Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BV0372

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
11-00403
Rechtsgebieden
Strafrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

leges.

Tarieventabel welstandleges gemeente Loenen is onverbindend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/648
V-N 2012/17.30 met annotatie van Redactie
Belastingblad 2012/311
FutD 2012-0143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

nummer 11/00403

uitspraakdatum: 20 december 2011

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X te Z (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 november 2010, nummer SBR 10/520 in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Stichtse Vecht (voorheen gemeente Loenen) (hierna: de Ambtenaar)

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Aan belanghebbende is op grond van de Legesverordening 2009 van de gemeente Loenen, bij schriftelijke kennisgeving (hierna: de legesnota) een bedrag van € 785,45 aan leges in rekening gebracht.

1.2 Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Ambtenaar bij uitspraak op bezwaar de legesnota gehandhaafd.

1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Utrecht (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 3 november 2010 ongegrond verklaard.

1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Ambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2011 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Ambtenaar.

1.7 De gemachtigde van belang¬hebbende heeft een pleitnota overgelegd.

1.8 Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. De vaststaande feiten

2.1 Belanghebbende heeft in 2009 in een woonschip gewoond met een ligplaats aan de a-straat 1 te Z.

2.2 Belanghebbende heeft op 1 april 2009 bij de gemeente Loenen (thans gemeente Stichtse Vecht) een aanvraag ingediend voor een vergunning voor het innemen van de ligplaats met een vervangend woonschip. Dit vervangende woonschip betrof het woonschip van de toenmalige buren van belanghebbende.

2.3 Voor het in behandeling nemen van de in 2.2 bedoelde aanvraag is aan belanghebbende op 7 juni 2009 een legesnota verzonden van € 785,45 welk bedrag is samengesteld uit een bedrag van € 292,95 wegens het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vervangen van een woonschip, verhoogd met € 492,50 voor de kosten van het advies van de commissie Welstand en Monumenten Midden Nederland (hierna: de welstandscommissie).

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1 In geschil is of de Ambtenaar terecht het bedrag aan leges heeft verhoogd met de kosten van het advies van de welstandscommissie. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de Ambtenaar bevestigend.

3.2 Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

3.3 Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank en de Ambtenaar en vermindering van de legesnota tot een bedrag van € 292,95.

3.4 De Ambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 Ingevolge artikel 2 van de Legesverordening 2009 worden onder de naam “leges” rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in de Legesverordening 2009 en de daarbij behorende tarieventabel.

4.2 In de tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2009 is onder andere het volgende opgenomen:

“Ontheffing ligplaats woonschip

(…)

16.7.2. Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verbouwen /vervangen van een woonschip als bedoeld in artikel 5.3.2.7 van de APV gemeente Loenen 1996 € 292,95

16.7.3 Indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor het advies is gevraagd van de Welstand en Monumenten Midden Nederland (…) worden de hiervoor bedoelde leges, ongeacht of de ontheffing wordt verleend, verhoogd met de kosten (inclusief BTW) van het door de commissie uitgebrachte advies.”

4.3 Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2006, nr. 39.999, LJN AS4911, BNB 2006/173, volgt dat de Legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel aan de belastingplichtige op voldoende duidelijke wijze inzicht moeten bieden in het beloop van de van hem te heffen leges (vgl. HR 22 juli 1985, nr. 22.780, BNB 1985/259). Naar het oordeel van het Hof wordt met de onder 4.2 vermelde gegevens niet op voldoende wijze duidelijkheid geboden in het beloop van de verhoging van de leges met de kosten van het advies van de welstandscommissie.

4.4 Dat, zoals de Ambtenaar tijdens het onderzoek ter zitting van het Hof nog heeft gesteld, de door de welstandscommissie periodiek vastgestelde tarieven door de gemeente gepubliceerd zijn, doet aan het voorgaande niet af. Dit stuk maakt geen onderdeel uit van de Legesverordening 2009 en de daarbij behorende tarieventabel. Het stuk is evenmin anderszins door de raad van de gemeente Loenen vastgesteld.

4.5 Hetgeen is bepaald in de tarieventabel bij de Legesverordening 2009 onder 16.7.3 is daarom onverbindend. Reeds hierom is het beroep van belanghebbende gegrond. De overige grieven van belanghebbende behoeven geen behandeling meer.

Slotsom

Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.

5. Kosten

Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 161 (= 1 procespunt ? € 161 ? 1 wegingsfactor) aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase, € 874 (= 2 procespunten ? € 437 ? wegingsfactor 1) aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 874 (= 2 procespunten ? € 437 ? wegingsfactor 1) aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep, ofwel in totaal op € 1.909.

6. Beslissing

Het Gerechtshof

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

– verklaart het tegen de uitspraak van de Ambtenaar ingestelde beroep gegrond,

– vernietigt de uitspraak van de Ambtenaar,

– vermindert de legesnota tot € 292,95,

– veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.909, en

– gelast dat de gemeente Stichtse Vecht aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 41 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 111 in verband met het hoger beroep bij het Gerechtshof.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. J.P.M. Kooijmans en mr. J. van de Merwe, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

De beslissing is op 20 december 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd de De voorzitter,

uitspraak te ondertekenen,

(J.L.M. Egberts) (R.F.C. Spek)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.