Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2012:BV2632

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-01-2012
Datum publicatie
02-02-2012
Zaaknummer
TBS P10/0322
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging. Betrokkene werd op 18-jarige leeftijd veroordeeld wegens incest. De opgelegde TBS met voorwaarden werd in 2003 omgezet in TBS met dwangverpleging wegens softdrugsgebruik.

Gedurende de jaren na de door betrokkene gepleegde feiten is niet gebleken van een geneigdheid tot (het zoeken van) seksuele omgang met minderjarigen. De rapportages maken melding van oprechte spijt van betrokkene voor de door hem gepleegde feiten. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en de begeleide verloven zijn positief verlopen. Dat er thans sprake is van een impasse in het behandel- en resocialisatietraject komt niet door de dreiging van recidive, maar wordt, naar het oordeel van het hof, veroorzaakt door gedragsproblemen anderszins.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P10/0322

Beslissing d.d. 4 januari 2012

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats]

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Assen van 8 juli 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal ter zitting van het hof van 3 januari 2011;

- de tussenbeslissing van het hof van 17 januari 2011;

- het proces-verbaal ter zitting van het hof van 7 april 2011;

- de tussenbeslissing van het hof van 21 april 2011;

- het proces-verbaal ter zitting van het hof van 27 juni 2011;

- de tussenbeslissing van het hof van 11 juli 2011;

- het proces-verbaal ter zitting van het hof van 31 oktober 2011.

Het hof heeft ter zitting van 19 december 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde. bijgestaan door zijn raadsman mr D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp,

de (getuigen-)deskundigen S. van Dartel, reclasseringswerker, F. van der Leest, directeur [instelling], F. J. Oudenbroek, coördinator NIFP-IFZ, en de advocaat-generaal, mr G.J. de Haas.

Overwegingen

Het standpunt van het NIFP

Er zijn nog steeds twijfels of de veiligheid wel voldoende gegarandeerd kan worden indien de terbeschikkinggestelde wordt overgeplaatst naar [instelling] in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De plotselinge overgang van een gestructureerde omgeving naar een minder gestructureerde omgeving kan er toe leiden dat de terbeschikkinggestelde te veel prikkels krijgt en het blijft onduidelijk hoe hij daar mee om zal gaan. Het NIFP persisteert daarom bij zijn advies voor een geleidelijk resocialisatietraject. Mocht het hof toch beslissen om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen, dan zal het NIFP daar wel aan meewerken en een indicatiestelling voor [instelling] afgeven.

Het standpunt van de reclassering

De reclassering blijft bij haar standpunt zoals weergegeven in het maatregelrapport van

17 oktober 2011 en de daarop ter zitting van 31 oktober 2011 gegeven nadere toelichting. Dit betekent dat de reclassering bereid is om uitvoering te geven aan het plan van aanpak voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, hoewel de reclassering in beginsel voor een geleidelijke resocialisatie is.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Een te abrupte overgang van de terbeschikkinggestelde van een gestructureerde naar een minder gestructureerde omgeving brengt risico’s met zich mee. Desondanks heeft het hof in zijn tussenbeslissing van 17 januari 2011 een duidelijke vingerwijzing gegeven in de richting van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verlenging van de maatregel voor de duur van twee jaren en voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, met plaatsing van de terbeschikkinggestelde in [instelling].

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft verzocht om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. Ten aanzien van de verlengingstermijn is gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen daar het tot een andere beslissing komt.

De terbeschikkingstelling werd voorwaardelijk opgelegd toen betrokkene 18 jaar oud was. Betrokkene had zijn halfzusje meermalen verkracht. Daarnaast werd hij veroordeeld wegens het meermalen plegen van ontucht buiten echt met zijn halfzusje, terwijl zij op dat moment nog geen 16 jaren oud was. Van de gepleegde feiten, in het gangbare taalgebruik aangeduid als incest, is bekend dat de kans op herhaling in het algemeen klein is bij afwezigheid van de exclusieve context, in casu de gezinssituatie. Op pagina 11 van het verlengingsadvies van 12 mei 2010 wordt opgemerkt dat ‘in de risicotaxatie niet zozeer risicofactoren worden onderscheiden die duiden op een risico van een seksuele recidive’. De TBS met voorwaarden is in 2003 weliswaar omgezet in TBS met bevel tot verpleging maar die omzetting was niet het gevolg van dreigende recidive doch vanwege de onmacht zich te houden aan de voorwaarde om geen softdrugs te gebruiken.

Gedurende de jaren na de door betrokkene gepleegde feiten is niet gebleken van een geneigdheid tot (het zoeken van) seksuele omgang met minderjarigen. Er zijn geen gedragingen geobserveerd die wijzen op zoekend of versluierd obsessief gedrag in die richting. Betrokkene is daarentegen wel seksuele relaties aangegaan met volwassenen.

