adres] te [woonplaats]. Volgens hun aangiften werd er omstreeks 21.30 uur die avond aangebeld. Voor de deur stonden een man en een vrouw, die zeiden dat ze van de politie waren. Ze wilden de paspoorten zien. De man en de vrouw kwamen de woning binnen. Daarna kwamen er nog twee mannen de woning binnen. De man die als eerste in de woning was, haalde een pistool te voorschijn. Deze man zei dat de slachtoffers naar boven moesten gaan, naar de kamer van [benadeelde 3]. [benadeelde 3], [benadeelde 2] en [benadeelde 1] werden daarna één voor één door de man meegenomen naar een andere kamer op de bovenverdieping, terwijl de anderen op de kamer van [benadeelde 3] bleven. In de andere kamer werden [benadeelde 3], [benadeelde 2] en [benadeelde 1] gedwongen om onder meer geld af te geven. Vervolgens zijn de slachtoffers vastgebonden en opgesloten in de badkamer, die zich ook op de bovenverdieping bevond. De overvallers hebben ook geld, sieraden en een Sony Playstation uit de woning meegenomen.2 3 4 5

Standpunt verdediging

De verdediging is van mening dat het onder 1 tenlastegelegde feit voor zowel de diefstal met geweld als de afpersing niet wettig en overtuigend bewezen kan worden aangezien -kort samengevat- de geweldshandelingen ontbreken en er niet is gedreigd met geweld. Het vastbinden en knevelen leveren -naar het oordeel van de verdediging- geen geweldshandelingen op.

Het oordeel van het hof.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij ten tijde van de overval op 11 mei 2010 in het huis aanwezig was met [mededader 1] en [mededader 2] om achterstallige huur van het pand aan [adres] te Utrecht. Verdachte heeft samen met [mededader 1] boven het huis doorzocht waarbij een klein bedrag aan geld is gevonden, hetgeen door [mededader 1] is meegenomen.6

[benadeelde 3] heeft verklaard dat zij op 11 mei 2010 samen met [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 4] in de woning [adres] in Kockengen was. Omstreeks 21.30 uur werd er aangebeld.7Zij heeft de deur open gedaan en zag dat er een man en een vrouw voor de deur stonden. Ze hoorde de man tegen haar zeggen dat ze van de politie waren en zag de man en vrouw naar binnen lopen. Ze zag dat de man die als eerste naar binnen liep een mobiele telefoon pakte en zei dat hij zijn collega moest bellen. Zij ziet vervolgens dat de vrouw de deur open doet en dat er twee mannen naar binnen komen.8 Opeens ziet zij dat de man die met de vrouw naar binnen is gekomen, een pistool in zijn hand heeft. 9 Ze hoort dat één van de mannen zegt dat ze naar boven moesten waarop ze vervolgens naar boven zijn gegaan.10 Als zij boven zijn moet [benadeelde 3] van de man met het pistool mee komen. In de kamer van [benadeelde 1] trekt de man handschoenen aan en zegt dat zij, [benadeelde 3], zich uit moet kleden, anders zal het nog erger worden. De man zegt: "I will slay you (ik zal je slachten)". De man zegt nogmaals dat zij zich uit moet kleden. [benadeelde 3] is bang gewurgd te worden en kleedt zich uit. Zij moet op het bed gaan zitten. Als zij weigert, zegt de man het nogmaals op een rustige maar dwingende toon. Zij moet de man zeggen waar het geld ligt. Zij zegt dat zij € 500,00 heeft in haar kamer onder het matras.11 Dat vindt de man niet genoeg. De man zegt, als zij aangeeft dat er niet meer is: "Do you want me to fuck you in your ass." [benadeelde 3] is bang dat de man haar zal verkrachten.12 Zij mag zich niet aankleden en moet naakt terug naar haar eigen kamer, naar de anderen. In de kamer geeft zij de man € 500,00. De man pakt twee gouden oorringen uit haar oren en zij geeft hem nog een gouden ketting en armband.13 De Turkse man doorzoekt samen met de eerste man de kamer waarin zij zitten.14 De eerste man loopt even weg en komt dan terug met sieraden van [benadeelde 1]. Daarna neemt de eerste man [benadeelde 2] mee. Nadat [benadeelde 2] terug is, nemen de mannen de sieraden van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] af. [benadeelde 2] vertelt dat zij onder bedreiging van het pistool € 3.700,00 heeft afgegeven aan de eerste man. [benadeelde 3] mag zich dan aankleden. Vervolgens neemt de eerste man [benadeelde 1] mee. Als [benadeelde 1] terug is, vertelt zij de anderen dat de man wilde dat zij zich zou uitkleden en dat hij haar sieraden heeft afgepakt.15 Hierna werden van [benadeelde 3] en de anderen de handen achter de rug met computerkabels vastgebonden en werd met een stropdas de mond van [benadeelde 1] gekneveld. Van [benadeelde 3], [benadeelde 2] en [benadeelde 4] werd de mond gekneveld met shirts met lange mouwen.16

