Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU5304

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
24-001010-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van diefstal met geweld tegen personen en oplichting tot een gevangenisstraf van 2 jaren. Straftoemeting: proceshouding verdachte en veelvuldige recidive spelen een rol. Geen aanleiding voor (deels) voorwaardelijke straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001010-11

Uitspraak d.d.: 21 november 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 mei 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 07-660368-10 en 07-690048-11, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 09-660824-09, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in het PPC te Amsterdam.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 september 2011 en 7 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder de parketnummers 07-660368-10 en

07-690048-11 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 3 jaren met toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen onder gelijktijdige oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. H.H Boersma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(07-660368-10)

hij op of omstreeks 12 december 2010 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg, de [straat], in elk geval op de openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 110,-- Euro, in elk geval enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van ongeveer 110,-- Euro, in elk geval enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte

- een schroevendraaier en/of een priem, in elk geval een dergelijk puntig voorwerp in/tegen de zij, in elk geval in/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geprikt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Nu al je geld" en/of "Maak hem nu open", althans woorden van een dergelijke aard en/of strekking;

(07-690048-11)

hij op of omstreeks 15 december 2010 in de gemeente [gemeente] en/of de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde], heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, zijnde een betaalde taxirit van [plaats] naar [plaats] en/of [plaats], immers heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich als (betalende) (taxi)passagier voorgedaan die de kosten van de verleende/te verlenen dienst, zijnde een taxirit, zou (kunnen) voldoen, waardoor die [benadeelde] werd bewogen tot bovenomschreven dienstverlening.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot bewijs (07-660368-10)

Ter terechtzitting van het hof d.d. 29 september 2011 heeft de raadsman van verdachte

- zakelijk weergegeven - onder meer aangevoerd dat op de camerabeelden is waar te nemen dat de vermeende dader bij de auto wegloopt, vervolgens terugloopt en met de taxichauffeur door het raamportier spreekt en vervolgens weer vertrekt. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat die camerabeelden niet passen bij de aangifte.

Mede naar aanleiding van voornoemd standpunt van de raadsman is aangever ter terechtzitting van het hof d.d. 7 november 2011 gehoord en geconfronteerd met vorenbedoelde camerabeelden. Aangever heeft ter terechtzitting van het hof als getuige een betrouwbare verklaring afgelegd, die naar het oordeel van het hof kan bijdragen aan het bewijs.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging verkregen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 en in de zaak met parketnummer 07-690048-11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

(07-660368-10)

hij op 12 december 2010 in de gemeente [gemeente] op de openbare weg, de [straat], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 110,-- Euro, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij verdachte

- een schroevendraaier of een priem in/tegen de zij heeft gedrukt en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Nu al je geld" en "Maak hem nu open";

(07-690048-11)

hij op 15 december 2010 in de gemeente [gemeente], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van valse hoedanigheid [benadeelde] heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, zijnde een betaalde taxirit van [plaats] naar [plaats], immers heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich als betalende taxipassagier voorgedaan die de kosten van de te verlenen dienst, zijnde een taxirit, zou (kunnen) voldoen, waardoor die [benadeelde] werd bewogen tot bovenomschreven dienstverlening.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

het in de zaak met parketnummer 07-690048-11 bewezen verklaarde levert op:

oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 12 december 2010 schuldig gemaakt aan een brutale overval op een taxichauffeur. Om de diefstal gemakkelijk te maken heeft verdachte met een schroevendraaier of priem in de rechterzij van die taxichauffeur gedrukt, waarna verdachte om het geld van de taxichauffeur heeft gevraagd. Nadat de taxichauffeur zijn portemonnee heeft geopend, heeft verdachte het geld uit de portemonnee weggenomen. Door zijn handelen heeft verdachte een inbreuk gemaakt op de psychische en lichamelijke integriteit van de taxichauffeur/aangever en gevoelens van angst en onveiligheid bij hem teweeggebracht.

De verdachte heeft steeds ontkend zich te hebben schuldig gemaakt aan de hem verweten overval. Wat het hof betreft is dit een ontkenning 'tegen beter weten in'. Het spreekt voor zich dat het de verdachte volstrekt vrij staat om in strijd met de waarheid te kiezen voor een ontkennende proceshouding. Die keuze heeft evenwel consequenties. In de eerste plaats ontneemt de verdachte zichzelf daarmee de mogelijkheid om spijt te betuigen omtrent het door hem veroorzaakte leed, om inzicht te betonen in het laakbare van zijn daad en om voor die daad en de gevolgen ervan ook de verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast is er de algemene ervaringsregel dat slachtoffers van geweldsdelicten een ontkenning 'tegen beter weten in' door de dader doorgaans als buitengewoon kwetsend, als extra leed toevoegend plegen te ervaren. Deze consequenties van verdachtes keuze vormen contra-indicaties voor de oplegging van een door de raadsman bepleite mildere straf.

Kort nadat verdachte in verband met het door hem op 12 december 2010 gepleegde feit in vrijheid was gesteld, heeft verdachte zich op 15 december 2010 opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van een taxichauffeur, doordat hij zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als betalende taxipassagier. Door aldus te handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het door de taxichauffeur in hem gestelde vertrouwen en aangever financieel benadeeld.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie d.d. 23 maart 2011 blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en ook de oplegging van de ISD-maatregel heeft daar kennelijk niet aan bijgedragen. Ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten, liep verdachte bovendien nog in proeftijd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf. Tot slot verdient opmerking dat de verdachte ten tijde van de door hem gepleegde feiten verbleef in een zogenaamde zorgboerderij waar hem de kans werd geboden zich te ontworstelen aan zijn verslavingsproblematiek. Het moet ten zeerste worden betreurd dat de verdachte (ook) deze kans om zijn leven een positieve wending te geven heeft verprutst.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren passend en geboden. Het hof ziet geen aanleiding - zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd - een gevangenisstraf van nog langere duur op te leggen. Anders dan de rechtbank, ziet het hof - gelet op de recidive van verdachte - evenmin aanleiding om een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, zoals de rechtbank heeft gedaan.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 499,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 110,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 210,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 07-690048-11 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in haar vordering niet worden ontvangen.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 10 mei 2010, parketnummer 09-660824-09, opgelegde voorwaardelijke geldboete. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 57, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 en in de zaak met parketnummer 07-690048-11 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 en in de zaak met parketnummer 07-690048-11 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] terzake van het in de zaak met parketnummer 07-660368-10 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 110,00 (honderdtien euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van EUR 110,00 (honderdtien euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] terzake van het in de zaak met parketnummer 07-690048-11 bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 210,00 (tweehonderdtien euro) aan materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 210,00 (tweehonderdtien euro) aan materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 15 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 10 mei 2010, parketnummer 09-660824-09, te weten van:

een geldboete van EUR 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper, griffier,

en op 21 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.