Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV0674

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-12-2011
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
TBS P11/0403
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen sprake van gemaximeerde terbeschikkingstelling bij afpersing waarbij de verbale bedreiging kracht bij werd gezet door opzettelijk gewelddadig naar aangever toe te gaan en met kracht met de vuist op de balie te slaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0403

Beslissing d.d. 15 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen

(terbeschikkinggestelde),

geboren te (plaats) op (datum),

verblijvende in FPC De Rooyse Wissel, locatie Venray.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2011, houdende afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het verlengingsadvies van FPC De Rooyse Wissel van 25 juli 2011;

- de vordering van de officier van justitie van 23 augustus 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de officier van justitie van 5 oktober 2011;

- de memorie van appel van de officier van justitie van 24 oktober 2011;

- de aanvullende informatie van FPC De Rooyse Wissel van 23 november 2011.

Het hof heeft ter terechtzitting van 1 december 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr E.J. de Mare, advocaat te Groningen en de advocaat-generaal mr I. Berben.

Overwegingen:

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het geweld dat de terbeschikkinggestelde bij het indexdelict heeft gebruikt, namelijk het slaan op de balie en het opzettelijk gewelddadig toelopen naar de aangever, is genoeg om niet te spreken van een afpersing met een louter verbale bedreiging. Derhalve is er geen sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.

De terbeschikkinggestelde is aangewezen op medicatie om stabiel te functioneren. Wanneer de maatregel wordt beëindigd is er een onverantwoord hoog risico op recidive. De terbeschikkinggestelde is blijvend afhankelijk van externe controle en structuur. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verlenging van de maatregel met een jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Gelet op de laatste jurisprudentie van het hof, is in het onderhavige geval sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. De beslissing van de rechtbank dient dan ook te worden bevestigd.

Wanneer de maatregel wel wordt verlengd dan is er sprake van een onwerkbare situatie. Er is voortdurend ruzie tussen de terbeschikkinggestelde en de behandelaars, die er alles aan doen om de terbeschikkinggestelde in de kliniek te houden. De terbeschikkinggestelde heeft het hof daarom verzocht, in het geval de maatregel niet wordt beëindigd, in de beslissing aan te geven dat hij overgeplaatst moet worden naar een andere kliniek.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen daar het tot een andere beslissing komt.

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege werd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2002 aan de terbeschikkinggestelde opgelegd ter zake van 1. afpersing en 2. bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en met brandstichting.

De vraag of de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen dient ingevolgde artikel 359, zevende lid, Wetboek van Strafvordering, in de eerste plaats te worden beoordeeld door de rechter die de maatregel oplegt. In het veroordelend arrest ontbreekt een dergelijke beoordeling.

De verlengingsrechter zal aldus zelf moeten vaststellen of er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde onder meer is veroordeeld voor het feit dat hij: ‘op 14 februari 2001 te Amsterdam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld (aangever) heeft gedwongen tot de afgifte van een medicijn (antibiotica) toebehorende aan Apotheek (naam apotheek), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, Apotheek (naam apotheek) is binnengegaan en opzettelijk gewelddadig naar die (aangever) is toegegaan en met zijn vuist met kracht op de balie van die apotheek heeft geslagen en die (aangever) en het aanwezige personeel van die apotheek dreigend de woorden heeft toegevoegd: ‘Ik moet het nu mee hebben, ik zal anders de boel hier verbouwen’, waardoor die (aangever) werd gedwongen tot bovengenoemde afgifte’.

Het hof is van oordeel dat aldus sprake is geweest van een niet-verbaal handelen door de veroordeelde, met de bedoeling om de verbale bedreiging kracht bij te zetten en de apotheker te dwingen tot afgifte van een medicijn, welk handelen naar zijn aard agressief was jegens de bedreigde. Aldus is er sprake van een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid Wetboek van Strafrecht en een niet gemaximeerde terbeschikkingstelling.

Uit de stukken blijkt dat de terbeschikkinggestelde een matig begaafde man is met een disharmonisch profiel. Vanaf de puberteit is sprake van drugsmisbruik, gokken en daaraan gerelateerd delinquent gedrag. Er is sprake van een forse cluster B persoonlijkheidsstoornis, een late onset schizoaffectieve stoornis, middelenmisbruik, pathologisch gokken en somatische co-morbiditeit.

Gelet op het thans nog aanwezige delictgevaar en de pathologie van de terbeschikkinggestelde, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Het hof gaat er daarbij vanuit dat de kliniek tegen de volgende verlengingszitting de mogelijkheden heeft verkend voor overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg. Teneinde het resultaat van een dergelijk onderzoek op niet te lange termijn te kunnen beoordelen, zal het hof de maatregel met slechts een jaar verlengen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde (naam).

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr C. Caminada als raadsheren,

en prof. dr. W.J. Schudel en dr. A. Verheugt als raden,

in tegenwoordigheid van mr A.H. Hettema als griffier,

en op 15 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.