[benadeelde 2] heeft verklaard dat de eerste man boven zijn jasje open deed, alsof hij een pistool wilde pakken.17 [benadeelde 3] moest mee met de kale man en kwam later naakt en huilend terug, ze zei dat zij bedreigd was. De eerste man sloeg [benadeelde 3] in haar gezicht. [benadeelde 2] moet dan meekomen met de eerste man en wordt naar haar kamer gebracht. Hij zegt dat hij geld wil hebben en zij geeft hem € 700,00. Zij zegt dat er niet meer is. De man gelooft haar niet en tikt met het pistool op haar linkerwang en zegt: "Ik ga jou vermoorden en dan ga ik naar boven en dan ga ik de rest ook vermoorden".18 Verder zegt de man dat als zij geen geld heeft zij moet betalen met liefde of seks. [benadeelde 2] is erg bang omdat hij een pistool vasthield en haar zoontje (naar het hof begrijpt: [benadeelde 4]) boven zat.19 Vervolgens geeft zij de man € 3000,00 samen met een aantal sieraden (vier gouden ringen en twee gouden oorbellen).20 Zij wordt door de man teruggebracht en de man neemt vervolgens [benadeelde 1] mee. Voordat [benadeelde 1] mee gaat maakt [benadeelde 2] haar ([benadeelde 1]'s) armband los zodat zij deze af kan geven aan de man. [benadeelde 1] wordt even later weer teruggebracht.21 [benadeelde 2] verklaart voorts dat ze op een gegeven moment werden vastgebonden. Zij en [benadeelde 1] werden vastgebonden met een dunne computerkabel. Zij werd met de handen op de rug vastgebonden. [benadeelde 3] werd vastgebonden met het snoer van een strijkbout. Haar zoontje werd met een gewone riem vastgebonden. Vervolgens werden kledingstukken van [benadeelde 3] over hun mond gebonden. Daarna werden zij naar de badkamer gebracht. De deur werd dichtgedaan en zij hoorde dat er iets tegen de deur werd geschoven.22

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij zag dat de baas een pistool uit zijn jaszak haalde welke hij aan iedereen liet zien door het pistool omhoog te houden.23 Ze ziet dat de vermoedelijk Turkse man en de vrouw tevens een gebaar maken waaruit opgemaakt zou kunnen worden dat zij ook een wapen bij zich hebben24. [benadeelde 3] wordt als eerste meegenomen.25 Nadat er een korte gil van [benadeelde 3] klinkt, wordt zij door eerste man naakt de kamer opgeduwd.26 Deze man zegt daarbij: "Wij beginnen bij haar en dan gaan wij jullie om de beurt allemaal nemen". [benadeelde 3] was bang.27 [benadeelde 2] was bang en erg bezorgd om haar zoontje [benadeelde 4]. [benadeelde 3] zegt daarop dat zij de mannen geld zal geven als zij haar met rust laten. [benadeelde 3] geeft vervolgens geld aan de eerste man. [benadeelde 2] zegt dat de mannen alles mogen hebben als zij hen maar met rust laten. [benadeelde 2] geeft daarop haar sieraden aan de eerste man. [benadeelde 2] moet vervolgens met hem meelopen naar haar kamer. Nadat [benadeelde 2] terug is gebracht vertelt zij dat zij de man op haar slaapkamer € 700,00 heeft gegeven. De man geloofde haar niet toen zij zei dat zij niet meer geld had. Daarop dreigde de man, met het wapen tegen haar hoofd en zei: "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood". Zij heeft de man vervolgens nog € 3.000,00 gegeven.28 Dan moet [benadeelde 1] met de eerste man mee naar haar kamer. Zij geeft hem € 1.450,00 en zegt dat er niet meer is. De man gelooft haar niet en zegt dat er meer moet zijn. Hij gooit alles uit de la en vroeg telkens aan haar waar het geld was, De man begint vervolgens te schreeuwen. Hij slaat haar in het gezicht en zegt dat zij uit de kleren moet gaan en slaat haar met zijn vlakke hand op beide wangen. De man zegt haar nogmaals dat zij haar kleren uit moet doen. [benadeelde 1] weigert. De man dreigt dat hij haar om zal brengen en brengt haar weer terug naar de kamer van [benadeelde 3]. Op de kamer van [benadeelde 3] doorzoekt de eerste man alle kasten.29 Aan hen wordt gevraagd hun sieraden af te doen. [benadeelde 1] geeft twee oorbellen en een gouden armband af. 30 Vervolgens worden zij vastgebonden met dunne computersnoeren en een snoer van de strijkijzer.31 Haar mond wordt gesnoerd met een stropdas en zij ziet dat ook de monden van de anderen worden gesnoerd. Daarna moeten zij allen de badkamer in, waarna de deur aan de buitenkant werd geblokkeerd.32

