Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU6826

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
10-11-2011
Datum publicatie
06-12-2011
Zaaknummer
200.084.683/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op grond van bijzondere omstandigheden worden vader en broer in een zaak van ondercuratelestelling niet als belanghebbenden aangemerkt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 10 november 2011

Zaaknummer 200.084.683

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat mr. T.H. Dijkstra, kantoorhoudende te Zwolle,

Betrokkene:

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [betrokkene].

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 30 december 2010 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, het verzoek van [appellant] tot ondercuratelestelling van [betrokkene] (geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats]) afgewezen. De rechtbank heeft ten behoeve van [betrokkene] een bewind en mentorschap ingesteld.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 29 maart 2011, heeft [appellant] verzocht de beschikking van 30 december 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende het verzoek tot ondercuratelestelling alsnog toe te wijzen.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 12 april 2011 met bijlagen (betreffende een onjuist inleidend verzoek), een brief van 5 september 2011 met bijlage en een fax van 9 september 2011 (met het juiste inleidende verzoek), van mr. Dijkstra.

Ter zitting van 15 september 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn [appellant] en haar advocaat. Voorafgaand aan de zitting is [betrokkene] gehoord door het hof.

De beoordeling

Vaststaande feiten

1. De rechtbank heeft beslist zoals hiervoor vermeld onder 'Het geding in eerste aanleg'. Het hoger beroep richt zich tegen deze beslissing.

Procedureel

2. Het hof heeft ter zitting in hoger beroep de vraag aan de orde gesteld of de vader van [betrokkene] en zijn broer [broer] op grond van art. 798 lid 2 Rv in de onderhavige zaak aangemerkt dienen te worden als belanghebbenden. [appellant] heeft daarop aangegeven dat er al zeven jaren geen (omgangs)contact is tussen [betrokkene] en zijn vader en [betrokkene] en zijn broer en dat zij daarom ook niet als belanghebbenden in deze procedure moeten worden beschouwd. Bij [appellant] leeft de angst dat de vader en de broer deze procedure zullen aangrijpen om weer in contact te komen met [betrokkene], terwijl dit niet in het belang is van [betrokkene]. Ter onderbouwing hiervan heeft de moeder, met toestemming van het hof, stukken nagezonden bij brief van 21 september 2011. Uit deze stukken komt naar voren dat omgang met zijn vader en broer niet in het belang van [betrokkene] werd geacht, omdat zijn leven zo overzichtelijk mogelijk en met zo min mogelijk spanning dient te verlopen. In dit verband wordt onder andere verwezen naar de forse PDD-NOS problematiek van [betrokkene] en de onderliggende gezinsproblematiek. Gelet op vorenstaande bijzondere omstandigheden is het hof van oordeel dat de vader en de broer van [betrokkene], mede gelet op de langdurige afwezigheid van contact, in deze procedure niet als belanghebbenden dienen te worden aangemerkt.

De overwegingen

3. Een meerderjarige kan onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis, waardoor deze, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn of haar belangen behoorlijk waar te nemen.

4. Naar aanleiding van het verhoor van [betrokkene] heeft het hof de indruk gekregen dat er sprake is van een zodanige geestelijke stoornis dat [betrokkene], al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. De indruk wordt bevestigd door de brief van Dimence van 1 februari 2011 en de brief van 31 januari 2011 van Boslust. Uit deze stukken blijkt dat [betrokkene], vanwege autisme (PDD-NOS) en een lichte vorm van zwakzinnigheid onvoldoende inzicht in zijn handelen heeft. [betrokkene] heeft veel structuur en continue begeleiding nodig bij zijn dagelijkse functioneren. Ook op zijn stageplaats wordt hij begeleid. Door zijn uiterlijk en verbale mogelijkheden wordt [betrokkene] vaak overschat. Doordat [betrokkene] niet de gevolgen van zijn handelen overziet, bestaat het reƫle gevaar dat op enig moment misbruik van hem wordt gemaakt (ondanks alle beveiligingen die de moeder al heeft ingebouwd).

5. Het hof betrekt in zijn oordeel tevens het feit dat [betrokkene] zeer veel met computers en internet werkt. Naar het oordeel van het hof bestaat op grond van voorgaande de behoefte aan een meer ingrijpende maatregel die gericht is op de bescherming van de onder curatele gestelde. Tijdens het verhoor heeft [betrokkene] aangegeven dat hij kan instemmen met de door zijn moeder verzochte ondercuratelestelling, waarbij zijn moeder als curator zal worden benoemd. Alles overwegende acht het hof voldoende grond aanwezig om [betrokkene] onder curatele te stellen.

Slotsom

6. Gelet op het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beschikking

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van 30 december 2010 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Zwolle;

en opnieuw beslissende:

stelt [betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], onder curatele;

benoemt [appellant], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], tot curator;

wijst aan als dagbladen waarin - naast de Nederlandse Staatscourant - deze uitspraak bekend wordt gemaakt:

- het dagblad de "Stentor" te Zwolle en

- het dagblad "Trouw" te Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi (voorzitter), G.M. van der Meer en M.P. den Hollander, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 10 november 2011 in bijzijn van de griffier.