Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BU1404

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
TBS P11/0307
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onjuiste weerlegging beroep op disproportionaliteit bij verlenging TBS-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS [nummer]

Beslissing d.d. 17 oktober 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [naam kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Alkmaar van 22 juni 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het op 18 maart 2011 op grond van artikel 509o, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van [kliniek], strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar, alsmede de in dat artikel bedoelde aantekeningen;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 24 juni 2011;

- de aanvullende informatie van [kliniek] van 12 september 2011, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 21 december 2010 tot en met 21 juni 2011.

Het hof heeft ter zitting van 3 oktober 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsvrouw mr A.L. Louwerse, advocate te Hoofddorp, en de advocaat-generaal, mr A.C.M. Welschen.

Overwegingen:

Het advies van de kliniek

Uit het verlengingsadvies van 18 maart 2011 volgt dat de terbeschikkinggestelde reeds op jonge leeftijd is begonnen met middelengebruik, op school gedragsproblemen had en uiteindelijk de middelbare school zonder diploma heeft verlaten. Hij heeft zich ontwikkeld tot een naar drugs zuchtige man, die zich geregeld manipulerend en dwingend kan opstellen. Hij is geneigd tot splijting. Zijn empatische vermogen is beperkt ontwikkeld. De terbeschikkinggestelde voelt zich snel benadeeld. Krenking kan aanleiding geven tot acting-out gedrag in de vorm van dwingend gedrag, verbale dreiging of agressie naar materiaal. Hij heeft moeite om agressieve impulsen te bedwingen. Ook het indexdelict was een impulsieve daad. Diagnostisch is sprake van een antisociale en borderline persoonlijkheidsstoornis en een verleden van middelenafhankelijkheid.

De prognose wordt door de kliniek vooralsnog als zorgelijk ingeschat. Intramurale behandeling, een verlofkader, en verdere behandeling en begeleiding in het resocialisatiecentrum van de vorige kliniek hebben niet kunnen voorkomen dat de terbeschikkinggestelde is teruggevallen in middelengebruik. Onder invloed van middelen heeft hij een ernstig incident veroorzaakt, waarbij hij een medewerker met een mes heeft bedreigd. In de huidige kliniek is daarom een nieuwe behandelpoging van start gegaan. De terbeschikkinggestelde bevindt zich nog in de beginfase van zijn behandeling. De delictgerelateerde factoren en pathologie zijn nog onvoldoende bewerkt. Er zijn een aantal belangrijke doelen waaraan gewerkt dient te worden, waarbij de verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek centraal staan. Middels diverse therapieën wordt getracht de persoonlijkheidsproblematiek te bewerken, met tot op heden onvoldoende resultaat. Hoewel de terbeschikkinggestelde een redelijk ontwikkeld ziektebesef en –inzicht heeft, blijkt hij tot op heden onvoldoende in staat de aangeleerde vaardigheden in de praktijk te brengen. Daarnaast is de zucht naar middelen nog altijd groot. Indien de terbeschikkinggestelde erin slaagt vertrouwen op te bouwen in zijn behandelaren en de sociotherapie, hij de behandeling langdurig aangaat en middelengebruik blijvend stopt, kan dit de prognose gunstig beïnvloeden. Momenteel zijn de delictrisico’s echter nog onverminderd aanwezig.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Uit de aanvullende informatie van 12 september 2011 blijkt dat er in augustus sprake is geweest van drugsgebruik. Voorts staat de terbeschikkinggestelde op een wachtlijst voor een onderzoek naar een trauma waarvan hij in de kliniek heeft aangegeven dit te hebben. Het behandelteam wil eerst de aard en omvang van een eventuele PTSS vastgesteld hebben en zal daarna bepalen wat de juiste behandeling is. Het behandelteam persisteert bij het advies om de maatregel met twee jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde is nog niet met begeleid verlof begonnen. Er is geen enkel uitzicht op het binnen een jaar afronden van de behandeling.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Er is geen enkel uitzicht op afronding van de behandeling binnen een jaar. Indien de maatregel met een jaar wordt verlengd, worden er verwachtingen gewekt die niet waargemaakt kunnen worden. De beslissing van de rechtbank dient te worden bevestigd.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De behandeling in de kliniek verloopt door omstandigheden die de terbeschikkinggestelde niet zijn aan te rekenen erg stroperig. Bovendien speelt het incident uit 2008, dat tot overplaatsing naar de [kliniek] heeft geleid, een te zware rol bij de vaststelling van de risicotaxatie. Indachtig het proportionaliteitsbeginsel dient de behandeling voortvarend ter hand te worden genomen en de termijn van de maatregel met een jaar te worden verlengd. Met een verlenging van een jaar wordt gestimuleerd dat de terbeschikkinggestelde zich maximaal in blijft zetten voor zijn behandeling en kan de voortgang van de behandeling beter in de gaten worden gehouden.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, reeds vanwege de naar het oordeel van het hof onjuiste weerlegging van het beroep op disproportionaliteit door te overwegen dat ‘de vraag van proportionaliteit al beoordeeld is ten tijde van de veroordeling van betrokkene in de onderliggende strafzaak en (deze) thans niet meer aan de orde is’. De raadsvrouw heeft zich blijkens het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg niet beroepen op disproportionaliteit bij de oplegging van de maatregel maar op de in acht te nemen proportionaliteit bij de beoordeling van de vraag of de maatregel moet voortduren.

De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is bij vonnis van 23 januari 2001 door de rechtbank Alkmaar aan de terbeschikkinggestelde opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: de voortgezette handeling van poging tot doodslag en diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen.

Gelet op de advisering door de kliniek is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Gelet op het thans nog aanwezige delictgevaar en het gegeven dat de terbeschikkinggestelde pas aan het begin van zijn behandeling staat en nog niet met begeleid verlof is begonnen, is het hof van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar geïndiceerd is. Het is immers niet te verwachten dat er binnen een jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling c.q. een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege rechtvaardigen.

Van disproportionaliteit van de maatregel door deze opnieuw te verlengen is bij afweging van alle factoren naar het oordeel van het hof (nog) geen sprake.

Het hof is met de verdediging van oordeel dat het behandeltraject van de terbeschikkinggestelde stroperig verloopt. Van de kliniek mag meer voortvarendheid worden verwacht in het tempo van de behandeling en het toewerken naar de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Alkmaar van 22 juni 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr P.H.A.J. Cremers als raadsheren,

en drs. R. Vecht-van den Bergh en drs. R. Poll als raden,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen als griffier,

en op 17 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.