[benadeelde 4] heeft verklaard dat één van de mannen zei dat zij geld moesten geven.33 Nadat hij is vastgebonden met een riem om zijn polsen krijgt hij een shawl voor zijn mond gebonden.34 Ze worden in de badkamer op de tweede etage opgesloten.35 Door de mannen en de vrouw zijn van hem twee telefoons, zijn playstation en € 40,00 meegenomen. De € 40,00 zat in een rode doos die op zijn kamer stond.36

[benadeelde 1] heeft deelgenomen aan een fotoconfrontatie. Bij de foto van de verdachte heeft zijn verklaard:

'Dit is de man waarover ik ook in mijn aangifte van de overval in Kockengen heb gesproken. Dit was de man de het meest genadeloos was. Hij was degene die het oppasmeisje dwong om zich uit te kleden. (...) Later hoorde ik van een ander meisje, [benadeelde 2], dat deze man een pistool in haar gezicht had gedrukt. Ikzelf heb twee keer een klap met de hand van die man in mijn gezicht gehad.37

Gelet op bovengenoemde feiten acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen door geweld of bedreiging met geweld de onder feit 1 tenlastegelegde diefstal en afpersing, heeft gepleegd.

Het namens de verdachte gevoerde verweer dat er onvoldoende bewijs is voor het tenlastegelegde geweld wordt weersproken door de bovengenoemde bewijsmiddelen en dus verworpen.

Het hof is anders dan de raadsman van oordeel dat het vastbinden en opsluiten van personen beschouwd moet worden als geweld in de zin van artikel 312 Sr. Het betreft handelingen die tegen de wil van de betrokkenen worden uitgevoerd, die hun bewegingsvrijheid aantasten en die er op gericht zijn de buit veilig te stellen.

De afgifte van goederen heeft plaatsgevonden voordat de aangevers werden vastgebonden en opgesloten. Daarom acht het hof ten aanzien van het gedeelte van de tenlastelegging dat betrekking heeft op artikel 317 Sr niet bewezen dat door het vastbinden en opsluiten aangevers zijn bewogen tot afgifte van de goederen.

De onder 1 bewezenverklaarde cumulatieve overtredingen staan in zodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling. Ingevolge artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht wordt dan slechts één strafbepaling toegepast, in dit geval die waarop de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Feit 2:

Op 26 augustus 2010 wordt tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte aan de [adres] te [woonplaats] een vuurwapen, merk FN aangetroffen.38 Blijkens het proces-verbaal van de Forensische Opsporing van de politie Utrecht is dit vuurwapen een pistool van het merk FN (Fabrique Nationale d'Armes de Guerre), model 1922, kaliber 7,65 mm. Het wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. In de houder van het wapen bevonden zich 4 patronen. Dit betreft munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie. 39

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 11 mei 2010 te Kockengen, gemeente Breukelen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld (5150 euro) en/of sieraden en/of een Sony Playstation, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] meermalen heeft/hebben bedreigd met een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of

- dat vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [benadeelde 2] heeft/hebben gezet/gehouden en/of (daarbij) tegen [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd: "ik ga jou vermoorden en dan ga ik naar boven en dan ga ik de rest ook vermoorden" en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of (wederom) een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of heeft/hebben gezegd "als je geen geld hebt moet je me maar betalen met seks", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood" en/of

