Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT8487

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-10-2011
Datum publicatie
18-10-2011
Zaaknummer
21-001803-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BY9006, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2013:BY9006
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof spreekt verdachte vrij van moord en veroordeelt verdachte terzake van gekwalificeerde doodslag, diefstal met geweld en brandstichting tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001803-10

Uitspraak d.d.: 18 oktober 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 4 mei 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 oktober 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr J.C. Spigt, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na nadere omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

1.

primair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.

subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (medeplegen van) diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld) en/of (medeplegen van) poging tot diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.

2.

primair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te [pleegplaats], tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden.

subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente] en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te [pleegplaats], tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (medeplegen van) diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld) en/of (medeplegen van) poging tot diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te [pleegplaats], tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden.

3.

primair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Sim-kaartje en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of geslagen en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te [pleegplaats], zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te [pleegplaats]) en/of zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, zich heeft begeven naar (de omgeving van) de woning aan de [adres] te [pleegplaats], waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of geslagen en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van genoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te [pleegplaats]) en/of zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

4.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over de vloer en/of voorwerpen van/in een zolderkamer (van de garage) van een woning aan de [adres] te [pleegplaats] en/of die (vloei-)stof hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over het lichaam van [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) die (vloei-)stof in brand hebben/heeft gestoken en/of (aldus) brand hebben/heeft gesticht in die zolderkamer, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in (die zolderkamer van) die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in (die zolderkamer van) die woning aanwezige perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak moord

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft uit de situatie op de plaats delict afgeleid dat de slachtoffers in het hoofd zijn geschoten na een –wellicht zeer kort– moment van beraad en heeft daarom moord bewezen geacht. Het hof overweegt het volgende. De aanwijzingen die het dossier daarover bevat, en die door de rechtbank zijn gebruikt ter onderbouwing van de voorbedachte raad, zijn niet redengevend voor het aannemen van voorbedachte raad en laten naar het oordeel van het hof de mogelijkheid open dat de daders hebben gehandeld in een panieksituatie. Dat de slachtoffers gekneveld op de grond lagen en zich niet in dezelfde ruimte bevonden kan net zo goed passen in een overval-scenario waarbij de slachtoffers gescheiden van elkaar onder druk zijn gezet om informatie te verschaffen. Dat er slechts één schot op elk slachtoffer is gelost, is gelet op het feit dat de slachtoffers niet meer mobiel waren niet zo vreemd en duidt niet zonder meer op een weldoordachte daad.

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal betoogd dat er meer aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van voorbedachte raad. Hij wijst op de voorbereiding: er is een verkenning geweest en er zijn nummerplaten gestolen en nummerplaten afgeplakt. De Fiat is gecamoufleerd, er is tape en een slagwapen meegenomen en er is sprake van aparte telecommunicatiemiddelen. Ook was er volgens de advocaat-generaal sprake van een goed gecoördineerde actie: in het feit dat de daders ervoor hebben gezorgd dat de slachtoffers niet konden bellen ziet hij ook ondersteuning voor bewezenverklaring van moord. Het hof volgt de advocaat-generaal niet in deze redenering. Naar het oordeel van het hof zijn de genoemde omstandigheden niet redengevend voor voorbedachte raad. Ze passen even goed bij een goed voorbereide diefstal of overval, en laten de mogelijkheid open dat het doden van de slachtoffers vervolgens in een opwelling of panieksituatie is gebeurd. Nu niet is komen vast te staan dat er sprake was van voorbedachten raad zal verdachte worden vrijgesproken van moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Gevoerde verweren

De verdediging meent dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 tot en met 4. Het door verdachte aangevoerde alternatieve scenario is aannemelijk.

