Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU7104

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-12-2011
Datum publicatie
07-12-2011
Zaaknummer
200.091.380/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onttrekking advocaat. Verval van instantie? Samenhang tussen art. 251 Rv en 6.2/6.4 LPR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 6 december 2011

Zaaknummer 200.091.380/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg gedaagde,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: thans geen, voorheen mr. R. Zwiers, kantoorhoudende te Almere, die zich heeft onttrokken,

tegen

de naamloze vennootschap

Liander N.V.,

gevestigd te Arnhem,

geïntimeerde,

in eerste aanleg eiseres,

hierna te noemen: Liander,

advocaat: mr. J.G. Keizer, kantoorhoudende te Amsterdam.

De inhoud van het tussenarrest van 20 september 2011 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Bij voormeld tussenarrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast, te houden op 10 november 2011. De comparitie heeft geen doorgang gevonden omdat de advocaat van [appellant] zich heeft onttrokken.

Vervolgens is voor het (opnieuw) stellen van een advocaat uitstel verleend aan [appellant].

Ter rolle van 22 november 2011 heeft zich voor [appellant] geen advocaat gesteld en heeft Liander arrest gevraagd, waartoe zij de gedingstukken heeft gefourneerd.

De verdere beoordeling

1.1 Liander heeft arrest gevraagd, kennelijk met het oog op art. 6.4 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr). Die bepaling - gelezen in samenhang met art. 6.2 Lpr - komt erop neer dat, indien na onttrekking zich geen nieuwe advocaat stelt, het recht van die partij vervalt om de proceshandeling waarvoor zij staat, te verrichten. De wederpartij kan alsdan verzoeken arrest te wijzen.

1.2 Liander beoogt kennelijk verval van instantie te vorderen. Het hof overweegt dat krachtens het bepaalde in art. 251 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verval van instantie slechts kan worden gevorderd indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat langer dan twaalf maanden niet is verricht en nadat de rechter, op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een roldatum heeft bepaald waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten, of om vonnis te vragen. Verval van instantie kan op die door de rechter bepaalde roldatum slechts worden gevorderd indien het voornemen daartoe ten minste twee weken vóór die roldatum aan de nalatige partij is aangezegd. De rechter wijst de vordering tot verval van instantie vervolgens toe, tenzij de proceshandeling alsnog wordt verricht of de wederpartij van de partij die het verval vordert aannemelijk maakt dat voor de vertraging van het geding een reden bestaat die deze in redelijkheid kan rechtvaardigen. Van dat laatste zal in geval van het niet opnieuw stellen van een procesadvocaat niet snel sprake kunnen zijn.

1.3 In het onderhavige geval zijn nog geen grieven genomen en is [appellant] zelfs nog niet in de gelegenheid gesteld om deze proceshandeling te verrichten. Gelet op hetgeen hiervoor onder 1.2 is overwogen, had de zaak ter rolle van 22 november 2011 moeten worden aangehouden voor 53 weken voor het stellen van een nieuwe advocaat door [appellant] en het formuleren van grieven tegen het bestreden vonnis.

1.4 Indien niet voordien na peremptoir aanzegging akte niet dienen is verleend, hetwelk tot een niet-ontvankelijkheid van het appel zou kunnen leiden, kan Liander op de in het dictum genoemde roldatum verval van instantie vorderen. Alsdan dient vervolgens een laatste uitstel aan [appellant] te worden gegeven. Eerst op die laatste roldatum kan alsdan - indien zich voor [appellant] niet alsnog een advocaat heeft gesteld en de aanzegging (van het voornemen tot het vorderen van verval van instantie) als hiervoor bedoeld tijdig is gedaan - verval van instantie worden verleend. Het hof zal de zaak derhalve aanhouden voor 53 weken.

1.5 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 11 december 2012 teneinde [appellant] de gelegenheid te bieden een nieuwe advocaat te stellen en van grieven te dienen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. K.E. Mollema, voorzitter, J.H. Kuiper en M.C.D. Boon-Niks, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 6 december 2011 in bijzijn van de griffier.