- die [benadeelde 3] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of vervolgens die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen/opgedragen zich uit te kleden en/of (daarbij/vervolgens) heeft/hebben gezegd: "do you want me to fuck you in your ass", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "ik zal je slachten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [benadeelde 3] de gezamenlijke ruimte in heeft/hebben geduwd (terwijl zij nog naakt was) en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gezegd: "wij beginnen bij haar en dan gaan we jullie om de beurt allemaal nemen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 1] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of geslagen in haar gezicht en/of (daarbij) tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd/geroepen: "waar is het geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of die [benadeelde 4] een shawl voor de mond heeft/hebben gebonden en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben opgesloten.

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van geld (ongeveer 5150 euro) en/of sieraden en/of een aantal (drie) computers (laptops) en/of een aantal (zeven) telefoons, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] meermalen heeft/hebben bedreigd met een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond en/of

- dat vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [benadeelde 2] heeft/hebben gezet/gehouden en/of (daarbij) tegen [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd: "ik ga jou vermoorden en dan ga ik naar boven en dan ga ik de rest ook vermoorden" en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 2] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of (wederom) een vuurwapen (pistool), althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of heeft/hebben gezegd "als je geen geld hebt moet je me maar betalen met seks", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "als jij je geld niet afgeeft dan loop ik naar boven en schiet ik ze allemaal dood" en/of

- die [benadeelde 3] heeft/hebben meegenomen naar een aparte kamer en/of vervolgens die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen/opgedragen zich uit te kleden en/of (daarbij/vervolgens) heeft/hebben gezegd: "do you want me to fuck you in your ass", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of "ik zal je slachten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [benadeelde 3] de gezamenlijke ruimte in heeft/hebben geduwd (terwijl zij nog naakt was) en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gezegd: "wij beginnen bij haar en dan gaan we jullie om de beurt allemaal nemen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [benadeelde 1] (meermalen) heeft/hebben geduwd en/of geslagen in haar gezicht en/of (daarbij) tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd/geroepen: "waar is het geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking., en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben vastgebonden en/of die [benadeelde 4] een shawl voor de mond heeft/hebben gebonden en/of

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben opgesloten.

feit 2:

hij in of omstreeks periode van 11 mei 2010 tot en met 26 augustus 2010 te Kockengen, gemeente Breukelen en/of Rotterdam, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (FN model 1922), en/of munitie van categorie III, te weten scherpe patronen (kaliber .32, merk CBC), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

De voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en negen maanden met aftrek van het voorarrest

De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van het voorarrest en toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen als hierna weergegeven met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, te weten:

- [benadeelde 2] tot een bedrag van € 7.522,96;

- [benadeelde 1] tot een bedrag van € 3.375,00;

- [benadeelde 3] tot een bedrag van € 3.605,00

- [benadeelde 4] tot een bedrag van € 2.054,35.

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de in zijn ogen relatieve ernst van het gepleegde feit.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het zich hier handelt om zeer ernstige feiten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een brute woningoverval waarbij de in de woning aanwezige personen gedurende geruime tijd van hun vrijheid werden beroofd. Aan de in de woning aanwezige personen, drie vrouwen en een 13-jarig kind - is een pistool (althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) getoond. De vrouwen moesten één voor één naar een andere kamer, waar zij door bedreiging met geweld werden gedwongen om geld en sieraden af te staan. Eén van de vrouwen werd daarbij gedwongen zich uit te kleden. De slachtoffers zijn vervolgens vastgebonden en opgesloten in de badkamer. Door de verdachten zijn sieraden, geld en een Sony Playstation gestolen.

Een en ander getuigt van een nauwkeurig geplande overval.

De overval vond laat op de avond plaats in een woning waar de vier slachtoffers op dat moment verbleven, een plaats waar zij zich bij uitstek veilig zouden moeten voelen. Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven grote emotionele impact hebben op de slachtoffers. De impact die de overval op hen heeft gehad blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaringen. De verdachten hebben zich kennelijk laten leiden door de zucht naar financieel gewin zonder stil te staan bij de gevolgen van hun handelen voor de slachtoffers. Een dergelijk feit schokt de rechtsorde en draagt bij aan algemene gevoelens van onveiligheid. Daarnaast rekent het hof verdachte aan dat hij de overval bagatelliseert. Hij verklaart weliswaar dat hij op dat moment in de woning was, maar geeft aan, in tegenspraak met vier aangiften, dat er in de woning in feite niets ernstigs is gebeurd.

