Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV0672

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2011
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
ISD P11/0370
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Behandeling gedurende het ISD-traject is niet van de grond gekomen. Ondanks te verwachten overlast, beëindigt het hof de ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ISD P11/0370

Beslissing d.d. 12 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[betrokkene]

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [instelling].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2011, inhoudende dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de betrokkene van 17 juni 2011;

- de verklaring omtrent de stand van uitvoering van het plan van aanpak van 24 mei 2011, opgemaakt door [trajectbegeleider ISD], trajectbegeleider ISD, en [directeur P.I.], directeur van de P.I. [plaats];

- het verblijfsplan ISD van 11 november 2011, opgemaakt door [trajectbegeleider ISD], trajectbegeleider ISD, en [directeur P.I.], directeur van de P.I. [plaats];

- de pleitnota, met bijlagen, van mr G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam, overgelegd ter zitting van het hof van 28 november 2011.

Het hof heeft ter zitting van 28 november 2011 gehoord de raadsman van betrokkene, mr G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam, en de advocaat-generaal mr I. Klopper-Gerretsen.

Betrokkene heeft op 27 november 2011 schriftelijk afstand gedaan van zijn recht het onderzoek ter zitting bij te wonen. Mr Dorsman heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd betrokkene te verdedigen. De opgeroepen deskundige, mevrouw [trajectbegeleider ISD], is niet ter zitting verschenen.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

Vanuit een oogpunt van beveiliging van de samenleving is geconcludeerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.

Het standpunt van de gemachtigd raadsman

Betrokkene is een psychiatrisch patiënt voor wie de ISD-maatregel niet geschikt is. Verzocht is de ISD-maatregel met onmiddellijke ingang te beëindigen. Het is van belang dat voor hem de benodigde nazorg wordt geregeld na beëindiging van de maatregel.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Het hof dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders noodzakelijk is. Daarbij geldt gezien de wetstekst en de wetsgeschiedenis het volgende beslissingskader. Er moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drank- of drugs)overlast en verloedering van het publiek domein. Indien dat het geval is, moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt.

Op grond van de stukken valt weliswaar te verwachten dat beëindiging van de ISD-maatregel zal leiden tot overlast, echter het hof acht verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol. Gezien de psychiatrische problematiek (schizofrenie van het gedesoriënteerde type) van betrokkene en zijn gebrek aan ziektebesef, als gevolg waarvan hij hulp en behandeling weigert, kan betrokkene niet worden verweten dat behandeling gedurende het ISD-traject niet van de grond is gekomen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2011 met betrekking tot betrokkene [betrokkene].

Beëindigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders met ingang van heden.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr E.G. Smedema als raadsheren,

en dr. L. Kaiser en drs. E. Harmsen als raden,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,

en op 12 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.