Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV0671

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2011
Datum publicatie
11-01-2012
Zaaknummer
TBS P11/0415
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verbetert de gronden van de beslissing van de rechtbank: slechts een deel van de indexdelicten betreft misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0415

Beslissing d.d. 12 december 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [plaats] op [datum],

verblijvende in [kliniek], locatie [plaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Maastricht van 23 september 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 7 oktober 2011;

- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 23 juni 2011, met daarbij gevoegd de wettelijke aantekeningen over de periode van 1 april 2010 tot 1 januari 2011;

- de aanvullende informatie van de [kliniek van 24 november 2011, met daarbij gevoegd de wettelijke aantekeningen over de periode van 2 januari 2011 tot en met 30 september 2011.

-

Het hof heeft ter zitting van 28 november 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr S. Marjanovic, advocaat te ‘s-Gravenhage , en de advocaat-generaal, mr I. Klopper-Gerretsen.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

Onder verwijzing naar de (aanvullende) informatie van de kliniek is geconcludeerd de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

Verzocht is de verlengingstermijn te beperken tot een jaar teneinde de vinger aan de pols te houden. Er bestaat nog geen overeenstemming over de diagnose en - daarmee samenhangend - het te volgen traject. Het is zaak dat daar zo spoedig mogelijk duidelijkheid over komt. Ook dient het onbegeleid verlof op korte termijn te worden opgestart.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden, met verbetering als hierna genoemd, worden bevestigd.

Voor verlenging van een tbs-maatregel die als gevolg daarvan een totale duur van vier jaar te boven zal gaan, is ingevolge artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht vereist dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Het hof overweegt dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het gerechtshof

‘s-Hertogenbosch van 3 januari 2005 is veroordeeld tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege onder andere vanwege het gedurende langere tijd stelselmatig plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter en stiefdochter en het bezit van kinderporno (“medeplegen van een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd”). Het hof kwalificeert slechts de ontuchtmisdrijven als misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en is op grond hiervan van oordeel dat de duur van de terbeschikkingstelling in de onderhavige zaak niet is gemaximeerd.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met verbetering van gronden de beslissing van de rechtbank Maastricht van 23 september 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr E.G. Smedema als raadsheren,

en dr. L. Kaiser en drs. E. Harmsen als raden,

in tegenwoordigheid van mr I.H.A. Bijl als griffier,

en op 12 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.