Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU7465

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-12-2011
Datum publicatie
09-12-2011
Zaaknummer
21.000376/11
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BP1888, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest moordzaak Kamp.

Onderzoek wordt heropend, nu het hof het wenselijk acht dat de getuige-deskundige van het NFI ter terechtzitting wordt gehoord in verband met door het NFI verricht autosomaal en y-chromosaal DNA-onderzoek en teneinde aanvullend proces-verbaal te laten opmaken op twee punten (kleding verdachte; waarnemingen observatieteam op 20/21 januari 2010 bij de woning van verdachte).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest

Gerechtshof Arnhem

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-000376-11

Uitspraak d.d.: 9 december 2011

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 25 januari 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-900082-10 en 05-702992-10, tegen

[verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, mr J. Boksem en mr G.C. Pol, naar voren is gebracht.

Nader onderzoek

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest, aangezien het hof het wenselijk acht dat op drie punten nader onderzoek wordt verricht/een nadere toelichting wordt gegeven.

I. Biologisch contactspoor AABJ4503NL#3

Door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is DNA-onderzoek verricht naar bovenstaand spoor.1

Autosomaal DNA-onderzoek

Van het DNA in de bemonstering [AABJ4503NL]#3 van het voorpand van de trui van het slachtoffer is een autosomaal DNA-mengprofiel verkregen met daarin autosomale DNA-kenmerken van minimaal twee personen, waarvan minimaal één man (pagina 3170).

Het autosomale DNA-profiel van de verdachte [RAAD6609NL] matcht met de additionele, zwak aanwezige autosomale DNA-kenmerken in dit DNA-mengprofiel, en wel in die zin dat alle DNA-kenmerken van het DNA-profiel van de verdachte overeenkomen met DNA-kenmerken in het autosomale DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering [AABJ4503NL]#3. Een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in deze bemonstering kan van de verdachte afkomstig zijn (pagina 3173).

Y-chromosaal DNA-onderzoek

De bemonstering [AABJ4503NL]#3 is na het autosomale DNA-onderzoek onderworpen aan een Y-chromosaal DNA-onderzoek (pagina 3170).

Het Y-chromosale DNA-profiel van de verdachte matcht met het Y-chromosale DNA-mengprofiel van het mannelijke DNA in de bemonstering [AABJ4503NL]#3 van het voorpand van de trui van het slachtoffer (pagina 3174).

Verhoor van getuige-deskundige dr. A.G.M. van Gorp, deskundige NFI

Op 3 januari 2011 is de getuige-deskundige Van Gorp, NFI-deskundige, opsteller van de zojuist genoemde rapportages, door de rechter-commissaris in de rechtbank Arnhem gehoord naar aanleiding van het onderzoek naar bovenstaand spoor. Zij heeft in dat verhoor vragen beantwoord over de resultaten van het DNA-onderzoek.

Nadere toelichting

Het hof acht het wenselijk dat de getuige-deskundige Van Gorp ter terechtzitting zal verschijnen, teneinde een toelichting te geven op en vragen te beantwoorden over de resultaten van het DNA-onderzoek aan de bemonstering [AABJ4503NL]#3 van het voorpand van de trui van het slachtoffer, zoals weergegeven in de NFI rapportages, waarbij in ieder geval de vraag dient te worden beantwoord of en zo ja, in welke mate, de resultaten van het Y-chromosale DNA-onderzoek en de resultaten van het autosomale DNA-onderzoek elkaar versterken.

II. Kleding verdachte

In verschillende verhoren is verdachte geconfronteerd met het feit dat de kleding die hij volgens de analyse van de videoprint van zijn bezoek aan een Shell tankstation op 20 januari 2010 om ongeveer 14.40 uur (onder ander weergeven op pagina 1856 van het proces-verbaal van politie) gedragen heeft, niet meer aanwezig zou zijn.

Voor wat betreft zijn jas heeft verdachte daarover verklaard dat deze inderdaad niet meer vindbaar is.

De stelligheid waarmee de verhorende ambtenaren in de verhoren van verdachte melden dat ook de broek en schoenen onvindbaar zijn (bijvoorbeeld: verhoor van verdachte op 17 maart 2010, pagina 1905) laat zich niet zonder meer door de zich in het dossier bevindende processtukken verklaren.

Er is kleding in beslag genomen tijdens de doorzoekingen in de woning van verdachte op 21 januari 2010 en 3 februari 2010 (zie voor beslaglijst ondermeer pagina 1507 en verder), maar er is blijkens het fouilleringformulier weergegeven op pagina 1804 van het proces-verbaal van politie ook een 'tas met kleding' op 22 januari 2010 gebracht. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat daarin mogelijk ook de donkere broek en trui zaten, die hij op 20 januari 2010 gedragen heeft, dezelfde waarin hij ook ter terechtzitting gekleed ging.

