Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV1929

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
25-01-2012
Zaaknummer
21-001116-11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BP7676, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BZ1543, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1543
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schietpartij en bedreiging met een vuurwapen in woning te Nijmegen op 12 april 2010.

Poging tot moord; bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Voorts heeft verdachte een schiet(bal)pen met bijbehorende munitie voor handen gehad.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 55
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001116-11

Uitspraak d.d.: 23 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 16 maart 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-701570-10 en 05-701825-10, tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 december 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr Van Vliet, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde (oorspronkelijk parketnummer 05/701570-10) tot een andere bewijsbeslissing en ten aanzien van het oorspronkelijk onder 05-701825-10 tenlastegelegde tot een andere kwalificatiebeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05-701570-10:

1.

hij op of omstreeks 12 april 2010 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] van het leven te beroven, opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, in de directe nabijheid van eerder genoemde personen een (vuur)wapen tevoorschijn heeft gehaald en/of (vervolgens) dat (vuur)wapen heeft doorgeladen en/of (vervolgens) van zéér korte afstand een of meer malen gericht heeft geschoten op een deur (van een slaapkamer), waarachter die [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] zich had(den) verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 12 april 2010 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] van het leven te beroven, opzettelijk in de directe nabijheid van eerder genoemde personen een (vuur)wapen tevoorschijn heeft gehaald en/of (vervolgens) dat (vuur)wapen heeft doorgeladen en/of (vervolgens) van zéér korte afstand een of meer malen gericht heeft geschoten op een deur (van een slaapkamer), waarachter die [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] zich had(den) verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 12 april 2010 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk in de directe nabijheid van eerder genoemde personen een (vuur)wapen tevoorschijn heeft gehaald en/of (vervolgens) dat (vuur)wapen heeft doorgeladen en/of (vervolgens) van zéér korte afstand een of meer malen gericht heeft geschoten op een deur (van een slaapkamer), waarachter die [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F] zich had(den) verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 12 april 2010 te Nijmegen, [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend in de directe nabijheid van eerder genoemde personen een (vuur)wapen tevoorschijn te halen en/of (vervolgens) dat (vuur)wapen door te laden en/of (vervolgens) dat doorgeladen (vuur)wapen te richten op, althans te bewegen in de richting van die [A] en/of [B] en/of [C] en/of [D] en/of [E] en/of [F];

Ten aanzien van parketnummer 05-701825-10:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 14 mei 2010 te Nijmegen en/of te Arnhem, althans in Nederland, (telkens) een of meer wapens van categorie II, te weten een schiet(bal)pen (kaliber .22), en/of munitie van categorie III, te weten 39, althans een of meer patronen (kaliber .22), voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde (parketnummer 05-701570-10) wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij het volgende.

De raadsman heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor voorwaardelijk opzet op het toebrengen van dodelijk letsel, hetgeen er toe dient te leiden dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Het hof gaat met betrekking tot dit ten laste gelegde feit uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Verdachte is op 12 april 2010 op enig moment de woning van de in de tenlastelegging genoemde personen binnengegaan terwijl hij in het bezit was van een geladen vuurwapen (pistool). Hij heeft dreigende woorden geuit en vervolgens dit vuurwapen tevoorschijn gehaald, doorgeladen en gericht. De in de woning aanwezige personen zijn daarop naar de slaapkamer gevlucht. Verdachte heeft vervolgens een schot gelost.

Verdachte heeft zowel ter zitting in eerste aanleg als ter zitting van het hof verklaard dat hij heeft geschoten vanuit het halletje tussen de voordeur en de woonkamer en dat hij niet richting de slaapkamerdeur heeft geschoten. Het hof acht deze lezing van verdachte, gelet op het proces-verbaal sporenonderzoek van 31 december 2010 en de NFI rapportages van 24 augustus 2011 en 29 augustus 2011, niet aannemelijk.

De verrichte technische onderzoeken sluiten daarentegen wel aan bij de verklaringen van de andere in de woning aanwezige personen. Het hof neemt deze verklaringen, in samenhang met de resultaten van de technische onderzoeken, dan ook als uitgangspunt.

Het hof is op grond daarvan van oordeel dat verdachte op korte afstand van de slaapkamerdeur een schot heeft gelost en daarbij heeft gericht op die (geheel) openstaande deur. Achter deze deur bevond zich op het moment van het schot [A]. Vóórdat het schot werd gelost heeft deze persoon naar verdachte gekeken en gezien dat verdachte zijn wapen op hem richtte. Het hof leidt daaruit af dat verdachte [A] ook gezien moet hebben en aldus wist dat [A] zich achter de slaapkamerdeur bevond. Terwijl [A] de slaapkamerdeur dichtdeed, waarbij hij de deur vasthoudend aan de klink naar zich toetrok, loste verdachte een schot. De kogel heeft de deur ter hoogte van het slotbeslag doorboord en heeft het pand vervolgens via het glas van de achterdeur weer verlaten. Uit het proces-verbaal sporenonderzoek blijkt dat [A] gemakkelijk in zijn hand, arm, maar ook elders in zijn lichaam geraakt had kunnen worden door het door verdachte geloste schot. Het hof leidt uit het vorenstaande af dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [A] door de door verdachte afgevuurde kogel dodelijk zou worden getroffen.

