Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV2649

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-12-2011
Datum publicatie
02-02-2012
Zaaknummer
TBS P11/0368
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bevestiging met verbetering van gronden.

De opvatting dat het tijdsverloop van de terbeschikkingstelling in relatie tot de ernst van het delict waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd in zijn algemeenheid niet bij de verlengingsbeslissing dient te worden betrokken is onjuist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS [nummer]

Beslissing d.d. 1 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [kliniek 1].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Almelo van 25 augustus 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 29 augustus 2011;

- de aanvullende informatie van [kliniek 1] van 8 november 2011 met als bijlage de wettelijke aantekeningen vanaf de opname van de terbeschikkinggestelde tot week 44 van 2011.

Het hof heeft ter zitting van 17 november 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door haar raadsman mr J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, en de advocaat-generaal, mr E.J. Julsing-Nijenhuis.

Overwegingen:

Het standpunt van het openbaar ministerie

Uit het verlengingsadvies en de aanvullende informatie volgt dat de terbeschikkinggestelde iedere medewerking aan behandeling weigert. Het delictgevaar is onverminderd hoog en er is nog steeds sprake van psychiatrische problematiek. De terbeschikkingstelling dient daarom met een termijn van twee jaren te worden verlengd.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en haar raadsman

In Veldzicht ging het goed met de terbeschikkinggestelde. Ze had begeleid verlof en werkte mee aan haar behandeling. De terbeschikkinggestelde is in [kliniek 2] zwanger geraakt. Vanwege die zwangerschap is zij overgeplaatst naar [kliniek 1]. In [kliniek 1] voelt zij zich niet thuis. Ze wil daarom niet meer meewerken aan haar behandeling.

Tegen de overplaatsing loopt een beroepsprocedure.

De terbeschikkinggestelde wenst een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege zodat zij voor haar kinderen kan gaan zorgen. Zij is bereid met de reclassering afspraken over de voorwaarden te maken. De raadsman heeft daartoe aanhouding van de zaak gevraagd.

Het oordeel van het hof

Het hof wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak teneinde een maatregelrapportage te laten opmaken af, omdat het hof het daarvoor te vroeg vindt. De terbeschikkinggestelde is immers recent overgeplaatst naar een andere kliniek (kliniek 1) en weigert daar medewerking aan behandeling. Er is nog immer sprake van pathologie en een hoog delictgevaar. Behandeling gaat nog geruime tijd in beslag nemen om het delictrisico tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaar. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met verbetering van het volgende.

De rechtbank heeft in haar beslissing van 25 augustus 2011 het volgende overwogen:

‘De in dit verband door de verdediging opgeworpen stelling dat de duur van de reeds ondergane terbeschikkingstelling ook dient te worden afgezet tegen de ernst van het delict waarvoor zij oorspronkelijk is opgelegd, onderschrijft de rechtbank niet’.

De opvatting dat het tijdsverloop van de terbeschikkingstelling in relatie tot de ernst van het delict waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd in zijn algemeenheid niet bij de verlengingsbeslissing dient te worden betrokken is onjuist. Voor zover de rechtbank tot uitdrukking heeft willen brengen dat de duur van de terbeschikkingstelling in de onderhavige zaak, afgezet tegen de ernst van het indexdelict, geen schending van het proportionaliteitsbeginsel met zich brengt en derhalve een verlenging van de maatregel niet in de weg kan staan, wordt de overweging door het hof onderschreven.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Bevestigt met verbetering van gronden de beslissing van de rechtbank Almelo van 25 augustus 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam].

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr C. Caminada als raadsheren,

en drs. J. Boon en drs. T. van Iersel als raden,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen als griffier,

en op 1 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.