Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT8906

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
24-10-2011
Zaaknummer
AVNR 1027-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

OM-appel tegen afwijzing vordering gevangenhouding. Vordering alsnog toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

pkn: 08-710402-11

avnr: 001027-20

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Almelo in de strafzaak tegen

{verdachte},

geboren te {geboorteplaats} op {geboortedatum},

verblijvende {verblijfplaats}.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Almelo van 7 september 2011, houdende de afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr S. Schuurman, advocaat te Breukelen, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 8 september 2011.

OVERWEGINGEN:

Naar aanleiding van hetgeen door de officier van justitie in de appelmemorie is aangevoerd en het verhandelde in raadkamer van heden is het hof van oordeel dat het wettelijk stelsel zich er in beginsel niet tegen verzet dat, indien de voorlopige hechtenis tijdens de aan de terechtzitting in eerste aanleg voorafgaande fase van het onderzoek - al dan niet op initiatief van het openbaar ministerie - in verband met het (verder) ontbreken van ernstige bezwaren als bedoeld in artikel 67 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering is beëindigd,op basis van nadien, voorafgaande aan de behandeling van de zaak ter terechtzitting opgekomen, uit nieuwe feiten en omstandigheden voortvloeiende ernstige bezwaren wederom de bewaring en in voorkomende gevallen de gevangenhouding wordt bevolen (mits aan de overige relevante wettelijke voorwaarden is voldaan). De hernieuwde toepassing van preventieve hechtenis in hiervoor bedoelde zin zal evenwel getoetst dienen te worden aan de beginselen van behoorlijke procesorde, waarbij in het onderhavige geval met name van belang zijn te achten de aard van de nieuwe bezwaren, de ernst van het feit ten aanzien waarvan wederom de voorlopige hechtenis wordt toegepast, alsmede de mate van voortvarendheid die het OM heeft betracht met het vorderen van voorlopige hechtenis na het bekend worden van de nieuwe bezwaren. Op basis van de hier relevante factoren, in onderlinge samenhang beschouwd, acht het hof, in het onderhavige geval geen strijd met evenvermelde beginselen aanwezig. In het bijzonder heeft het hof er acht op geslagen dat kort na de beëindiging van de voorlopige hechtenis een medeverdachte, die eerder nog niet geïdentificeerd was, ten aanzien van de beroving waarbij de verdachte betrokken zou zijn, een geheel nieuwe, belastende verklaring heeft afgelegd. Van handelen door het openbaar ministerie in strijd met het verbod op willekeur is het hof evenmin gebleken. De bezwaren en gronden, zoals in het bevel bewaring aangegeven, acht het hof nog steeds aanwezig. Aansluitend bij de voor de voorlopige hechtenis geldende wettelijke termijnen acht het hof het in dit geval aangewezen, met vernietiging van de beslissing van de rechtbank, de gevangenhouding te bevelen voor de in de appelmemorie aangegeven duur van 32 dagen.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep en beveelt de gevangenhouding van verdachte voor de duur van 32 dagen.

Aldus gegeven op 14 september 2011 door mrs A.E. Harteveld, voorzitter, P. van Kesteren en G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van J. Jansen, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.