Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT8910

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
24-10-2011
Zaaknummer
Avnr 1024-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Inzending dossier voor behandeling in hoger beroep onwenselijk lang, geen consequenties voor de voorlopige hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

pkn: 08-710294-11

avnr: 001024-09

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

{verdachte}

geboren te {geboorteplaats} op {geboortedatum}

verblijvende {verblijfplaats}.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Almelo van 5 juli 2011, houdende de afwijzing van het ter terechtzitting gedane verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr J. Michels, advocaat te Amersfoort, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beslissing en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 5 juli 2011.

OVERWEGINGEN:

In raadkamer van heden heeft de raadsman aangevoerd dat gelet op de lange periode tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling daarvan de voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven.

Het hof overweegt hieromtrent dat tussen het tijdstip van instellen van hoger beroep (5 juli 2011) en de behandeling van dat beroep kennelijk door ambtelijke misslagen een geruime periode is verstreken. Dit tijdsverloop moet als zeer onwenselijk lang worden beschouwd, waardoor op het hoger beroep, anders dan in artikel 71 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald, niet zo spoedig mogelijk is beslist door het hof. Tevens kan niet worden gezegd dat de beslissing op het ingestelde rechtsmiddel ‘spoedig’ als bedoeld in artikel 5 lid 4 van het EVRM heeft plaats gehad.

Dit verzuim hoeft er, mede gelet op de ernst van de hier aan de orde zijnde feiten, echter niet toe te leiden dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven, te meer nu in overeenstemming met de strekking van de op de voorlopige hechtenis betrekking hebbende bepalingen de verdere duur van de voorlopige hechtenis van verdachte onder controle van de zittingsrechter heeft gestaan en aldus binnen de daarvoor geldende termijn na de beschikking waarvan beroep door de rechter andermaal is getoetst.

Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte berust nog steeds aanwezig zijn, terwijl het hof geen redenen aanwezig acht tot opheffing van de voorlopige hechtenis, zodat de beslissing van de rechtbank met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 69 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof bevestigt de beslissing waarvan beroep.

Aldus gegeven op 14 september 2011 door mrs A.E. Harteveld, voorzitter, P. van Kesteren en G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van J. Jansen, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

De advocaat-generaal gelast voorzover nodig de tenuitvoerlegging van deze

beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte. Afschrift verstrekt aan raadsman op:

14 september 2011

Arnhem, 14 september 2011.

De advocaat-generaal,