Voorts heeft verdachte een vuurwapen met bijbehorende munitie in zijn bezit gehad. Vuurwapens worden vaak gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een groot gevaar en een aanzienlijke bedreiging voor een veilige samenleving en het voorhanden hebben daarvan maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens met de daarbij behorende munitie.

De feiten worden verdachte dan ook zwaar aangerekend.

Gezien de ernst van het feit komt geen andere straf in aanmerking dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd is een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.

Beslag

Het onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Het zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Algemene overweging

De benadeelde partijen [benadeelde 2], [benadeelde 1] en [benadeelde 4] hebben op een zogeheten "wensenformulier" aangekruist dat zij hun eerder ingediende verzoeken tot schadevergoeding wensen te handhaven. De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft niet gereageerd. Dat betekent dat de benadeelde partijen [benadeelde 2], [benadeelde 1] en [benadeelde 4] hun oorspronkelijke vorderingen in hoger beroep hebben gehandhaafd en dat de benadeelde partij [benadeelde 3] zich niet in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 9.682,96. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 7.522,90. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De raadsman heeft betoogd dat het materiële deel van de vordering - met uitzondering van het gedeelte dat betrekking heeft op de aanvraag van een nieuw paspoort - onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering om die reden in zoverre dient te worden afgewezen. Het immateriële deel van de vordering dient volgens de raadsman gematigd te worden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] is als volgt opgebouwd:

Materiële schade

Telefoonkosten € 20,--

Reis- en vervoerskosten € 6,87

Reis- en vervoerskosten € 11,09

Aanvraag nieuw paspoort € 30,--

Contant geld uit bedrijf € 3.700,--

Gouden sieraden € 1.000,--

Twee laptops 2009 € 800,--

Mobiele telefoon LG 2009 € 240,--

Mobiele telefoon Motorola 2009 € 40,--

Strijkijzer € 25,--

Stofzuiger € 150,--

Vaas, aardewerk € 10,-- +

€ 6.182,96

Immateriële schade € 3.500,00 +

Totaal € 9.682,96

Tevens heeft de benadeelde partij verzocht om de vordering te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 7.522,96, waarvan € 6.022,96 ter zake van materiële schade en € 1.500,-- ter zake van immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voorts zal het hof de wettelijke rente toewijzen. Van het gevorderde bedrag acht het hof een bedrag van € 160,-- (te weten de posten stofzuiger en vaas) voor materiële schade en een bedrag van € 2.000,-- voor immateriële schade niet toewijsbaar. Dat gedeelte van de vordering zou een nadere behandeling en bewijsvoering vergen, hetgeen naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.375,--. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.375,--. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De raadsman heeft betoogd dat het materiële deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering om die reden in zoverre dient te worden afgewezen. Het immateriële deel van de vordering dient volgens de raadsman gematigd te worden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is als volgt opgebouwd:

Materiële schade

Reis- en vervoerskosten € 145,--

Aanvraag nieuw paspoort € 30,--

Gestolen goederen en geld € 1.700,-- +

€ 1.875,--

Immateriële schade € 3.500,-- +

Totaal € 5.375,--

Tevens heeft de benadeelde partij verzocht om de vordering te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 3.375,-- , waarvan € 1.875,-- ter zake van materiële schade en € 1.500,-- ter zake van immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voorts zal het hof de wettelijke rente toewijzen. Van het gevorderde bedrag acht de rechtbank een bedrag van

€ 2.000,-- voor immateriële schade niet toewijsbaar. Dat gedeelte van de vordering zou een nadere behandeling en bewijsvoering vergen, hetgeen naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.205,--. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.705,--, waarvan € 1.705,-- ter zake van materiële schade en € 2.000,-- ter zake van immateriële schade. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. De raadsman heeft primair gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu het voegingsformulier in het Engels is ingevuld. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat het materiële deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd, dat de vordering om die reden in zoverre dient te worden afgewezen, en dat het immateriële deel van de vordering gematigd dient te worden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] is - voor zover thans aan de orde -

als volgt opgebouwd:

Materiële schade

Notebook HP Pavillion DV 6000 € 700,--

Mobile Phone Nokia 5130 expess Music € 130,--

Golden hand chain € 120,--

Golden earrings € 35,--

Passport € 20,--

Personal savings € 500,--

Travel expenses € 200,-- +

€ 1.705,--

Immateriële schade € 2.000,-- +

Totaal € 3.705,--

Tevens heeft de benadeelde partij verzocht om de vordering te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Het hof acht geen termen aanwezig om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering vanwege het feit dat het voegingsformulier in de Engelse taal is ingevuld. Met de rechtbank neemt het hof daarbij in aanmerking dat uit het in de Engelse taal opgestelde en namens het Openbaar Ministerie verstrekte voegingsformulier niet volgt dat het in de Nederlandse taal dient te worden ingevuld en voorts dat niet is gebleken dat er bij de procespartijen onduidelijkheden bestonden ten aanzien van de strekking en de inhoud van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 3.605,--, waarvan € 1.605,-- ter zake van materiële schade en

€ 2.000,-- ter zake van immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voorts zal het hof de wettelijke rente toewijzen. Van het gevorderde bedrag acht het hof een bedrag van € 100,-- (betreffende de post Travel expenses) voor materiële schade niet toewijsbaar. Dat gedeelte van de vordering zou een nadere behandeling en bewijsvoering vergen, hetgeen naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.054,35. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.054,35. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De raadsman heeft betoogd dat het materiële deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering om die reden in zoverre dient te worden afgewezen. Het immateriële deel van de vordering dient volgens de raadsman gematigd te worden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] is - voor zover thans aan de orde -

als volgt opgebouwd:

Materiële schade

Paspoort € 15,--

Mobiele telefoon, Nokia 2009 € 56,--

Mobiele telefoon, Samsung 2010 € 110,--

Playstation 2009 € 373,35 +

€ 554,35

Immateriële schade € 2.500,-- +

Totaal € 3.054,35

Tevens heeft de benadeelde partij verzocht om de vordering te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.054,35, waarvan € 554,35 ter zake van materiële schade en

€ 1.500,-- ter zake van immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voorts zal het hof de wettelijke rente toewijzen. Van het gevorderde bedrag acht de rechtbank een bedrag van

€ 1.000,-- voor immateriële schade niet toewijsbaar. Dat gedeelte van de vordering zou een nadere behandeling en bewijsvoering vergen, hetgeen naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 10, 27, 24c, 36b, 36c, 36f, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

een vuurwapen, merk FN, Kleur zwart.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een telefoon, merk Nokia, kleur zwart;

- een telefoon, merk Nokia, kleur grijs;

- twee sleutels.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] terzake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.522,96 (zevenduizend vijfhonderdtweeëntwintig euro en zesennegentig cent) bestaande uit € 6.022,96 (zesduizend tweeëntwintig euro en zesennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade

en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2], een bedrag te betalen van € 7.522,96 (zevenduizend vijfhonderdtweeëntwintig euro en zesennegentig cent) bestaande uit € 6.022,96 (zesduizend tweeëntwintig euro en zesennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 (tweeënzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] terzake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.375,00 (drieduizend driehonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 1.875,00 (duizend achthonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade

en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1], een bedrag te betalen van € 3.375,00 (drieduizend driehonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 1.875,00 (duizend achthonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 43 (drieënveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] terzake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.605,00 (drieduizend zeshonderdvijf euro) bestaande uit € 1.605,00 (duizend zeshonderdvijf euro) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade

en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3], een bedrag te betalen van € 3.605,00 (drieduizend zeshonderdvijf euro) bestaande uit € 1.605,00 (duizend zeshonderdvijf euro) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 46 (zesenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] terzake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.054,35 (tweeduizend vierenvijftig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 554,35 (vijfhonderdvierenvijftig euro en vijfendertig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade

en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4], een bedrag te betalen van € 2.054,35 (tweeduizend vierenvijftig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 554,35 (vijfhonderdvierenvijftig euro en vijfendertig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr H. Abbink, voorzitter,

mr J.D. den Hartog en mr B.W.M. Hendriks, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.W. Jansink, griffier,

en op 2 maart 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Tenzij anders aangeduid, hebben verwijzingen in het navolgende betrekking op de dossierpagina's van het op 7 december 2010 op ambtseed door de verbalisant [verbalisant 1], brigadier opgemaakt proces-verbaal met dossiernummer PL0971 2010118184, alsmede de daarbij behorende bijlagen in de vorm van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige bescheiden.

