Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT6713

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-03-2011
Datum publicatie
05-10-2011
Zaaknummer
21-002711-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan.

Teruggave kraanwagen aan maatschap [naam maatschap], omdat aannemelijk is geworden dat de kraanwagen toebehoort aan maatschap [naam maatschap].

Wetsverwijzingen
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002711-10

Uitspraak d.d.: 8 maart 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Almelo van 10 juni 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode en woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 februari 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt ten aanzien van het beslag.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 9 juli 2009 in de gemeente Haaksbergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, één of meer radiozendappara(a)t(en), heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van dat/die radiozendappara(a)t(en) op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 juli 2009 in de gemeente Haaksbergen opzettelijk één radiozendapparaat heeft aangelegd, aangelegd aanwezig heeft gehad en heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zonder dat hem een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend, opzettelijk een radiozendapparaat aangelegd, aangelegd aanwezig gehad en gebruikt. Verdachte heeft daarmee de Telecommunicatiewet geschonden.

De richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet kent als uitgangspunt voor een feit als het onderhavige een straf van 50 basispunten, hetgeen neerkomt op een geldboete van

€ 1.450,-. Het hof zal hiervan in beginsel uitgaan.

Ten voordele van de verdachte heeft het hof bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 februari 2011, niet eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van strafbare feiten.

Gelet op voorgaande is het hof – met de advocaat-generaal – van oordeel dat kan worden volstaan met het opleggen van een geldboete van € 1.200,-, subsidiair 22 dagen hechtenis.

De in beslag genomen voorwerpen

Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van de hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde.

Voor wat betreft de inbeslaggenomen mobiele kraanwagen geldt het volgende. Deze kraan is onder verdachte in beslag genomen. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat deze kraan aan maatschap [naam maatschap] toebehoort en dat deze kraan ook per 1 januari 2011 door de maatschap is verzekerd. Uit het dossier volgt voorts onder meerdat de kraan door [naam] is verzekerd. Het hof acht aannemelijk dat de inbeslaggenomen mobiele kraanwagen toebehoort aan maatschap [naam maatschap]. Van omstandigheden als bedoeld in art. 33a, tweede lid, Wetboek van Strafrecht is niet gebleken. Om die reden zal de teruggave worden gelast van deze kraanwagen aan de rechthebbende daarvan, voornoemde maatschap.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op economische delicten en artikel 10.9 van de Telecommunicatiewet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.200,00 (duizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis.

De in beslag genomen voorwerpen

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 zelfbouw FM radio zender, 2 RF vermogensversterkers en 6 FM antennes.

Gelast de teruggave aan maatschap [naam maatschap] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 mobiele kraanwagen.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr B.P.J.A.M. van der Pol en mr H.W. Koksma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L.J.J.G. Verhaeg, griffier,

en op 8 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.