Marokkaanse afpersers

Bij de rechtbank heeft verdachte voor het eerst -kort samengevat- de volgende verklaring afgelegd. Verdachte en zijn familie werden al geruime tijd bedreigd door Marokkanen uit Rotterdam van wie hij geld had geleend. Op 23 september 2008 is verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onder bedreiging van een wapen naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in [pleegplaats] gegaan waar hij om geld moest vragen. [getuige 1] is ook meegegaan vanaf de loods maar mocht, nadat verdachte eerst bij [getuige] in Tilburg was geweest, van de Marokkanen terug naar huis. Toen verdachte in de woning in [pleegplaats] was werd er aangebeld en stormden de Marokkanen de woning binnen. De situatie was chaotisch en verdachte belandde samen met [slachtoffer 2] op de zolder van de garage. Verdachte herinnert zich niet wat er gebeurd is maar verklaart dat hij wakker werd en dat er een brand woedde. Verdachte is naar buiten gevlucht, heeft nog vergeefs geprobeerd weer in de woning te komen en is door de politie en brandweer met ernstige brandwonden aangetroffen op de oprit van de woning. Ter zitting in hoger beroep heeft verdachte zijn verklaring herhaald. Verdachte heeft daaraan toegevoegd dat het geleende geld niet voor hem zelf was maar voor een kennis.

Beoordeling alternatieve scenario

Het dossier bevat geen serieuze aanwijzingen die het alternatieve scenario van verdachte ondersteunen. Er is geen technisch bewijs dat er onbekende derden bij de zaak betrokken zijn. De politie heeft de verklaring van verdachte dat hij geld leende van Marokkanen die hij kende van de markt in Rotterdam onderzocht. De politie heeft een onderzoek ingesteld op twee markten in Rotterdam en verschillende getuigen gehoord. Geen van de getuigen kende verhalen over Marokkanen uit Rotterdam die geld leenden aan anderen.

Wel zijn er de verklaringen van verdachte, zijn echtgenote [getuige 1] en [getuige 2].

Getuige [getuige 2] heeft bij de politie, de rechter-commissaris en de rechtbank meerdere verklaringen afgelegd. In zijn eerste (telefonische) verklaring tegenover de politie verklaarde [getuige 2] dat hij [verdachte] geld had geleend omdat hij bedreigd werd door Oost-Europeanen. In een latere verklaring wordt [getuige 2] uitdrukkelijk gevraagd wat hij weet van Marokkanen. [getuige 2] verklaart dat hij daar nooit over heeft gehoord.

Op 15 december 2009 verklaart [getuige 2] dat de mensen die [verdachte] hadden afgeperst bij hem langs waren geweest; het waren Marokkaanse mensen. Vanwege angst had hij bij de politie niets over Marokkanen verklaard. [getuige 2] wil de namen van de Marokkanen niet noemen en geeft op bepaalde vragen geen antwoord.

[getuige 2] wordt vervolgens bij de rechtbank als getuige gehoord. [getuige 2] verklaart dat hij het verhaal van de Marokkanen inmiddels zelf heeft ondervonden. Wanneer er verder wordt doorgevraagd geeft de getuige alleen nog korte antwoorden of verklaart hij zich dingen niet meer te kunnen herinneren. Ter zitting in hoger beroep heeft [getuige 2] verklaard zich niets te kunnen herinneren.

Het door verdachte geschetste scenario over Rotterdamse Marokkanen vindt weliswaar deels steun in een verklaring van [getuige 2], maar het hof acht deze verklaring niet geloofwaardig nu hij hier pas in een veel later stadium mee komt, nadat hij eerst verklaard heeft dat verdachte geld leende bij Oostblokmensen uit Amsterdam en hij, uitdrukkelijk ernaar gevraagd, heeft verklaard nog nooit te hebben gehoord van de Marokkanen. Ook weigert [getuige 2] vragen te beantwoorden die zouden kunnen leiden naar de identiteit van de Marokkanen.

Over de verklaringen van verdachte en [getuige 1] overweegt het hof het volgende.