De rapportages maken melding van oprechte spijt van betrokkene voor de door hem gepleegde feiten. Het contact met het slachtoffer is al lange tijd genormaliseerd en zij komt regelmatig bij betrokkene op bezoek. Betrokkene heeft voorts vele begeleide verloven genoten en de ervaringen met hem tijdens die verloven zijn positief. Dat er thans geen verlofregeling is komt niet door de dreiging van recidive. Eind 2006 werd het verlof immers stopgezet vanwege een algemene maatregel na incidenten in de kliniek. De nerveuze structuur van betrokkene is van het ADHD-type met onaangepastheid en opvliegendheid. Dit zijn eigenschappen die binnen het dwingende karakter van de TBS met verpleging gemakkelijk tot een vicieuze cirkel leiden. De impasse in de kliniek werd naar het oordeel van het hof dan ook niet (primair) veroorzaakt door de vrees voor herhaling van delicten van seksuele aard, maar door gedragsproblemen anderszins.

Bij de tussenbeslissing van 17 januari 2011 heeft het hof de zaak aangehouden teneinde de reclassering een rapportage omtrent de terbeschikkinggestelde op te laten maken van een onderzoek naar de mogelijkheden om tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te komen.

In haar maatregelrapportage van 17 oktober 2011 heeft de Reclassering Nederland vervolgens een aantal voorwaarden geformuleerd waaronder de terbeschikkinggestelde zou kunnen terugkeren in de maatschappij. De reclassering heeft ter zitting van het hof op 19 december 2011 gepersisteerd bij het uitgebrachte maatregelrapport van 17 oktober 2011, inhoudende dat de reclassering voldoende mogelijkheden ziet voor de begeleiding van de terbeschikkinggestelde in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege middels een opname van de terbeschikkinggestelde bij [instelling]. De terbeschikkinggestelde heeft zich bereid verklaard om zich te houden aan de in het maatregelrapport geformuleerde voorwaarden.

Het hof is van oordeel dat het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tot een zodanig aanvaardbaar niveau is teruggebracht dat beëindiging van de dwangverpleging onder na te melden voorwaarden kan plaatsvinden.

Het hof gaat er daarbij van uit dat de reclassering strikt zal toezien op de naleving daarvan, zeker tegen de achtergrond van de eerder “mislukte” terbeschikkingstelling met voorwaarden. Gelet op het tijdsverloop sedert de formele expiratiedatum (6 juli 2010) zal het hof de terbeschikkingstelling verlengen met twee jaar.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Assen van 8 juli 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en beëindigt de verpleging van overheidswege en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

- De terbeschikkinggestelde zal zich niet schuldig maken aan enig strafbaar feit;

- Voorts zal de terbeschikkinggestelde zich onder toezicht stellen van Reclassering Nederland en zal hij zich gedragen naar de (indien nodig of gewenst schriftelijk door de reclassering vastgelegde) aan hem door of namens deze instelling te geven aanwijzingen.

- In ieder geval maakt deel uit van de aanwijzingen:

1. de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan een plaatsing bij [instelling] en de begeleiding van deze instelling, zolang deze instelling en de reclassering dit nodig achten en hij zal zich houden aan de aanwijzingen en voorschriften die daar worden gegeven;

2. de terbeschikkinggestelde zal zich inspannen werk en/of een andere zinvolle dagbesteding te verkrijgen en te behouden;

3. de terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol en/of drugs. Hij accepteert/neemt deel aan alcoholtesten/urinecontroles. De afgenomen testen en controles kunnen opgevraagd worden door de reclassering;

4. De terbeschikkinggestelde zal zonder voorafgaand overleg met en toestemming van de reclassering niet van woonplaats veranderen en hij zal telefonisch bereikbaar zijn en blijven;

5. De terbeschikkinggestelde geeft blijvend inzage in zijn financiële situatie aan de reclassering en/of [instelling];

6. De terbeschikkinggestelde zal in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht, indien dit door de reclassering noodzakelijk wordt geacht, meewerken aan een tijdelijke terugplaatsing naar [kliniek] dan wel een vergelijkbare instelling. Deze time-outplaatsing duurt zolang als dit door de reclassering en/of behandelaars nodig wordt gevonden om de terbeschikkinggestelde op verantwoorde en veilige wijze terug te laten keren naar de omstandigheden voorafgaand aan de time-out. Tijdens de time-out zullen partijen – zoveel mogelijk in overleg - beslissen op welke wijze voortzetting van het traject al of niet mogelijk en haalbaar is.

Het hof draagt aan de reclassering op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van

de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E.G. Smedema en mr W.R. Rosingh als raadsheren,

en M.G.E. Tervoort en drs. E. Harmsen als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 4 januari 2012 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.