Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV5449

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
19-12-2011
Datum publicatie
15-02-2012
Zaaknummer
P11/0445
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlengingsbeslissing TBS. Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0445

Beslissing d.d. 19 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats]

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 21 oktober 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 27 oktober 2011;

- de aanvullende informatie van [kliniek] van 28 november 2011 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 27 mei 2011 tot en met 21 november 2011.

Het hof heeft ter zitting van 5 december 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Polderman, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal,

mr I. Berben.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit de rapportages van de kliniek komt naar voren dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. De kliniek geeft aan dat, als deze ontwikkeling zich voortzet, langzaam zal worden toegewerkt naar begeleid verlof. De terbeschikkinggestelde heeft echter nog steeds behoefte aan begeleiding en structuur. Gelet op de complexe problematiek van de terbeschikkinggestelde en het hoge recidiverisico is een verlenging voor de duur van twee jaren noodzakelijk.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

In september 2009 werd door de heer P.C. Braun, destijds de behandelcoördinator van de terbeschikkinggestelde, toegezegd dat er een nieuwe resocialisatiepoging zou gaan plaatsvinden. Vervolgens kreeg de terbeschikkinggestelde een andere behandelcoördinator en is er met deze toezegging niets gedaan. Het is niet verwonderlijk dat dit veel frustratie opwekt bij de terbeschikkinggestelde. Hij begrijpt dat beëindiging van de terbeschikkingstelling thans niet aan de orde is. Toch moet er iets met deze toezegging gedaan worden, mede gelet op de positieve ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde.

De raadsman heeft verzocht om de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van slechts een jaar, met daarbij de aanwijzing dat de kliniek zal onderzoeken welke toezeggingen aan de terbeschikkinggestelde gedaan zijn met betrekking tot een nieuw resocialisatietraject.

Subsidiair wordt verzocht om aanhouding van de zaak teneinde de heer P.C. Braun als getuige-deskundige te horen.

Het oordeel van het hof

Het verzoek tot aanhouding teneinde de heer P.C. Braun als getuige-deskundige te horen wordt afgewezen, omdat het hof dit niet noodzakelijk acht.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Het hof gaat er daarbij van uit dat de komende periode helderheid zal worden verschaft omtrent de aan de terbeschikkinggestelde gedane toezeggingen met betrekking tot de mogelijkheid van een nieuw resocialisatietraject. Tevens wordt de kliniek in overweging gegeven nog eens kritisch te kijken naar (de effectiviteit van) de huidige medicatie en deze, indien nodig, aan te passen.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Arnhem van 21 oktober 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr P.L.M. van Gorkom als raadsheren,

en drs. R. Vecht-van den Bergh en drs. R. Poll als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 19 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.