Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT6241

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-09-2011
Datum publicatie
30-09-2011
Zaaknummer
TBS P11/0173
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt de beslissing van rechtbank Amsterdam tot verlenging van de terbeschikkingstelling, ondanks het ontbreken van recente wettelijke aantekeningen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0173

Beslissing d.d. 26 september 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 21 april 2011;

- de aanvullende informatie van [kliniek] van 29 augustus 2011 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van 14 december 2008 tot en met 5 november 2010;

- een ter zitting door de raadsman overgelegde brief van het openbaar ministerie gericht aan de raadsman van 26 juli 2011.

Het hof heeft ter zitting van 12 september 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr I. de Vos, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal, mr M.J.M van der Mark.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

In de zaak van de terbeschikkinggestelde is gebleken dat het voorlaatste verlengingsadvies is ondertekend door een onbevoegde psychiater. Nu de voorlaatste verlengingsbeslissing inmiddels onaantastbaar is en het meest recente verlengingsadvies wel door een bevoegd psychiater is ondertekend, heeft dit gebrek geen consequenties voor de huidige verlengingsbeslissing.

Uit de rapportages van de kliniek blijkt dat de ernstige psychiatrische stoornis van de terbeschikkinggestelde nog onverminderd aanwezig is. De terbeschikkinggestelde heeft blijvend zorg nodig en bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt het recidivegevaar als hoog ingeschat. Een overstap naar de reguliere psychiatrische gezondheidszorg is het uiteindelijke doel, maar gelet op het recidiverisico is het belangrijk dat een dergelijke overgang zorgvuldig zal plaatsvinden. Zolang een passende voorziening nog niet is gevonden, is verlenging van de terbeschikkingstelling noodzakelijk. Het verzoek tot aanhouding dient te worden afgewezen, daar de advocaat-generaal zich voldoende geïnformeerd acht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Opgemerkt wordt dat het eigenaardig is dat het openbaar ministerie verschillende standpunten inneemt in zaken waarbij het verlengingsadvies is ondertekend door een onbevoegde psychiater. Er dient een consequente lijn te worden getrokken. In deze zaak ondersteunt de verdediging echter het standpunt van de advocaat-generaal.

Voorts wordt opgemerkt dat de laatste wettelijke aantekeningen niet van recente datum zijn, deze dateren van 14 december 2008 tot en met 5 november 2010. Dat is in deze zaak apert onvoldoende.

Uit de aanvullende informatie blijkt dat de kliniek contact heeft gehad met andere instellingen omtrent een mogelijke overplaatsing van de terbeschikkinggestelde. De precieze aard en het verloop van deze contacten blijven echter onduidelijk.

De terbeschikkinggestelde hoort niet in een TBS-kliniek thuis. Zijn toestandsbeeld is gedurende zijn terbeschikkingstelling zelfs verslechterd. Er bestaat de gerede vrees dat de kliniek streeft naar een opname van de terbeschikkinggestelde op de longcare-afdeling die nu door de kliniek in Zeeland wordt opgezet, in welk geval hij daar hoogstwaarschijnlijk nooit meer uit zal komen. In het verleden heeft hij zonder problemen in een regulier psychiatrisch ziekenhuis verbleven. Ook nu moet naar een opname in een dergelijke instelling gestreefd worden. Indien de terbeschikkingstelling wordt beëindigd, zal de terbeschikkinggestelde hoogstwaarschijnlijk op korte termijn kunnen worden opgenomen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg.

Primair heeft de raadsman verzocht om beëindiging van de terbeschikkingstelling. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de zaak voor drie maanden aan te houden teneinde de mogelijkheden te onderzoeken tot overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg middels een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ.

Het oordeel van het hof

Artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde wordt overgelegd. Bij het behandelen van een zaak in beroep acht het hof het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk voldoende te zijn voorgelicht over de actuele stand van zaken, onder meer door middel van de meest recente wettelijke aantekeningen omtrent de terbeschikkinggestelde. Het hof acht het in het algemeen van groot belang dat de laatste wettelijke aantekeningen in ieder geval de periode bestrijken tot twee à drie maanden vóór de bij het hof geplande zittingsdatum.

In casu bestrijken de wettelijke aantekeningen slechts de periode van 14 december 2008 tot en met 5 november 2010. Recente wettelijke aantekeningen ontbreken derhalve in het dossier. Het hof overweegt dat, ondanks het feit dat deze aantekeningen ontbreken, het zich in de onderhavige zaak voldoende voorgelicht acht ten aanzien van de (psychische) gesteldheid van de terbeschikkinggestelde, nu de kliniek in een brief, gedateerd 29 augustus 2011, nadere informatie heeft verschaft over het behandelverloop van de terbeschikkinggestelde. Het hof acht zich op basis van de voorhanden informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep.

Het verzoek tot aanhouding teneinde onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden tot overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar de reguliere geestelijke gezondheidszorg middels een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ wordt afgewezen, omdat het hof dit niet noodzakelijk acht.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met de volgende aanvulling.

De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 1996 aan de terbeschikkinggestelde opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: diefstal met geweld.

Overigens gaat het hof er van uit dat de kliniek de pogingen om de terbeschikkinggestelde zo snel mogelijk door te laten stromen naar een geschikte vervolgvoorziening en uiteindelijk de reguliere geestelijke gezondheidszorg zal voortzetten.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr A.G. Coumans en mr E.G. Smedema als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en prof. dr. B.C.M. Raes als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 26 september 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.