Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU8973

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
21-12-2011
Zaaknummer
200.081.244/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeoorloofde debetstand op betaalrekening bewijs aflossing schuld. Aanspraak op contractuele rente niet onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 20 december 2011

Zaaknummer 200.081.244/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: opposant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. P. Veenhoven, kantoorhoudende te Almere,

tegen

ABN AMRO Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: geopposeerde,

hierna te noemen: ABN,

advocaat: mr. G. Machiels, kantoorhoudende te Drachten.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 20 september 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter uitvoering van genoemd tussenarrest heeft [appellant] een akte uitlating producties genomen en ABN een antwoordakte.

Vervolgens heeft ABN de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. [appellant] heeft bij zijn akte uitlating producties aangevoerd dat het door ABN overgelegde transactieoverzicht de werkelijkheid niet weergeeft. Als alle daarop vermelde opnamen daadwerkelijk zouden zijn gedaan, zou het debetsaldo veel hoger moeten zijn dan het bedrag van fl 2.024,95 dat in het overzicht staat vermeld, aldus [appellant].

2. ABN heeft bij haar antwoordakte uiteengezet dat het in een aantal van de op het overzicht vermelde opnamen ging om pogingen om geld op te nemen, die blijkens de op het overzicht vermelde code "G" evenwel zijn geweigerd. Uit het transactieoverzicht blijkt dat er in die gevallen ook geen sprake is geweest van een wijziging in het saldo van de rekening.

3. [appellant], die bij zijn akte niet heeft betwist dat de rekening op 14 januari 2001 in elk geval een debetsaldo van fl. 2.024,95 vertoonde, heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat ABN niet heeft aangetoond dat [appellant] de debetstand nadien niet heeft ingelost.

4. Aldus miskent [appellant] dat op hem de bewijslast en het bewijsrisico rust van zijn stelling dat hij de schuld heeft afgelost. Het betreft immers een bevrijdend verweer. [appellant] heeft betreffende die aflossing in eerste aanleg noch in hoger beroep een bewijsaanbod gedaan. Het hof ziet ook geen aanleiding hem ambtshalve tot bewijslevering toe te laten.

5. Het hof is van oordeel dat ABN door middel van het door haar overgelegde transactieoverzicht en de daarop gegeven toelichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de rekening van [appellant] per 14 januari 2001 - de datum waarop de rekening werd geblokkeerd - een debetsaldo vertoonde van fl. 2.024,95 en dat nadien nog enkel contractuele rente is afgeschreven door de bank zodat per

14 januari 2002 sprake was van een negatief saldo van fl. 2.436,62 ofwel

€ 1.105,69.

6. Grief 1 faalt.

7. Grief 2 is gericht tegen r.o. 7 van het vonnis. Nu het hier niet gaat om een dragende overweging heeft [appellant] bij die grief in zoverre geen belang. Het hof begrijpt uit de op de grief gegeven toelichting dat deze er mede toe strekt te betogen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat ABN aanspraak maakt op de hoge contractuele rente, terwijl zij lange tijd heeft gewacht met de executie van het in 2003 gewezen verstekvonnis.

8. ABN heeft betoogd dat zij van het nemen van executiemaatregelen heeft afgezien omdat het haar bekend was dat [appellant] geen verhaal bood.

9. Het hof ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen grond om tot het oordeel te komen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat ABN aanspraak maakt op de contractueel overeengekomen rente.

10. Grief 2 faalt.

11. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat ook grief 3, die naast de overige grieven geen zelfstandige betekenis heeft, vergeefs is voorgedragen.

Slotsom

12. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van dit hoger beroep. Deze kosten worden wat het geliquideerde salaris voor de advocaat betreft aan de zijde van ABN tot aan deze uitspraak begroot op 1,5 punt naar tarief I.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep en bepaalt deze kosten voor zover gevallen aan de zijde van ABN tot aan deze uitspraak op

€ 948,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 649,-- aan verschotten;

verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. M.M.A. Wind, voorzitter, G. van Rijssen en I. Tubben

en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 20 december 2011 in bijzijn van de griffier.