Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU4276

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
14-11-2011
Zaaknummer
200.083.072-01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De aanbevelingen van het landelijk overleg kantonsectorvoorzitters over een deskundigenverklaring bij een onderbewindstelling zijn richtlijnen waarvan kan worden afgeweken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 8 november 2011

Zaaknummer 200.083.072

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [verzoeker],

geen advocaat.

Belanghebbende:

Mando B.V.,

gevestigd te Lelystad,

hierna te noemen: Mando.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 29 november 2010 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad, een bewind ingesteld over alle goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan [verzoeker] en Mando tot bewindvoerder benoemd.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 28 februari 2011, heeft [verzoeker] verzocht de beschikking van 29 november 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende primair te bepalen dat er geen bewind zal worden ingesteld over zijn (toekomstige) goederen en subsidiair te bepalen dat een andere bewindvoerder zal worden benoemd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een tweetal brieven van 24 respectievelijk 31 mei 2011 met bijlagen, beide van mevrouw

[X], bewindvoerder bij Mando, en een brief van 14 september 2011 namens mr. M.J.H. Ruijters, kantoorhoudende te Almere, waarbij laatstgenoemde zich heeft onttrokken als advocaat van [verzoeker], omdat zij al geruime tijd geen contact meer met hem heeft kunnen krijgen.

Ter zitting van 26 september 2011 is de zaak behandeld. Hoewel [verzoeker] en Mando behoorlijk zijn opgeroepen is niemand verschenen.

De beoordeling

1. [verzoeker] is op 20 augustus 2009 psychologisch onderzocht door het Therapeutisch

Centrum Emmeloord. Daarbij is hij gediagnosticeerd met het Syndroom van

Asperger.

2. [verzoeker] heeft zich op 2 september 2010 tot de kantonrechter gewend met het

verzoek een onderbewindstelling als bedoeld in titel 19 van boek 1 BW uit te

spreken. Als reden voor zijn verzoek heeft [verzoeker] aangegeven dat hij zijn

financiële situatie niet meer onder controle heeft en dat hij een schuldenlast van ongeveer € 11.000,- heeft. [verzoeker] heeft verzocht Mando als bewindvoerder te benoemen.

3. Bij de beschikking waarvan beroep is het verzoek van [verzoeker] toegewezen. Desondanks heeft [verzoeker] daartegen appel ingesteld.

4. Primair bestrijdt [verzoeker] in hoger beroep dat hij niet in staat zou zijn zelf zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Alvorens tot onderbewindstelling kan worden besloten dient daarover een deskundigen-verklaring te worden afgelegd, aldus [verzoeker]. Subsidiair vindt [verzoeker] dat een andere bewindvoerder moet worden benoemd. Hij heeft geen vertrouwen meer in Mando. [verzoeker] wenst in aanmerking te komen voor de WSNP. Hij was in de veronderstelling dat Mando dit voor hem zou regelen in plaats van de huidige onderbewindstelling.

5. Aangezien [verzoeker] niet ter zitting is verschenen, heeft hij het hof, gelet op de overige in het dossier aanwezige informatie, niet kunnen overtuigen van zijn stelling dat hij in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Voor het oordeel dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:431 lid 1 BW acht het hof een deskundigenverklaring, zoals [verzoeker] heeft gesteld, niet noodzakelijk. De aanbevelingen van het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters waarin gesproken wordt over een dergelijke deskundigenverklaring zijn geen wettelijke voorschriften, maar richtlijnen waarvan kan worden afgeweken. Bovendien melden deze richtlijnen met zoveel woorden dat om te toetsen of zich een van de gronden voor onderbewindstelling voordoet een deskundigenverklaring op zichzelf niet vereist is. Nu ook de wet voor het instellen van beschermingsmaatregelen geen deskundigenverklaring vereist, staat het ontbreken daarvan niet in de weg aan het instellen van een onderbewindstelling.

6. Na het indienen van het appelschrift door [verzoeker] heeft zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Uit de brief d.d. 31 mei 2011 van Mando blijkt dat [X] op 6 mei 2011 een verzoek WSNP heeft gestuurd naar Maatschappelijke dienstverlening Flevoland (hierna: MDF), afdeling aanvraag WSNP. Ten tijde van de brief van 31 mei 2011 stond [verzoeker] volgens Mando bij MDF op de wachtlijst. Wanneer [verzoeker] aan de beurt is dient MDF een verzoek tot WSNP in bij de rechtbank, aldus Mando.

7. In zoverre heeft Mando dus alsnog voor [verzoeker] gedaan wat hij graag wilde. In samenhang met het niet-verschijnen van [verzoeker] ter zitting, ziet het hof hierin aanleiding geen andere bewindvoerder te benoemen. Aangezien het verdere verloop van de schuldhulpverlening aan [verzoeker] nog ongewis is, zal het hof diens onderbewindstelling in stand laten. Aldus kan zijn financiële situatie op de

daarvoor meest geëigende manier worden afgewikkeld.

Slotsom

8. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, voorzitter, R. Feunekes en I.A. Vermeulen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van

8 november 2011 in het bijzijn van de griffier.