Op 3 december 2008 vindt een doorzoeking plaats in de woning van verdachte en [getuige 1]. In de handtas van [getuige 1] wordt een brief aangetroffen. Enkele passages van die brief luiden als volgt:

‘Als er DNA van [medeverdachte 1] wordt gevonden dan moeten jullie het volgende verklaren:

We hebben gelogen omdat we bedreigd zijn.

[verdachte] jij kwam thuis van [getuige] en ging naar boven (telefoon boven op je nachtkastje gelegd ? dit alleen vermelden als ze er naar vragen).

Je kwam thuis om ± 10.00 (22.00u). Je hoorde lawaai beneden en ging kijken ([getuige 1] sliep). [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren beneden met twee, drie vier mannen met bivakmutsen en pistolen en werden onder schot gehouden. Jullie moesten mee. De rode auto had je op de jouw bekende plaats gezet want die deed het niet meer goed.

Jullie kregen een blinddoek om en handen werden vastgebonden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] moesten met de zilveren auto mee en 1 van die mannen ging rijden en 1 hield de jongens onder schot. [verdachte] moest met die ander mee en werd op de achterbank gelegd, en toen werden ook [verdachte] z’n benen vastgebonden. Onder bedreiging moesten jullie naar [slachtoffer 1] toe rijden. Ze wisten al het adres (hoe dat weet je niet). Geen details vermelden over hoe ze praten of huidskleur o.i.d. Ook niet over de auto waarin [verdachte] mee moest, want je was geblinddoekt. Bij [slachtoffer 1] moest [verdachte] uitstappen en aanbellen en binnen komen. Daarna ...

heb ik een klap op m’n hoofd gehad en weet ik niks meer. [medeverdachte 1] heeft kunnen vluchten en is thuis gekomen waar hij alles verzwegen heeft omdat hij bang was en hoopte dat [medeverdachte 2] en ik later vrij gelaten zouden worden. [medeverdachte 1] moet ook vertellen dat hij liftend was (dus niet met de taxi) naar huis is gekomen.

[verdachte]: goed bedenken wat je gaat zeggen over wat je gehoord hebt (schoten) bv je kwam een beetje bij en hoorde schoten (is aannemelijk). [...]

[medeverdachte 1] en jij moeten nog samen bespreken wanneer hij gevlucht is en wat hij heeft gezien.

([medeverdachte 2] weten jullie niks van). Misschien is hij vermoord of ook gevlucht en verdronken??!

Ze zullen zich natuurlijk afvragen waarom [medeverdachte 1] niks gezegd heeft. Gewoon uit angst en paniek en kon toen niet meer terug. [...] Toen jij bij kwam wist je niks meer. Dit is stukje bij beetje terug gekomen. ...’

In een ander handschrift is hieraan de tekst toegevoegd:

‘als die taximan al heeft gesprooken met politie: ik ben gelift tot Utrecht of Tilburg.

En toen de taxi. Miss heeft die ... vrachtautoman wel gepraat.

Mijn kleding was nat. IK WEET NIET

Miss weten ze het al aleen wille ze [onleesbaar] over de telefoon zegge als er geen hart bewijs is, kenne ze jou ook nix maken’.

Ter zitting van het hof bevestigt [getuige 1] dat het laatste deel van de brief door [medeverdachte 1] is geschreven. [getuige 1] is meerdere malen als getuige gehoord door de politie. Pas op 1 maart 2009 verklaart [getuige 1] voor het eerst over de bedreigingen door Marokkanen. Gevraagd naar de brief die bij [getuige 1] is aangetroffen, verklaart zij dat ze deze brief heeft geschreven voor [verdachte] om hem te laten herinneren wat er allemaal is gebeurd. De politie confronteert [getuige 1] met het feit dat hetgeen in de brief staat niet klopt met wat zij nu heeft verklaard. [getuige 1] verklaart daarop dat wat er in de brief staat verzinsels zijn, om het zo min mogelijk belastend over te laten komen. Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris beroept [getuige 1] zich op haar verschoningsrecht, wanneer er wordt gevraagd naar de verschillen tussen de brief en de verklaringen bij de politie van 1 maart en 10 maart 2009.

