Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT6601

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-03-2011
Datum publicatie
05-10-2011
Zaaknummer
21-003985-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het vervoeren van een varken niet in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage 1, punt 2 onder a van de Verordening (EG) Nr. 1/2005, immers was voornoemd varken niet geschikt voor het voorgenomen transport, aangezien dit varken een chronisch profilerende ontsteking rond het ellebooggewricht had waardoor het dier niet in staat was zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen. Het dier had derhalve niet vervoerd mogen worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003985-09

Uitspraak d.d.: 8 maart 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Almelo van 8 oktober 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte].,

gevestigd te [geboorteplaats], [adres],

door de vertegenwoordiger van verdachte opgegeven postadres:

[postcode en plaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 februari 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 30 september 2008 te Haaksbergen in de gemeente Haaksbergen, een varken heeft vervoerd niet in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage 1, punt 2 onder a van de Verordening (EG) Nr. 1/2005, immers was voornoemd varken niet geschikt voor het voorgenomen transport, aangezien dit varken een chronisch profilerende ontsteking rond het ellebooggewricht bestaande uit bloederig pus omgeven door bindweefsel (haemopurulente profilerende periarthritis) had.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 30 september 2008 te Haaksbergen in de gemeente Haaksbergen, een varken heeft vervoerd niet in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage 1, punt 2 onder a van de Verordening (EG) Nr. 1/2005, immers was voornoemd varken niet geschikt voor het voorgenomen transport, aangezien dit varken een chronisch profilerende ontsteking rond het ellebooggewricht bestaande uit bloederig pus omgeven door bindweefsel (haemopurulente profilerende periarthritis) had.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het verweer van verdachte was uitdrukkelijk gericht op vrijspraak maar de argumenten die hij aanvoerde hebben betrekking op de vraag of hem van dit feit een verwijt kan worden gemaakt. Zij worden verderop in dit arrest behandeld.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 59 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat hij niet heeft gezien dat het betreffende varken dat hij heeft vervoerd zodanig verwond was dat dit niet geschikt was om te vervoeren en dat hem daaromtrent niets te verwijten valt.

Het hof vat het door verdachte gevoerde verweer op als een beroep op de afwezigheid van alle schuld (avas), waardoor verdachte, bij honorering van het verweer, niet strafbaar zou zijn.

Uit de technische voorschriften in bijlage 1, punt 2 onder a van de Verordening (EG) nummer 1/2005 volgt dat gewonde, zwakke en zieke dieren niet in staat worden geacht om te worden vervoerd indien het dier niet in staat is zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen. Uit de in eerste aanleg door de getuige-deskundige E.J. Postma afgelegde verklaring volgt dat het betreffende varken kreupel was. Uit de verklaring van getuige-deskundige N.S.J. Hoogland komt naar voren dat het varken zijn linkervoorpoot niet kon belasten en dat ook het strekken van de poot niet mogelijk was. Bij de poot van het varken was een mengsel van bloed, pus en bindweefsel aanwezig. Met name de aanwezigheid van bindweefsel duidde erop dat minimaal twee weken sprake was van een ontsteking. Naar het oordeel van het hof staat met de bevindingen van deze dierenartsen vast dat het varken niet in staat was zich pijnloos te bewegen en daarmee niet vervoerd had mogen worden.

Uit de daarin duidelijk uitgesproken bedoeling van verordening 1/2005 volgt dat het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol verlangt dat de Gemeenschap en de lidstaten bij het formuleren en uitvoeren van het landbouw- en vervoerbeleid ten volle rekening houden met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren. Een doel van de verordening is om strengere voorwaarden vast te stellen teneinde de dieren pijn en leed te besparen en het welzijn en de gezondheid van de dieren tijdens en na het vervoer te beschermen. Gegeven de bevindingen van de beide dierenartsen, miskende het vervoeren van het varken in die conditie, waarom het welzijn van het dier vroeg. Aan verdachte is, als vervoerder van vee, de taak opgelegd om te zien of een varken geschikt is om te vervoeren of niet. Verdachte had behoren te zien dat het varken niet geschikt was om te vervoeren. Dat de in de praktijk gevolgde werkwijze daarop niet is ingericht en in het bijzonder in het licht van de druk waaronder door vervoerders van vee moet worden gewerkt tegen een in het licht van hun eigen verantwoordelijkheid misschien inderdaad wel te geringe vergoeding, doet aan het voorgaande niet af. Het hof verwerpt het door verdachte gevoerde verweer. Het is niet gesteld of gebleken dat verdachte, maar dan met de zorg en de aandacht die hij, gelet op zijn eigen, op eerder genoemde verordening terug te voeren, verantwoordelijkheid had moeten geven niet zou hebben kunnen (en moeten) opmerken dat het varken in kwestie niet vervoerd had mogen worden.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op het maatschappelijk functioneren van verdachte en haar draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een dier vervoerd terwijl dit dier niet geschikt was voor transport en daarmee verzuimd de op dit punt geldende regelgeving na te leven.

Ten voordele van verdachte is in de strafoplegging meegewogen dat verdachte blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 februari 2011 niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld terwijl hij al jarenlang vee vervoert. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zijn onderneming in 2010 noodgedwongen moest worden verkocht en dat de financiële gevolgen daarvan tot op heden merkbaar zijn.

In deze omstandigheden ziet het hof aanleiding om aan verdachte een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen ter hoogte van € 1.000,-, met een proeftijd van twee jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23 en 24 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 59 van de Gezondheids- en Welzijnswet, artikel 9 van de Regeling dierenvervoer 2007 en artikel 6 en bijlage I, hoofdstuk 1 van de EG-verordening nr. 1/2005.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro).

Bepaalt dat de geldboete niet zal worden ten uitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr B.P.J.A.M. van der Pol en mr H.W. Koksma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr L.J.J.G. Verhaeg, griffier,

en op 8 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.