De overige personen konden niet door de kogel geraakt worden, nu zij op het moment van het schot op een plek in de slaapkamer waren waar zij zich niet in de baan van het schot bevonden. Van een aanmerkelijke kans dat zij door het schot dodelijk letsel zouden bekomen, was daarom geen sprake.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat verdachte door een schot te lossen op de slaapkamerdeur waarachter naar verdachte wist [A] zich op dat moment bevond, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [A] dodelijk zou treffen.

Tussen de verschillende handelingen (van het na de ruzie ophalen van het pistool tot het moment van schieten) heeft verdachte steeds gelegenheid gehad zich te realiseren wat hij deed en derhalve te beslissen anders te handelen dan hij heeft gedaan. Het hof is dan ook van oordeel dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft gepleegd met voorbedachten rade.

Het hof overweegt ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde in het bijzonder nog het volgende.

Het hof is – anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal – van oordeel dat ook [F] en [B] door verdachte zijn bedreigd. Dat een van hen of beiden mogelijk het doorladen en/of het richten van het wapen niet zelf heeft/hebben waargenomen neemt niet weg dat alle in de tenlastelegging genoemde personen reeds vanwege het tevoorschijn halen van het wapen zich bedreigd hebben gevoeld en om die reden in paniek naar de slaapkamer zijn gevlucht. Het hof is van oordeel dat bij alle genoemde personen de redelijke vrees is ontstaan dat verdachte hen iets aan zou doen.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de onder 2 tenlastegelegde bedreiging, namelijk voor zover het betreft [A], nu bedreiging met een levensdelict en poging tot dat levensdelict dogmatisch niet kunnen worden onderscheiden.

Het hof gaat echter – anders dan de advocaat-generaal – uit van twee op elkaar volgende gedragingen van verdachte, die afzonderlijk kunnen worden gekwalificeerd. Verdachte heeft bij binnenkomst in de woning eerst alle aanwezige personen, waaronder [A], bedreigd. Niet veel later heeft hij gepoogd [A] van het leven te beroven. Het hof is daarom van oordeel dat ook de bedreiging van [A] kan worden bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701570-10 onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 05-701825-10 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Ten aanzien van parketnummer 05-701570-10:

1.

Primair

hij op 12 april 2010 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [A] van het leven te beroven, opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, in de directe nabijheid van eerder genoemde persoon een vuurwapen tevoorschijn heeft gehaald envervolgens dat vuurwapen heeft doorgeladen en vervolgens van zéér korte afstand gericht heeft geschoten op een deur van een slaapkamer, waarachter die [A] zich had verscholen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 12 april 2010 te Nijmegen, [A] en [B] en [C] en [D] en [E] en [F], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door opzettelijk dreigend in de directe nabijheid van eerder genoemde personen een vuurwapen tevoorschijn te halen en vervolgens dat vuurwapen door te laden en vervolgens dat doorgeladen vuurwapen te richten op die [A] en [B] en [C] en [D] en [E] en [F];

Ten aanzien van parketnummer 05-701825-10 (gevoegd):

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 14 mei 2010 in Nederland, een wapen van categorie II, te weten een schiet(bal)pen (kaliber .22), en munitie van categorie III, te weten 39 patronen (kaliber .22), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 05-701570-10 onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot moord.

het in de zaak met parketnummer 05-701570-10 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

het in de zaak met parketnummer 05-701825-10 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot moord en een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht (meermalen gepleegd).

Verdachte is de woning van anderen binnengedrongen met een geladen vuurwapen en heeft hen met dat vuurwapen bedreigd, hetgeen een angstig moment voor hen moet zijn geweest. Verdachte heeft een schot op een openstaande slaapkamerdeur gelost waarachter [A] zich bevond. Dat [A] geen (dodelijk) letsel heeft opgelopen is een gelukkige omstandigheid die niet aan verdachte te danken is. Voorts heeft verdachte een schiet(bal)pen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een dergelijk vuurwapen, dat door zijn uiterlijke vorm niet direct op een vuurwapen lijkt, met daarbij behorende munitie is in zijn algemeenheid een ernstig feit. Het kan leiden tot een geweldsescalatie met alle gevolgen van dien.

Dergelijke zeer ernstige geweldsmisdrijven, die de verdachte welbewust heeft gepleegd, laten diepe sporen na bij de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken zij ernstige beroering en versterken zij gevoelens van onveiligheid en onbehagen in de maatschappij.

Het onder 1 primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de veroordeelde toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde.

Het in de zaak met parketnummer 05-701825-10 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 45, 57, 285 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-701570-10 onder 1 primair en 2 en in de zaak met parketnummer 05-701825-10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

de huls.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de schiet(bal)pen;

- de 39 bijbehorende patronen.

Aldus gewezen door

mr C. Caminada, voorzitter,

mr P.R. Wery en mr E. van der Herberg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen, griffier,

en op 23 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.