De inhoud van de brief duidt naar het oordeel van het hof op het afstemmen van verklaringen en het creëren van een alternatief scenario. Uit verschillende uitgewerkte OVC gesprekken, onder meer op 10 en 24 mei 2009 tussen [getuige 1] en verdachte, kan worden afgeleid dat [getuige 1] en verdachte praten over welke verklaring moet worden afgelegd.

Verdachte heeft steeds andere verklaringen afgelegd over het gebeurde. Verdachte heeft pas voor het eerst bij de rechtbank de verklaring over de Marokkanen afgelegd. Nu, in hoger beroep, heeft verdachte zijn verklaring op één onderdeel weer gewijzigd, in die zin dat verdachte heeft verklaard dat het geleende geld niet voor hem zelf was maar voor een kennis.

Voor het hof doet tenslotte afbreuk aan de aannemelijkheid van het scenario van verdachte dat hij op weg van de loods naar [getuige] twee keer heeft getelefoneerd met geluidsstudio’s. Het plegen van deze telefoontjes kan het hof moeilijk rijmen met de verklaring van verdachte dat hij en zijn gezin op dat moment werden bedreigd door gewapende Marokkanen. Ook valt niet goed in te zien waarom [getuige 1], nog voordat er geld verkregen was, naar huis mocht.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de door de verdachte gepresenteerde versie van de gebeurtenissen ongeloofwaardig en onaannemelijk is.

Aanwezigheid en betrokkenheid [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Verdachtes aanwezigheid in de woning in [pleegplaats] wordt door de verdediging niet betwist. Ten aanzien van de aanwezigheid van [medeverdachte 1] heeft getuige [getuige 1] bij de politie verklaard dat voor zover zij wist, [medeverdachte 1] binnen was geweest in [pleegplaats]. In een later verhoor verklaart [getuige 1]: ‘ik wist natuurlijk dat [medeverdachte 1] in de woning was geweest in [pleegplaats] want dat had hij mij eerder verteld’. Het hof gelooft dat deze verklaring van [getuige 1] waar is. Ze verklaart dit immers als ze geconfronteerd wordt met de inhoud van de eerdergenoemde brief die in haar tas gevonden is. Zij verklaart dat ze de zin: “Als er DNA gevonden wordt van [medeverdachte 1] dan moeten jullie het volgende verklaren:” heeft geschreven omdat ze wist dat er bij [medeverdachte 1] DNA was afgenomen en omdat ze wist dat [medeverdachte 1] in de woning was geweest. Kortom: [medeverdachte 1] heeft haar verteld dat hij binnen is geweest en [getuige 1] onderneemt daadwerkelijk actie om voorbereid te zijn op de mogelijkheid dat zijn DNA er wordt gevonden. [getuige 1] verklaart verder bij de politie dat [medeverdachte 1] de betreffende nacht thuis kwam, dat zij al in bed lag en dat zij zag dat [medeverdachte 1] natte kleding had. [getuige 1] verklaart dat [medeverdachte 1] haar vertelde dat hij en [medeverdachte 2] waren gevlucht omdat er brand was en dat zij een heel eind hadden gelopen en dat zij moesten zwemmen. [medeverdachte 1] vertelde haar dat [medeverdachte 2] het niet kon volhouden en was verdronken. [medeverdachte 1] had nog naar [medeverdachte 2] gedoken. Ter zitting van het hof is deze laatste verklaring aan getuige [getuige 1] voorgehouden. [getuige 1] bevestigt dat [medeverdachte 1] dit zo aan haar had verteld. Nadat de getuige deze verklaring ter zitting heeft afgelegd heeft de verdediging deze niet betwist.