2 De aangifte van [benadeelde 1] van 12 mei 2010, als opgenomen in het door de verbalisanten [verbalisant 2], aspirant en Hoevers, brigadier op respectievelijk ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 25 mei 2010, dossierpagina 98 tot en met 106.

3 De aangifte van [benadeelde 2] van 12 mei 2010, als opgenomen in het door de verbalisanten [verbalisant 3], hoofdagent en De Jong, brigadier op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 12 mei 2010, dossierpagina 113 tot en met 121.

4 De aangifte van J. Maslovava 12 mei 2010, als opgenomen in het door de verbalisanten [verbalisant 4], surveillant en Jansen, brigadier op respectievelijk ambtsbelofte en ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 12 mei 2010, dossierpagina 128 tot en met 137.

5 De aangifte van [benadeelde 4] van12 mei 2010, als opgenomen in het door de verbalisanten [verbalisant 5] brigadier op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 12 mei 2010, dossierpagina 138 tot en met 141.

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting bij het gerechtshof op 17 februari 2012.

7 Zie noot 4 en met name dossierpagina128. eerste en vierde alinea

8 Zie noot 4 en met name dossierpagina129. eerste en tweede, derde en vijfde alinea.

9 Zie noot 4 en met name dossierpagina129. zesde alinea.

10 Zie noot 4 en met name dossierpagina129. achtste en tiende alinea.

11 Zie noot 4 en met name dossierpagina 130, vierde tot en met de zesde alinea.

12 Zie noot 4 en met name dossierpagina 131, tweede en derde alinea.

13 Zie noot 4 en met name dossierpagina 132, vierde tot en met zesde alinea.

14 Zie noot 4 en met name dossierpagina 132, elfde alinea.

15 Zie noot 4 en met name dossierpagina 133, eerstee, tweede, vierde tot en met zevende alinea.

16 Zie noot 4 en met name dossierpagina 133, achtste en negende alinea.

17 Zie noot 3 en met name dossierpagina117, tweede alinea.

18 Zie noot 3 en met name dossierpagina 117, vijfde tot en met zevende alinea.

19 Zie noot 3 en met name dossierpagina 118, achtste alinea.

20 Zie noot 3 en met name dossierpagina 117, zevende alinea en dossierpagina 118, tweede tot en met zevende alinea.

21 Zie noot 3 en met name dossierpagina118, tiende alinea.

22 Zie noot 3 en met name dossierpagina 119, eerste tot en met vierde alinea.

23 Zie noot 2 en met name dossierpagina 100, negende alinea.

24 Zie noot 2 en met name dossierpagina 101, tweede alinea.

25 Zie noot 2 en met name dossierpagina 101, vierde alinea.

26 Zie noot 2 en met name dossierpagina 102, bovenaan.

27 Zie noot 2 en met name dossierpagina 105, tiende alinea.

28 Zie noot 2 en met name dossierpagina 102, derde tot en met vijfdealinea.

29 Zie noot 2 en met name dossierpagina 102, zesde alinea.

30 Zie noot 2 en met name dossierpagina 103, tweede alinea.

31 Zie noot 2 en met name dossierpagina 103, vierde en zesde alinea

32 Zie noot 2 en met name dossierpagina 104, tweede alinea

33 Zie noot 5 en met name dossierpagina 140, derde alinea, onderaan.

34 Zie noot 5 en met name dossierpagina 140, vierde alinea

35 Zie noot 5 en met name dossierpagina 141, eerste alinea

36 Zie noot 5 en met name dossierpagina 141, tweede alinea

37 Proces-verbaal simultane bewijsconfontatie d.d. 21 september 2010 in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen onder pagina 229 t/240 van het proces-verbaal PL0971/2010118184, m.n. p. 237 en 238.

38 Het relaas van de verbalisant [verbalisant 6], hoofdagent, als opgenomen in het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 27 augustus 2010, betreffende de doorzoeking van de woning [adres] 19 a te Rotterdam, dossierpagina 389, vierde en vijfde alinea.

39 Het relaas van de verbalisant [verbalisant 7], brigadier, als opgenomen in het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 1 september 2010.