Er bestaat voor wat betreft de inbeslaggenomen respectievelijk afgegeven kleding onduidelijkheid. Het hof acht het wenselijk dat verbalisanten in het onderhavige onderzoek hieromtrent duidelijkheid verschaffen.

Het hof verzoekt aanvullend proces-verbaal op te laten maken over de precieze gang van zaken rond de kleding van verdachte, zodat het hof zelf een conclusie kan trekken over de juistheid van de stelling dat de volgens de videoprint kennelijk door verdachte gedragen kleding op 20 januari 2010 onvindbaar is gebleken.

III. Waarnemingen observatieteam (OT)

Op 20 januari 2010 werd om 20.55 uur door de officier van justitie een mondeling bevel stelselmatige observatie gegeven op verdachte (proces-verbaal nummer 07TGO10001, d.d. 26 januari 2010, opgenomen in het BOB-dossier). Op de voet van dit bevel was het ook toegestaan gebruik te maken van foto- en/of videoapparatuur.

Uit het proces-verbaal van politie, pagina 343 - 344 (nummer 20100121.1700) blijkt dat een observatieteam op 20 januari 2010 vanaf 22.00 uur bij de woning van verdachte aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam] plaats heeft genomen. Uit dat zelfde proces-verbaal blijkt dat het observatieteam op 21 januari 2010 omstreeks 00.15 uur heeft waargenomen dat een personenauto, merk [merk], kenteken [kenteken] (de auto van verdachte) met daarin een man het terrein van voornoemde woning opreed, die zich toegang tot de woning verschafte.

In het proces-verbaal tijdlijn 20 januari 2010, pagina 1463 van het proces-verbaal van politie, staat vermeld: '0:15 uur [merk auto], [kenteken], stopt op de inrit [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam]. Er stapt een man uit en deze gaat de woning in'. Als bron staat hierbij vermeld 'OT/Journaal'.

Uit het proces-verbaal van politie blijkt niet meer dan de zojuist vermelde gegevens. Voor zover het hof heeft kunnen nagaan bevindt het OT/Journaal, waarnaar wordt verwezen op pagina 1463, zich niet in het procesdossier.

Het hof acht het wenselijk dat duidelijkheid wordt verschaft over de vraag wat het observatieteam op 20 en 21 januari 2010 bij de woning van verdachte heeft waargenomen, in het bijzonder over de kleding van verdachte bij zijn thuiskomst.

Het hof verzoekt hieromtrent aanvullend proces-verbaal op te laten maken, met daarbij gevoegd het (ontbrekende) OT/Journaal. In het aanvullende proces-verbaal dient tevens vermeld te worden of er gebruik is gemaakt van de bevoegdheid foto's en/of video-opnamen te maken. In het bevestigende geval dienen deze te worden gevoegd bij het verbaal.

Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis

Namens verdachte is - op grond dat verdachte zou moeten worden vrijgesproken en er tegen hem dus geen ernstige bezwaren meer zouden bestaan - opgemerkt dat de voorlopige hechtenis zou moeten worden opgeheven. Het hof beschouwt dit als een verzoek tot opheffing, doch is van mening dat deze bezwaren nog immer aanwezig zijn en zal het verzoek afwijzen.

BESLISSING

Het hof:

* heropent het onderzoek;

* verzoekt de advocaat-generaal aanvullend proces-verbaal te laten opmaken omtrent de kleding van verdachte (zie hierboven onder II) en de waarnemingen van het observatieteam op 20 en 21 januari 2010 bij de woning van verdachte (zie hierboven onder III);

* stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel;

* schorst het onderzoek en bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting;

* beveelt de oproeping van de getuige-deskundige dr. A.G.M. van Gorp van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) tegen het nog nader te bepalen tijdstip (zie hierboven onder I);

* beveelt de oproeping van verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving van dat tijdstip aan de raadslieden, nabestaanden en slachtoffers;

* wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Omdat verdachte in voorlopige hechtenis verblijft, zal er voorafgaand aan de inhoudelijke zitting een pro forma zitting moeten plaatsvinden.

Om de klemmende redenen dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst.

De verdachte zal tegen dit nog nader te bepalen tijdstip worden opgeroepen met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadslieden, nabestaanden en slachtoffers.

Aldus gewezen door

mr P.A.H. Lemaire, voorzitter,

mr P.R. Wery en mr A.G. Coumans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,

en op 9 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Onder andere:

* een rapportage Bloedspoorpatroononderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] in [plaatsnaam] op 20 januari 2010, opgesteld op 29 juni 2010 door dr. A.G.M. van Gorp, NFI (pagina 3061 - 3092);

* een rapportage Nadere toelichting op de resultaten van het DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] in [plaatsnaam] op 20 januari 2010, opgesteld op 6 september 2010 door dr. A.G.M. van Gorp, NFI (pagina 3167 - 3176);

* een rapportage DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer] in [plaatsnaam] op 20 januari 2010, opgesteld op 6 september 2010 door dr. A.G.M. van Gorp, NFI (pagina 3177 - 3180).