Uit de verklaring van [getuige 1] blijkt dat [medeverdachte 1] tegelijk met [medeverdachte 2] moet zijn weggegaan bij de woning in [pleegplaats]. Het hof gaat er derhalve van uit dat [medeverdachte 1] er van begin tot eind samen met [verdachte] bij is geweest. [medeverdachte 1] was erbij toen de Fiat werd gehuurd, er zijn vingerafdrukken aangetroffen van [medeverdachte 1] op de tape waarmee de Belgische kentekenplaten zijn bevestigd, hij is meegegaan naar de woning in [pleegplaats] en hij is, zo blijkt uit [getuige 1]’s verklaring, binnen in de woning geweest en op een zeker moment gevlucht.

Verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] in de woning heeft gezien toen hij binnen was. Deze verklaring heeft hij ter zitting bevestigd. Het kruisje van de ketting van [medeverdachte 2] is aangetroffen op de oprit van de woning. Bij de vondst van het lichaam van [medeverdachte 2] in de [naam meer] werden onder meer een paar zwarte handschoenen en een paar blauwe handschoenen in de zakken van [medeverdachte 2] aangetroffen. Uit forensisch onderzoek blijkt dat er een sterke aanwijzing is voor direct contact tussen (één van) de handschoenen en de tape op de handen van [slachtoffer 1]. Een contact tussen de zwarte handschoenen en de tape van [slachtoffer 2] kan niet worden uitgesloten. Bovenstaande wijst erop dat [medeverdachte 2] voorwerpen bij zich had om te gebruiken bij de overval in de woning en dat hij of een van de mededaders de handschoenen heeft gedragen tijdens het tapen van de slachtoffers.

Het hof gaat er derhalve van uit dat naast [verdachte] ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de woning aanwezig zijn geweest. Uit de camerabeelden van de beveiligingscamera’s bij [getuige] en de verklaring van verdachte blijkt dat zij rond 21.00 uur uit Tilburg zijn weggereden. Uit het onderzoek door de politie blijkt dat omstreeks half 2 een brand is gemeld. Het hof gaat er dan ook van uit dat de verdachten geruime tijd in de woning zijn geweest.

De voorhanden zijnde bewijsmiddelen wijzen overtuigend in de richting van verdachte, zijn zoon en [medeverdachte 2] als degenen die betrokken zijn geweest bij het gebeurde in de woning in [pleegplaats]. Over wat er precies in de woning is gebeurd zegt verdachte zich weinig te kunnen herinneren. [medeverdachte 1] heeft niet verklaard. [medeverdachte 2] is dood. Het hof kan niet anders dan gevolgtrekkingen verbinden aan de feiten en omstandigheden die het hof wel bekend zijn. Tegen de achtergrond van al het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachte zich samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig heeft gemaakt aan doodslag op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Dat zelfde geldt ook voor de diefstal en de brandstichting in de woning.

Anders dan de rechtbank acht het hof niet bewezen dat er bij de overval ook geld is weggenomen. Het enkele feit dat getuigen hebben verklaard dat er altijd veel contant geld in de woning aanwezig was is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van diefstal van geld te komen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten medeplegen van diefstal met geweldpleging van een SIM-kaartje en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

2.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en brand hebben/heeft gesticht in de woning aan de [adres] te [pleegplaats], tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten medeplegen van diefstal met geweldpleging van een SIM-kaartje en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

3.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Sim-kaartje toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of geslagen en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten en die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in de woning aan de [adres] te [pleegplaats], zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te [pleegplaats]) en zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

4.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, te [pleegplaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten in een woning aan de [adres] te [pleegplaats] en die (vloei-)stof hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over het lichaam van [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) die (vloei-)stof in brand hebben/heeft gestoken en/of (aldus) brand hebben/heeft gesticht ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige persoon, te weten [slachtoffer 2] te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

De eendaadse samenloop van:

telkens

Medeplegen van doodslag, gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

en

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

Medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.

