Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV0680

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
TBS P11/0410
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen gemaximeerde terbeschikkingstelling bij mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0410

Beslissing d.d. 15 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

(terbeschikkinggestelde),

geboren te (plaats) (land) op (geboortedatum),

verblijvende in FPC De Oostvaarderskliniek.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Groningen van 5 oktober 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het verlengingsadvies van FPC De Oostvaarderskliniek van 4 mei 2011;

- de vordering van de officier van justitie van 31 mei 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde van 17 oktober 2011;

- de aanvullende informatie van FPC De Oostvaarderskliniek van 22 november 2011.

Het hof heeft ter terechtzitting van 1 december 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr E.J. de Mare, advocaat te Groningen en de advocaat-generaal mr I Berben.

Overwegingen:

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Er is geen sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. De terbeschikkinggestelde heeft de structuur die de maatregel biedt nodig. Hij heeft ook zijn medicatie nog niet in eigen beheer. Het recidiverisico is zonder de gestructureerde omgeving en zonder de medicatie hoog. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Gelet op zijn problematiek heeft betrokkene zorg nodig, maar het is niet nodig die zorg vorm te geven in het kader van een terbeschikkingstelling. De terbeschikkinggestelde zou ook terecht kunnen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg.

De rechtbank is tekortgeschoten in de weerlegging van het verweer dat er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Wanneer het hof van oordeel is dat er geen sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling, dan verzoeken de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman de maatregel met slechts een jaar te verlengen. I.v.m. een mogelijke ongewenstverklaring van de terbeschikkinggestelde, hetgeen grote gevolgen zou hebben voor zijn resocialisatiemogelijkheden, is het van belang dat de rechtbank binnen niet al te lange tijd opnieuw naar de situatie kijkt..

Het oordeel van het hof

Het hof volgt de raadsman niet in zijn standpunt dat er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Uit de bewezenverklaring onder 1. in het veroordelend arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 7 mei 2007 volgt immers dat de terbeschikkinggestelde (aangever) op de hand heeft gestompt/geslagen, tengevolge waarvan voornoemde (aangever) zwaar lichamelijk letsel (een afgescheurde pees van een vinger) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Door de rechtbank is dat gekwalificeerd als mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Ingevolge art. 300, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is een dergelijk feit bedreigd met een maximale gevangenisstraf van vier jaren. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 1e Wetboek van Strafrecht. Voorts is gelet op het voorstaande tevens sprake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid Wetboek van Strafrecht. Aldus is er geen sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank overigens op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met verbetering van gronden worden bevestigd.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met verbetering van gronden de beslissing van de rechtbank Groningen van 5 oktober 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde (naam).

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr C. Caminada als raadsheren,

en prof. dr. W.J. Schudel en dr. A. Verheugt als raden,

in tegenwoordigheid van mr A.H. Hettema als griffier,

en op 15 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.