Strafbaarheid van de verdachte

Toerekeningsvatbaarheid

Bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte is onder meer gelet op de conclusies, vermeld in een pro justitia rapport, opgemaakt door A.E. Grochowska, psychiater en R.J.A. van Helvoirt, psycholoog, beiden verbonden aan het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum, psychische observatiekliniek te Utrecht inhoudende -zakelijk weergegeven- dat de vraag naar het bestaan van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens ontkennend moet worden beantwoord. Er zijn evenmin aanwijzingen dat voorafgaand aan en ten tijde van het tenlastegelegde – indien bewezen – er sprake was van een stoornis. Bij het ontbreken van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten tijde van het tenlastegelegde wordt verdachte volledig toerekeningsvatbaar geacht.

Het hof neemt voormelde conclusie over en maakt deze tot de zijne. Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten de verdachte kunnen worden toegerekend.

Beroep op psychische overmacht

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte zich ten tijde van het plegen van het feit in een overmachtssituatie bevond. Verdachte had vele schulden en heeft blijkbaar onder een wezenlijke en buiten normale – met name psychische – druk gehandeld waardoor er geen sprake was van wilsvrijheid.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat er sprake is van een onmiddellijk van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden. Weliswaar is aannemelijk dat de grote schulden bij verdachte enige drang hebben teweeggebracht, maar naar het oordeel van het hof was die drang niet dusdanig dat verdachte niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Het verweer wordt daarom verworpen.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich samen met zijn zoon en een vriend van zijn zoon schuldig heeft gemaakt aan gruwelijke strafbare feiten tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Beide slachtoffers zijn van dichtbij door het hoofd geschoten terwijl zij gekneveld op de grond lagen. Bij [slachtoffer 1] werden tekenen van uitwendig geweld geconstateerd, bij leven ontstaan. Bij [slachtoffer 2] werden tekenen van verwurging geconstateerd en was er sprake van verbranding van grote delen van het lichaam, tevens bij leven ontstaan. De afschuwelijke daden in de woning in [pleegplaats] zijn gepleegd om geld. Verdachte had grote schulden. Het is schokkend dat hij zijn problemen probeert op te lossen door de familie [familie], waarmee verdachte en zijn zoon op goede voet stonden, te slachtofferen.

Aan de nabestaanden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is onnoemelijk veel leed toegebracht. De ter zitting afgelegde slachtofferverklaringen hebben nogmaals duidelijk gemaakt hoe zeer de slachtoffers gemist worden, en hoe het leven van degenen die van hen hielden is veranderd. De nabestaanden zullen bovendien moeten leven met het feit dat veel vragen over het hoe en waarom onbeantwoord zullen blijven. Feiten als de onderhavige schokken daarnaast de rechtsorde ernstig en brengen gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij teweeg.

Bij de bepaling van de straf heeft het hof acht geslagen op het strafblad van verdachte en zijn aandeel in de gepleegde feiten. Ook is gelet op de straffen die in andere, enigszins vergelijkbare zaken zijn opgelegd, en op het feit dat het hof vrijspreekt van moord. Hoewel de wetgever op gekwalificeerde doodslag hetzelfde strafmaximum heeft gesteld als op moord, acht het hof in deze zaak minder bewezen dan de rechtbank, en dat maakt dat de straf ook lager zal zijn dan de rechtbank heeft opgelegd.

Verdachte is degene die zijn gezin in grote financiële problemen heeft gebracht, en daarmee de aanleiding heeft geschapen voor de feiten. De relatie tussen vader en zijn destijds jonge meerderjarige zoon was geen gelijkwaardige.

Het hof is dan ook van oordeel - alles overwegende - dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 25 jaar de passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 55, 57, 63, 157, 288 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr C. Caminada en mr M.S. Groenhuijsen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr I.I.D. Leene, griffier,

en op 18 oktober 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.